De speurtocht naar de afkomst van stamvader Johan August von Meijenfeldt heeft de volgende resultaten opgeleverd:
1. Hij is in 1760 in Stralsund geboren en zonder twijfel de voorhuwelijkse zoon van de Zweedse veldmaarschalk graaf von Meijerfeldt, volgens de brief uit 1876 van zijn zoon Carl naar Helsingfors.
2. De namen van zijn ouders luiden Johann August von Meijenfeldt en Anthonetta von Spint, volgens de overlijdensaangifte van 1835 door zijn zoon Carl. Dit echtpaar had hij zelf als doopgetuige in 1812 en 1817 naar Rotterdam gehaald, waarbij laatstgenoemde achternaam Sparre luidde. De Zweedse gravin was toen al te oud voor verre reizen en de Zweedse graaf was al jaren dood.
3. In Amsterdam in 1808 en Rotterdam in 1815 nodigde hij Juliana von Meijenfeldt gehuwd Thielo uit om doopgetuige te zijn. Zij komt overeen met Augusta Juliana Meijer gehuwd Tilow, aan wie de Zweedse veldmaarschalk in zijn testament uit 1795 een legaat van 1000 rijksdaalder naliet, dat zij in 1802 voor de helft bij diens weduwe afkocht. Zij was diens natuurlijke dochter, volgens een aantekening van haar aangetrouwde neef en pastor. Blijkens de kerkboeken trouwde zij tweemaal met een Thilow, kreeg tien kinderen en droeg tussen 1793 en 1800 de achternaam Meijerfeldt. Dat was precies de periode waarin de Zweedse veldmaarschalk zijn testament opstelde, 10 kilometer van haar vandaan in Nehringen verbleef en daar werd begraven.
4. In 1811 maakt hij als Nieuwjaarswens een tekening, die sterk leek op de afdekplaat van het Zweedse familiegraf in Nehringen. Bij de restauratie van het graf in 2023 kwamen botten vrij, waarvan de Universiteit van Göttingen na laboratoriumonderzoek vaststelde, dat op alle 17 onderzochte locaties het mannelijke Y-chromosoom overeenkomt met dat van het wangslijm van Carls achterkleinzoon Hugo. Hun profiel is zeer zeldzaam, waardoor de overeenkomst waarschijnlijk geen toeval is en eerder duidt op een vaderlijke afstamming.
5. Bij de doop van een kind van Augusta Juliana eind 1791 in Wolfsdorf trad voor twee peetouders een plaatsvervanger op: Stückjuncker Schohl uit Stralsund, die bij de Zweedse artillerie diende met de voornamen Johan August en 31 jaar oud was. Begin april 1793 kreeg hij ontslag wegens kruitdiefstal en vluchtte naar Hamburg. Onderweg ging hij langs zijn zuster, die pachtersvrouw in Wolfsdorf was, dus Augusta Juliana. Daarmee wordt duidelijk dat de stamvader deze Schohl is en al vroeg in het Zweedse leger diende.
Op grond van de bovenstaande bevindingen uit de speurtocht staat onomstotelijk vast, dat stamvader Johan August en zijn zuster Juliana Augusta allebei natuurlijke kinderen van de Zweedse graaf Johann August von Meijerfeldt jr waren. Hun geboortedatum en hun moeder staan niet precies vast. Hun achternamen luidden aanvankelijk Schohl respectievelijk Meijer.
De uitkomsten van de speurtocht kunnen waar mogelijk bekend worden gemaakt. Voor het formeel laten vastleggen van de afkomst van de Nederlandse familie bestaat geen procedure, tenzij het de bedoeling is adellijke stand in Zweden, Duitsland of Nederland te verwerven. Mocht het al van deze tijd zijn om dat te willen en mocht het de tijd en het geld waard zijn, dan nog ontbreekt de juridische grond. Een verzoek bij het Zweedse Ridderhuis zou meteen afstuiten op het ontbreken van een document, waarin de veldmaarschalk de stamvader als zijn zoon erkent of noemt en/of op het ontbreken van een akte of register van de geboorte of doop van de stamvader en zijn zuster met de naam van de graaf als diens vader. Dit zorgt voor niet-ontvankelijkheid van een eventueel verzoek bij de Hoge Raad van Adel in Den Haag om als buitenlandse adellijke familie bij de Nederlandse adel te worden ingelijfd, omdat artikel 2, derde lid, van de Wet op de Adeldom voorschrijft dat het geslacht tot de wettelijk erkende adel (van Zweden) moet behoren.
Het familiewapen blijft officieel afgesloten. Bij afbeeldingen daarvan dient geen bastaardbalk van linksboven naar rechtsonder te worden aangebracht, omdat volgens heraldische regels dan onomstotelijk moet zijn bewezen dat Johan August en Augusta Juliana onechte kinderen van de Zweedse graaf waren en hij hen als onechte kinderen moet hebben erkend. Bij afbeeldingen van het familiewapen is het gebruik van de gespiegelde versie in de Riddarholmskerk in Stockholm ook minder juist, omdat op grond van bovenstaande bevindingen vaststaat dat hij natuurlijke nakomelingen had.
