2.5.3. Drinkwater

De broers Frits en Jan von Meijenfeldt zijn sinds 1873 in dienst van de Amsterdamsche Duinwater-Maatschappij, de één bij de financiële afdeling, de ander als kantoorjongen. Dit eerste drinkwaterbedrijf van Nederland was opgericht door rijksadvocaat en schrijver Jacob van Lennep en genieofficier Vaillant. De investeerders, aandeelhouders en constructeurs kwamen uit Engeland, net als bij de gasbedrijven. Kroonprins Willem III had de eerste spade in de duinen van Bloemendaal gestoken voor een kanaal van 3 km lang, 13 m breed en 3 m diep, waarin duinwater opwelde en naar de 6 m diepe ‘Oranjekom’ stroomde. Via drie zandfilters pompte een stoomstation het water via 8.850 buizen over een lengte van 23 kilometer naar de Willemspoort (nu Haarlemmerpoort).

Op die plek kon het volk voor één cent per emmer water komen tappen. Frits is dan nog maar vier maanden oud. De tappunten komen op meer plaatsen in de stad en de rijken betaalden voor een aansluiting op hun woonhuis. Na de komst van Frits en Jan bij het bedrijf komt in 1877 een tweede leidingstelsel uit de duinen tot stand.

Al deze initiatieven komen voort uit zorgen over de vieze kleur, geur en smaak van het water dat voor drinken, koken en wassen wordt gebruikt. Dezelfde soort zorgen groeien ten aanzien van voedsel, ontlasting en vuilnis. Pas vanaf 1881 ontstaat wetenschappelijke consensus dat vies water een gevaar voor de volksgezondheid oplevert en dat de afname van de zuigelingensterfte en cholera-uitbraken aan het duinwater te danken is. De Amsterdamse bevolking groeit vanouds alleen door migratie, maar door het nieuwe fenomeen van natuurlijke aanwas verdubbelt zij tot een half miljoen eind van de eeuw.

Nieuwe Herengracht 49, hoofdkantoor ADM sinds 1882

Frits treedt in 1879 toe tot het  bestuur van de Amsterdamse Werkliedenverbond Patrimonium (vaderlijk erfdeel), drie jaar eerder opgericht door Klaas Kater, metselaar bij De Gekroonde Valk. Deze eigen protestantse vakbond ontstaat, omdat de socialistische en liberale geen strijd voeren voor de zondagsrust en tegen sterke drank en prostitutie, alsook omdat zij patronen uitsluiten en vóór neutrale scholen zijn. Bij het allereerste landelijke werkliedencongres dat jaar in Utrecht zet hij zich aan het oprichten van een Pensioenfonds.

De tweede landelijke vergadering van Patrimonium in lokaal “Vrede” aan het Amsterdamse Rapenburg eind april 1882 verkiest hem in het landelijk bestuur. In de Amsterdamse bond treedt hij toe tot het Steuncomité voor de Transvaal, voor hulp aan de Boeren in de Zuid-Afrikaanse Republiek, die recent met geweld de annexatie door de Britse Kaapkolonie ongedaan hadden gemaakt. Hij organiseert een spreekbeurt voor dominee Frans Lion Cachet, die de oorlog meemaakte en een indrukwekkend boek over de hele worstelstrijd van de stamverwante Transvaler uitbracht. 

Na zijn twee oudere broers is het beurt aan Frits om in ondertrouw te gaan. Hij vervoegt zich op 29 mei 1884 op het stadhuis met de tien jaar jongere Engeltje de Koe. Het huwelijk vindt op 12 juni 1884 plaats.

Frits von Meijenfeldt

Engeltje de Koe

Engeltje was in Amsterdam op 20 augustus 1863 geboren, was op vierjarige leeftijd haar jonge moeder Elisabeth Kok kwijtgeraakt en opgevoed door haar stiefmoeder Catharina Elisabeth Engels. Ruim een maand voordat zij in ondertrouw gaat krijgt zij ook nog te maken met het verlies van haar vader Hijlke Roelof de Koe. De familie De Koe gaat in vaderlijke lijn terug via zeeman Luijtje de Koe, Hylke Luytjens uit 1760 en Luyjten Roelofs uit 1730 op Roelof Cornelis de Koe uit 1698. Diens vader Cornelis Jelles uit 1667 had de naam De Koe overgenomen van zijn vrouw Bauck de Koe Nauta.

Frits en Engeltje betrekken een nieuwbouwwoning aan de Commelinstraat 34 in de Amsterdamse Dapperbuurt. Daar bouwen zij aan nageslacht. Al begin 1885 wordt een eerste dochter geboren en anderhalf jaar later een zoon.

Terug   ***   Verder