De stamvader van de Nederlandse familie heeft dezelfde namen als de laatste graaf van het Zweedse geslacht. Twijfel bestaat slechts over één letter in de voornamen, in het tussenvoegsel en in de achternaam.
In de voornamen Johann August gaat het om de dubbele nn. Deze is meestal aan te treffen in Lijfland en Pommeren. De enkele n is meer gangbaar in Zweden. Dat laatste geldt ook voor Nederland, maar de extra n is zeker geen uitzondering, getuige de huwelijksakte van de stamvader en de officiële terugkeer van de dubbele n bij enkele leden van de vierde generatie. In Nederland krijgt Johan in alle generaties een verkorting tot Jan.
Bij het tussenvoegsel von blijkt dat dit soms ontbreekt of van luidt. Het is aanwezig in Duitstalige documenten bij de graaf, maar ontbreekt in Zweedstalige. Bij de stamvader ontbreek het tussen 1793 en 1799, staat er van tussen 1800 en 1809 en in zijn brief van 17 maart 1810 aan de Minister van Marine schrijft de stamvader zelf voor het eerst duidelijk von. Het staat ook bij de doop van zijn tweede zoon op 20 oktober 1810. Dankzij de invoering van de Burgerlijke Stand kort tijd later ligt von vast.

Blijft over de achternaam zelf. De eerste keer bij de Admiraliteit in 1793 is de spelling Meynfeld en in 1794 al Meijenfeldt, net als bij de kerkinschrijving van 1801. In dat jaar is de spelling vrijwel gelijk aan die van de Zweedse graaf, die op dat moment afwisselend in Stockholm en Stralsund woont. De enige afwijking is de letter in het midden: in plaats van een r staat er een n. Toch komt in Zweedse en Duitse documenten de n wel voor, terwijl de r in sommige Nederlandse documenten verschijnt. De onderstaande voorbeelden tonen dat aan. Zij laten tevens de logische verklaring zien: in de handgeschreven teksten lijken de letters op elkaar:
n in Zweedse tekst uit 1800 (1)
r in Nederlandse tekst uit 1799 (2)
r in Nederlandse tekst uit 1801 (3)
De stamvader schreef zijn naam in de Nederlandse documenten niet zelf op. Dat deden de schrijvers van zijn werk en de kerk in Amsterdam. Diegene schreef het niet over uit zijn identiteitsbewijs, want daarover beschikte in die tijd vrijwel niemand. Terwijl de hele tekst werd uitgeschreven noteerde de functionaris de naam op basis van een mondeling opgave. Vanwege de manier van uitspreken, het achtergrondlawaai, de kwaliteit van het gehoor van de schrijver en de moeilijkheidsgraad van de achternaam belandde een ratjetoe aan spellingen op papier. In de familienaam werden niet alleen de r en n werden verwisseld, maar varieerde bijna elke letter. Zelfs heden ten dage moet een familielid zijn achternaam articuleren of letter voor letter spellen om deze foutloos op papier te krijgen. De spelling Von Meijenfeldt komt overeen met zijn eerst bekende handtekening uit 1807. (4)
Documenten over zijn afkomst heeft de stamvader zelf niet achtergelaten. Die zouden bij een brand of ontploffing in Rotterdam verloren zijn gegaan. (5)
De stamvader zou rond 1830 naar Zweden hebben willen reizen, maar daar vanwege zijn hoge leeftijd door zijn kinderen vanaf gehouden zijn. In plaats daarvan zou hij naar Magdeburg gereisd zijn. Van zijn bedoelingen wisten de kleinkinderen niets. Als ervaren zeeman moet hij op zijn zeventigste toch tot een reis van een vijftal dagen in staat geacht worden. Kustvaarders namen vanuit Rotterdam regelmatig passagiers mee en het was niet al te duur. Misschien had hij een broze gezondheid, maar dan was een bootreis naar Magdeburg lood om oud ijzer: tot Hamburg zelfs gelijk en vandaar in plaats van een kustvaarder naar Stockholm met een rivierschip de Elbe opwaarts tot Magdeburg. (6)
Zijn zoon Carl heeft over zijn afkomst een brief naar Helsingfors geschreven, die allerlei onderzoek mogelijk maakt. Om te beginnen naar zijn geboortedatum. Daarna volgt zijn jeugd in Stralsund. Vervolgens komen zijn ouders aan de beurt. Geprobeerd wordt zonder tunnelvisie te kijken of de Zweedse graaf zijn vader geweest kan zijn, met de variant dat hij een echte zoon van de graaf en gravin was en de mogelijkheid dat hij uit Zweden vluchtte na een gefingeerde dood. Zijn periode in het Franse leger krijgt daarna aandacht. Afgesloten wordt met zijn overstap naar de Rep[ubliek.
1. Testament Meijerfeldt 10 juni 1795, Zweedse vertaling 11 september 1800, Riksarkivet, 420422: Svea Hovrätt, 01: Hufvudarkiv, A 1 a 1: Renskrivna protokoll, Inv 317: 1800, Bild 105, fol 84.
2. Journaal ’s Lands Pink Iris, 19 juni 1799 geankerd voor Bergen, Nationaal Archief 2.01.29.03 Inv 80, fol 125.
3. Boek der Gedoopten in de Herstelde uthersche Gemeente 15 juli 1810, Stadsarchief Amsterdam 5001, Inv 295, fol 377.
4. Akte van ondertrouw 4 december 1807, Stadsarchief Amsterdam 5001, Inv 656, fol 103v/206.
5. Brief van Govert von M [CG-15].
6. In 1830 woonde in Magdeburg geen naamgenoot, wel stadsrechter Friedrich Thilo. Briefwisseling met A.R. Buchholz, Amtsleiter Stadtarchiv Magdeburg [CH-228, CH-229 en CH-230].

