Aan de basis van de tak De Koe staat Frederik Hendrik, de derde zoon van Carl von Meijenfeldt en Nel Diederich. Zijn vrouw Engeltje de Koe schenkt het leven aan elf kinderen:
— Nellie, 30 maart 1885, verder Nk.1. De Haas.
— Carl, 4 november 1886, verder Nk.2. Van Apeldoorn.
— Frits, 4 april 1888,verder Nk.3. Kimmijser.
— Enny, 1 november 1889, verder Nk.4. Van der Bend.
— Roel, 21 augustus 1891, verder Nk.5. Westerhoff.
— Evert, 15 februari 1893, verder Nk.6. Van der Bend.
— Johann August, 23 oktober 1894, zie Nk.7.
— Henk, 13 oktober 1896, verder Nk.8. Beumer.
— Jan, 14 oktober 1898, verder Nk.9. Delhaas.
— Bets, 8 januari 1901, verder Nk.10. Bets.
— Lien, 11 augustus 1902, verder Nk.11. Lien.
Het huis in de Noorderstraat 90 in Amsterdam is goed bevolkt met kinderen, maar na het vertrek van broer Hendrik en het overlijden van vader Carl blijft alleen broer Jan nog over. Zes weken voor de eeuwwisseling verhuist het gezin met hem naar de Hemonystraat nummer 13 in de Pijp, in de hoek van de Stadhouderskade en de Amstel. Daar worden de laatste twee kinderen geboren.
Stadsarchief Amsterdam, Beeldbank 10137/623

De tien kinderen van Frits en Engeltje (circa 1904)
Achter: Frits uit 1888, Enny 1889, Roel 1891, Carl 1886, Nellie 1885 en Evert 1893.
Voor: Jan uit 1898, Lien 1902, Bets 1901 en Henk 1896.
Frits is nog altijd kassier bij het Amsterdamse drinkwaterbedrijf. Niet meer de Duinwatermaatschappij maar de Gemeentewaterleidingen. Daarnaast zet hij zich – net als zijn vader eerder – in voor het vinden van financiering voor de eigen scholen. Eind 1898 was hij toegetreden tot het bestuur van de Vereeniging voor Gereformeerde Scholen in Amsterdam, waaronder verscheidene scholen voor lager onderwijs en uitgebreid lager onderwijs (ULO) vallen. Hoofdonderwijzer H. Hasper bestiert de Christelijke Burgerschool “Eben-Haëzer” in de Kerkstraat 310. De school aan de Marnixstraat 285 is sinds 1886 de opvolger van de in 1841 geopende Bloemgracht 42. De school aan de Plantage Dokstraat 2 wordt in 1903 opgevolgd door de Oosterparkschool met 9 lokalen voor 400 kinderen aan het ‘s-Gravesandeplein 19. Tijdens de jaarvergadering op woensdag 29 april 1903 in ‘Odeon’ bij het Koningplein houdt broeder Frits een “zeer schoon referaat over de beteekenis van het christelijk onderwijs in onze veelbewogen tijd“.
Jonkheer Hendrik Maurits Jacob van Lennep, een kleinzoon van de oprichter van de Amsterdamsche Duinwater-Maatschappij, overlijdt in 1905. Bij diens afrekening staat dat hij een vordering heeft op Frits als kassier uit hoofde van bruikleen van obligaties van totaal 3000 gulden. (1)

|
|
|
Thuis in Amsterdam overlijdt Frits ten gevolge van een hartinfarct plotseling op 19 november 1913 op 60-jarige leeftijd. Vijf dagen later wordt hij bijgezet op de Nieuwe Ooster begraafplaats.
De Standaard 24 november 1913
De weduwe ontmoet geen sociaal meelevende werkgever zoals Jo van Leusden in 1905 en beschikt ook niet over een familievermogen zoals Margré de Haas in 1911. Zij vraagt een verhoogd pensioen aan. De Pensioenraad kent haar 735 gulden weduwepensioen en 588 gulden wezenpensioen toe. Tegen dat laatste bedrag stelt zij Kroonberoep in om dat laatste bedrag ook op 735 gulden te brengen. Haar belangrijkste argument is dat zij nog vier kinderen jonger dan 18 jaar thuis heeft wonen.

staand: Bets, Henk en Jan von Meijenfeldt
zittend: Engeltje de Koe en Lien
Op advies van de Afdeling Geschillen van Bestuur van de Raad van State wordt haar beroep bij Koninklijk Besluit van 18 juli 1914 verworpen. (2)

Vlak voor die uitspraak is Engeltje de Koe uit de Hemonystraat verhuisd naar de Linnaeusparkweg 13 in de aanliggende gemeente Watergraafsmeer. Haar zwager Jan en haar vier jongste kinderen verhuizen mee. Op latere leeftijd krijgt zij suikerziekte en overlijdt op 66-jarige leeftijd op 10 juni 1930.
1. Akten notaris U.J.K. Versfelt 1894-1916, Nieuw Notarieel Archief Haarlem, Noord-Hollands Archief, 1905 [1972-971] pag. 245.
2. Afschrift Koninklijk Besluit 18-07-1914. Nederlandsche Staatscourant 22-07-1914. Brief van de Minister van Financiën 29-07-1914.


