3.6. Ontrafeling

De speurtocht naar de afkomst van de stamvader heeft het volgende opgeleverd:  

1. In alle generaties zijn leden van de Nederlandse familie Von Meijenfeldt bezig geweest met de overlevering dat zij van Zweedse adel afstammen.

2. Met het Zweedse geslacht Von Meijerfeldt zijn de overeenkomsten in naam, tijd en plaats bijzonder groot. Het feit dat hun militaire beroep, de Duitse taal en het Luthers geloof ook gelijk zijn is minder uitzonderlijk, maar doet zeker geen afbreuk aan de band.

3. Dat de stamvader van de Nederlandse familie de zoon is van de Zweedse graaf Von Meijerfeldt staat in de brief van Carl naar Helsingfors. Hij schrijft daarin dat de veldmaarschalk zonder twijfel zijn grootvader is.

4. Dat de ouders van de stamvader Johann August von Meijenfeldt en Anthonetta von Sparre heten staat in de overlijdensaangifte door Carl. Hun namen staan tevens vermeld als getuigen bij de Rotterdamse dopen in het gezin in 1812 en 1817.  

5. De Juliana gehuwd Thielo, die de stamvader in 1808 naar Amsterdam als doopgetuige uitnodigt en in 1815 naar Rotterdam, is dezelfde als Augusta Juliana gehuwd Tilow, die van de Zweedse graaf in 1795 een legaat van 1000 rijksdaalder krijgt toebedeeld en zich door diens weduwe in 1802 voor de helft laat afkopen.

6. Dat haar natuurlijke vader de Zweedse graaf is volgt uit een aantekening van haar aangetrouwde neef en pastor, opgenomen in de genealogie Thilo. Daarmee is zij gelijk een zus van de stamvader.

7. Bij haar twee huwelijken met een Thilow, de dopen van haar acht kinderen en haar overlijden staat in de Pommerse kerkboeken als achternaam vaak Meijer vermeld, maar in die van Behren-Lübchin van 1793 tot 1800 staat Meijerfeldt, in dezelfde periode dat de Zweedse graaf met dezelfde naam 10 km verderop in Nehringen woonde en zijn testament opmaakte.

8. Stückjunker Johann August Schohl lijkt de stamvader te zijn, omdat hij in 1761 in Stralsund geboren is, al in 1775 dienst nam bij de Zweedse artillerie, in 1788 een onechte zoon Carl Wilhelm met de naam Meienfeld kreeg, in 1791 plv. doopgetuige bij Augusta Juliana was en in april 1793 te paard naar Hamburg vluchtte na verkoop van 16 gestolen vaten buskruit. 

9. Van schipper en koopman Otto Meijerfeldt uit Karlskrona in Amsterdam is aannemelijk dat hij een natuurlijke zoon van Carl Friedrich von Meijerfeldt sr was.

10. De stamvader maakte in 1811 een tekening op een  Nieuwjaarswens die sterk lijkt op die van de afdekplaat van het Zweedse familiegraf in Nehringen.

11. Vergelijking van het mannelijke chromosoom in de botten van de Zweedse graaf met dat in het wangslijm van Carls achterkleinzoon Hugo, uitgevoerd door de Universiteit van Göttingen, geeft DNA-bewijs voor de afstamming van de Nederlandse familie van het Zweedse geslacht.

Op grond van de bovenstaande conclusies staat met voldoende zekerheid vast dat de stamvader en Juliana Augusta allebei natuurlijke kinderen van de Zweedse veldmaarschalk zijn.

Levert deze ontrafeling van het mysterie voldoende bewijs op voor de Nederlandse familie om de afkomst formeel vast te leggen? Daarvoor bestaat geen procedure, tenzij het de bedoeling is adellijke stand in Zweden of Nederland te verwerven. Mocht het al van deze tijd zijn om dat te willen en mocht het de tijd en het geld waard zijn, dan nog ontbreekt de juridische grond. Een verzoek bij het Zweedse Ridderhuis zou meteen afstuiten op het ontbreken van een document, waarin de veldmaarschalk de stamvader als zijn zoon erkent of noemt en/of op het ontbreken van een akte of register van de geboorte of doop van de stamvader met de naam van de graaf als diens vader. Dit zorgt voor niet-ontvankelijkheid van een eventueel verzoek bij de Hoge Raad van Adel in Den Haag om als buitenlandse adellijke familie bij de Nederlandse adel te worden ingelijfd, omdat artikel 2, derde lid, van de Wet op de Adeldom voorschrijft dat het geslacht tot de wettelijk erkende adel (van Zweden) moet behoren.

Informeel mag het familiewapen natuurlijk wel gebruikt worden, maar moet er dan geen balk in te staan omdat de stamvader een onechte zoon is? Inderdaad moet volgens de heraldische regels een balk van linksboven naar rechtsonder in het wapen worden aangebracht, maar in dit geval niet. Aan twee voorwaarden is namelijk niet voldaan: het moet onomstotelijk bewezen zijn dat hij een natuurlijke zoon is en dat de Zweedse graaf hem heeft erkend. Zelfs zijn zus Augusta Juliana voldoet niet aan die twee voorwaarden.

Terug   ***   Verder