Tijdens zijn bezoek aan Amsterdam had de jonge Zweedse graaf een benoeming op zak van zijn koning Friedrich I, landgraaf van Hessen-Kassel, tot adjudanten-generaal bij de bevelhebber van de legers van de Republiek. Bij zijn gevangenneming in de Slag bij Lafelt die zomer streed een cadet Wilhelm Ludwig Meijer aan de zijde van de geallieerden onder plaatsvervangend landgraaf van Hessen-Kassel Wilhelm VIII. Tien jaar later werd deze met de naam von Meijerfeld in de Hessische adelstand verheven. Een zoon uit zijn tweede huwelijk droeg de naam August von Meijenfeldt, precies op het moment dat de stamvader naar Nederland kwam. Genoeg reden om deze naamgenoten verder uit te zoeken.
Wilhelm Ludwig Meijer was een telg uit een familie uit het gebied Schwaben op het huidige drielandenpunt Duitsland-Zwitserland-Oostenrijk. Vanaf het jaar 1510 waren zijn voorouders via Konstanz in Bazel uitgekomen. Zijn vader werd voogd en theoloog bij het adellijke geslacht Von Dörnberg in Breitenbach am Herzberg in Hessen. De jonge baron Wilhelm Ludwig von Dörnberg was peetvader bij zijn doop in 1723. Ondanks goede schoolresultaten en universitaire vooruitzichten ging hij na de dood van zijn vader voor een militaire carrière. Op zijn 19de nam hij eind 1745 deel aan de mars van het Hessisch Corps van bijna 6.000 man door de Republiek naar de vesting Willemstad aan het Hollandsch Diep, ging scheep naar Schotland om de Engelsen te ondersteunen en werd na de Vrede van Aken vaandrig. Hij deed drie succesvolle verzoeken: om de hand van eigenaresse Von Drach van het slot Altenhaβlau in 1754, om ontslag uit het leger in 1756 aan de vooravond van de Zevenjarige Oorlog en om verheffing in de rijksadelstand met uitbreiding van het Zwitserse familiewapen en van de naam met Von Meijerfeld in 1757.
In de Slag bij Lafelt streed Wilhelm Ludwig in het regiment van de Hessische erfprins Frederik II onder de Britse bevelhebber Cumberland. De twee jaar jongere Zweedse graaf Johann August von Meijerfeldt jr kwam in het heetst van de strijd naar zijn kamp met berichten van de Hollandse bevelhebber Waldeck, was in het gezelschap van zijn commandant Legonier een dag na de veldslag uit Franse krijgsgevangenschap en ging na de slag mee met de Hessische troepen de Duitse grens over.
In de Zevenjarige Oorlog werd Wilhelm Ludwig weduwnaar, hertrouwde en liet – na twee zoons uit zijn eerste huwelijk – op 18 augustus 1774 een zoon August dopen. Deze ging op 11-jarige leeftijd naar de militaire Hohen Carls-Schule in Stuttgart en werd op zijn 19de vaandrig in het Pruisische leger in Westfalen. Door een schrijffoutje ging deze zoon verder door het leven als August von Meijenfeldt, dezelfde naam als de stamvader van de Nederlandse familie. Op het moment dat die eind mei 1793 voor het eerst op de rol bij de Admiraliteit van Amsterdam verscheen, nam August ruim 400 kilometer zuidoostelijker deel aan het beleg van de door Franse revolutionairen ingenomen stad Mainz, totdat de Pruisen de Eerste Coalitie tegen Frankrijk verlieten. In 1796 werd hij tweede luitenant bij de Feldjäger onder Ernst von Tümpling, een apart opererende eenheid van jagers, scherpschutters, tirailleurs en koeriers (later militaire politie).

Hij zette nog meer soortgelijke stappen als de stamvader: in 1800 vestigde hij zich definitief in Westfalen (op het landgoed van zijn vader in Rösebeck), in 1806 trad hij in het huwelijk en kreeg vijf kinderen en in 1809 werd hij uit het leger afgedankt vanwege de napoleontische bezetting. Hij maakte in 1811 een afslag doordat hij tot burgemeester van Rösebeck werd benoemd onder Frans bestuur. Zijn nakomelingen emigreerden van Rösebeck naar de Verenigde Staten van Amerika, waar zij verbleven totdat daar de familienaam in 2006 uitstierf.
Er is nog een tweede Nederlandse link. In het jaar dat Wilhelm Ludwig Meijer de grens van Nederland overstak, trouwde zijn neef Johann Rudolph in Amsterdam op 8 juni 1745 met Susanna Roeters. Hij was 26 jaar eerder in Bazel geboren en als zijdekoopman naar Amsterdam gekomen. Zijn moeder-weduwe accordeerde het huwelijk per volmacht. De vader van de bruid Jakob George Roeters was eigenaar van kasteel Drakenburg in Baarn. Meijer raakte in goede doen, vernederlandste zijn voornaam tot Jan, maar kreeg de achternaam Von Meijerfeld van zijn neef niet. Wel kocht hij in 1768 naast het kasteel van zijn schoonvader het landhuis Steevlied in Baarn, waar hij met vrouw en twee dochters ging wonen. De kinderen van zijn tweede dochter Sibilla Maria Meijer en haar man de advocaat Hendrik Arnoud Laan erfden het vermogen van alle families.
![]() |
![]() |
Vader en zoon uit Hessen leggen door naam, plaats en tijd een sterke koppeling met de Zweedse en Nederlandse familie. Vader Wilhelm Ludwig von Meijerfeld zat op drie momenten met de Zweedse graaf te maken en liet zich hoogstwaarschijnlijk door hem inspireren bij zijn adellijke naamkeuze tien jaar later. Zoon August von Meijenfeldt was net als de Nederlandse stamvader geen erkende telg van zijn vaders familie, overleefde die familie ruimschoots en kreeg met dezelfde verschrijving van een r naar een n te maken.
Terug *** 4.1. Hessen *** Verder


