3.3.1. Domproost en Rector

Johann Baptist is de zoon van Kaspar, de stichter van de tweede linie van het Tiroolse geslacht Mayer. Hij is in Fassa geboren in het jaar 1632.

Nadat hij gewijd is als priester is de eerste functie van Johann Baptist leraar van de edelknapen of pages onder Sigismund Franz von Habsburg. Deze is sinds 1653 prins-bisschop in het bijna 300 km verderop gelegen Klagenfurt en zal in de jaren zestig de laatste zelfstandige aartshertog van Oostenrijk-Tirol worden.

Na de dood van keizer Ferdinand III in 1657 vertrekt Johan Baptist naar Wenen om aalmoezenier bij zijn weduwe Eleonora Gonzaga te worden. Hij is tevens hofmeester van haar edelknapen.

In 1664 start Johan Baptist als pastoor in Laxenburg ten zuiden van Wenen. In 1668 is hij ook opper-hofkapelaan van de prins-bisschop van Wenen.

In 1667 wordt Johan Baptist lid van de Theologische Faculteit van de Universiteit van Wenen. Hij promoveert in de theologie en filosofie, waarbij hij gelauwerd wordt met de gouden ketting van de keizer. Hierbij wordt ook wel het jaar 1684 genoemd.

Johann Baptist wordt op 26 augustus 1673 heer van de St. Stephansdom in Wenen. Op 21 december 1675 is hij decaan van de Dom. Het jaar daarop wordt hij benoemd tot prins-bisschoppelijk vicaris-generaal van het bisdom Wenen en officiaal van de kerkelijke rechtbank voor de rest van zijn leven.

Aan de Universiteit van Wenen is hij hoogleraar theologie, in 1674 decaan van de Theologische Faculteit en in het seizoen 1678-1679 is hij rector magnificus van de gehele universiteit.

IMG_0498

Johann Baptist wordt in 1683 nogmaals tot het ambt van rector magnificus van de Universiteit van Wenen geroepen, nadat de stad die zomer ontzet is van de belegering door een  overweldigende troepenmacht van Turken, Hongaren en Krim-Tataren. Daarna blijft hij tot zijn dood kanselier.

Op 24 september 1683 wordt Johann Baptist benoemd tot Domproost van de St. Stephan, ook voor de rest van zijn leven. Hij is tevens Keizerlijk Raad van Leopold I.

Johann Baptist is ongetwijfeld uitzichtloos ziek als hij op 67-jarige leeftijd op 25 januari 1699 zijn testament laat opmaken, want hij overlijdt in Wenen kort daarna op 8 maart. “Wegen seiner Friedensliebe und vorzüglichen Geistesgaben ward er vond der Universität und Allen, die ihn kannten, sehr beklagt.” Hij wordt begraven onder het hoogaltaar van de Pfarrkirche van Laxenburg.

In 1700 wordt een marmeren gedenksteen in de Stephansdom aangebracht.

Epitaph: Johann Baptist Maír von Mairsfeld (gestorben: 30. Oktober 1720) in der Barbarakapelle an der Südwand des Chorraumes.
Epitaph: Stephansdom in der Barbarakapelle an der Südwand des Chorraumes.

De Latijnse tekst van de gedenksteen bericht dat de overledene in Innsbruck een stipendium voor 6 jongeren en in de Stephansdom een jaarlijks jubileum en een wekelijkse mis heeft geïnitieerd.

De organisator van de gedenksteen en schrijver van de tekst is de zoon van de broer van de overledeneJohann Baptist Mayer.