Carl (1883-1949)
De oudste zoon in het gezin Van Leusden is Carl von Meijenfeldt. Hij is in Dordrecht geboren op 3 april 1883. Op zijn 19de verjaardag trekt hij het lage nummer 75 voor de Nationale Militie, zodat hij in dienst moet. In plaats van een plaatsvervanger te regelen gaat hij zelf in dienst en besluit langer militair actief te blijven.
In de Wilhelminakerk is Carl collectant. Als hij eens een zware steen van zijn nichtjes in de zak krijgt, legt hij deze kalm bij de kansel met de woorden: “Dit is een steen des aanstoots”.
Op 31 juli 1914 wordt het leger gemobiliseerd. Nederland blijft weliswaar neutraal in de Eerste Wereldoorlog, maar wil de grenzen wel goed verdedigen. Carl wordt in Eijsden gelegerd.
Daarna gaat hij met zijn moeder op de Emmastraat 16 rood in Dordrecht wonen. In 1916 wordt hij overgeplaatst naar Amsterdam, waar hij met Jan achtereenvolgens aan de Overtoom, de Prinsengracht, de Jacob van Campenstraat en de Bilderdijkkade 31 woont.
In 1920 krijgt Carl een functie in het bureau van de Nationale Landstorm Commissie in Den Haag. Deze commissie is door de regering opgericht ter ondersteuning van het wettig gezag tegen omverwerping, aanvankelijk gericht tegen socialisten, maar al snel blijken de fascisten de werkelijke vijand. Carl oefent verschillende functies uit, zoals propagandist voor de financiën en adjunct van de secretaris G.F. Boulogne.
Carl treedt op 22 februari 1930 in het huwelijk met de 46-jarige Marie van der Straaten.

Carl “het Pastoortje” von Meijenfeldt & Marie van der Straaten
De bruid komt ook uit Dordrecht, waar zij de oudste dochter uit een slagersfamilie is. Als kind moest zij vanaf 12 uur ’s nachts schoonmaakarbeid verrichten in de slagerij van haar vader. Ondanks haar leeftijd kost het haar nu zelfs de grootste moeite om uit het ouderlijk huis weg te komen.
Slagerij Jan van der Straaten in Dordrecht
Uiteindelijk vindt de huwelijksvoltrekking ook in Dordrecht op 27 augustus 1930 plaats. Op 28 augustus 1930 gaan zij op de Laan van Middenburg 32 in Voorburg wonen, samen met moeder Jo.
Marie is 40 jaar oud en kinderen gaan er niet meer komen. Op 23 juni 1933 verhuizen Carl en Marie met moeder Jo naar de Van Egmondestraat 4 in Voorburg. Zus To komt daar ook kort wonen.
Carl en Marie maken de Duitse bezetting intensief mee. Al kort na de capitulatie stopt een arrestantenwagen voor hun huis in Voorburg. De Wehrmacht pakt alle inwoners met militaire status op. Twee soldaten kunnen Marie met moeite in bedwang houden. Carl geeft al zijn persoonlijke bezittingen af. Bij het verhoor weet hij de officier in vloeiend Duits af te blaffen. Na afloop biedt deze zijn verontschuldigingen aan. Carl krijgt de indruk dat ze hem vanwege zijn achternaam voor een in de jaren ’30 in Nederland gestationeerde Duitse spion houden. Na een overvloedig diner, een overnachting en ontbijt wordt hij met een limousine naar zijn hevig verontruste vrouw teruggebracht.
De bezetting heeft voor Carl en Marie nog een andere verrassing in petto. Zij worden in 1942 net als 135.000 andere bewoners uit hun huis verbannen als gevolg van de aanleg van de Atlantikwall tegen een geallieerde invasie. De Duitsers slopen huizen in een zigzagstrook langs de Haagse kust voor bunkers, afweergeschut, een brede antitankgracht en een schootsveld. Voor de herhuisvesting van de bewoners krijgen niet-actieven of niet economisch aan de regio gebonden personen de last om naar het oosten te gaan. Daardoor moeten zij de Van Egmondestraat 4 ontruimen en vinden in Nijmegen huisvesting. Daar is het niet veilig, want Marie overleeft maar net een geallieerd bombardement, waardoor de buurhuizen in de Samatrastraat aan weerszijden getroffen raken.
Na de oorlog keren Carl en Marie niet terug naar de Van Egmondestraat 4 in Voorburg, maar gaan in Den Haag aan de Citroenstraat 48 wonen. Carl overlijdt daar op 18 oktober 1949 op 66-jarige leeftijd. Zijn weduwe Marie van der Straaten overlijdt 74 jaar oud op 4 maart 1965.
