Nk.8-11 Jongste vier

staand: Bets, Henk en Jan von Meijenfeldt
zittend: Engeltje de Koe en Lien

In het jaar 1913 overlijdt Frederik Hendrik, de derde zoon van stamhouder Carl. Zijn weduwe Engeltje de Koe heeft dan nog vier kinderen thuis wonen, die jonger dan 18 jaar zijn:

Nk.8. Hendrik Diederich (1896-1942)

Henk von Meijenfeldt van de tak De Koe is in Amsterdam geboren in 1896. Hij legt in 1919 zijn Groot Ambtenaars Examen af aan de Universiteit van Leiden. Op 25 september van dat jaar trouwt hij in Watergraafsmeer met Maria Pietronella (Rie) Beumer. Zij is in Harderwijk geboren op 16 december 1897. Haar ouders zijn Gerrit Beumer (1861-1937) en Engelber­ta Pietronella Weij­enberg (1859-1935).

Marie Beumer en Henk von Meijenfeldt

Het jonge echtpaar vertrekt aansluitend naar Indië. Zij arriveren in Tinombo op Sulawesi. In 1920 volgt de benoeming van Henk tot Ambtenaar Binnenlands Bestuur in Gorontalo op hetzelfde eiland, in 1924 ambtenaar BB in Den Passar op Bali en in 1927 Controleur 1ste Klasse. Rie is overal onderwijzeres. In 1927 gaat het gezin met Europees verlof en eenmaal terug in 1928 wordt Henk Secreta­ris van de Resident Wes­teraf­de­ling Borneo in Ponti­a­nak. Drie jaar later hetzelfde in Medan.

De volgende kinderen worden geboren in de zijtak Beumer:
81. Engelberta Pietronella (Bep), Menado 6 februari 1921.
82. Maria Hendrika (Kiki), Gorontalo 13 februari 1923, overleden Den Pas­sar 19 februari 1926 (3 jr).
83. Wilhelmina Petronella (Elly), Den Passar 23 december 1925.
84. Catharina Elisabeth (Ine), Pontianak 12 maart 1928.
85. Maria Carolina Frederika (Mieke), Pontianak 2 mei 1930.

Hendrik Diederich von Meijenfeldt

Henk werkt tussen 1934 en 1937 aan zijn promotie in de Let­teren en Indisch Recht aan de Rijksuniversiteit Lei­den en krijgt daarvoor een extra Europees verlof van 6 maanden. In 1937 wordt hij Assistent-Resident in Bengkalis, het jaar daarop in Ambon, tevens burge­mees­ter van Amboina. Hij is voor­zitter van de Stic­hting Bestrijding Tuberculose Amboi­na en lid van de Ver­eni­ging Bestrij­ding Lepra in de Moluk­ken. Als burgemeester van Ambonia op de Molukken is hij geen militair maar bestuursambtenaar. Desalniettemin interneren de Japanse bezetters hem in 1941 in een kamp. Daar overlijdt hij op 20 maar 1942 ten gevolge van dysenterie. (1)

Een treffend bewijs van de aanhanke­lijkheid der bevolking leverde de begrafenis. Zij werd namelijk opge­merkt door een christelijke, Ambonese onderwij­zer. Door enkele tekens wist een der dames die de droeve stoet naar het op verre afstand gelegen kerk­hof begeleid­de, hem te kennen te geven wie er begra­ven werd. De Ambo­nees verdween ij­lings. Toen de stoet onder bewaking van Japanse militai­ren bij de begraafplaats was aangekomen traden opeens een aan­tal Ambonezen (alle christelijke onderwijzers) te­voor­schijn die zonder dralen de baar uit de handen der Jappen overnamen. Deze waren door het volkomen onver­wachte optreden der Ambonezen dermate onthutst, dat zij zich in het geheel niet verzetten.
Tijdens de gang naar de groeve werd stil op de muur waar­langs de baar gedragen werd een mand met orchi­deeën ge­schoven, welke prachtige bloemen ook later het stoffelijk overschot in het graf dekten.

De dochter van Resident H.J. Jansen schrijft het volgende over de laatste tijd in het kamp:

Bovendien werd ik vaak duizelig van moeheid en ondervoeding en ik betrapte me tijdens het verzorgen van één van onze aardigste kennissen, de heer von Meyenfeldt, een assistent-resident, een keer op de wens: “Ging je maar dood, ik kan je potje bijna niet meer legen.” Ik schrok erg van mijn gedachte. (…) De vrouw, die haar braaksel altijd liet lopen, genas, maar meneer von Meyenfeldt stierf en ik voelde me zo schuldig, dat ik hem een moment had doodgewenst, die lieve, stille, geduldige man, die zich net zo dapper had gedragen als vader.

Zijn weduwe Rie keert na de oorlog met haar dochters naar Nederland terug. Zij gaan wonen in Voorburg aan de Veld­zichtkade 13. Oudste dochter was de laatste periode Den Haag gebleven op Zuidwerfplein 9. Ander adres Sport­laan 992. De weduwe verhuist in 1974 naar Park Boswijk in Doorn en overlijdt op 9 augustus 1993 95 jaar oud in Driebergen, 51 jaar na haar man.

Dochter Elly trouwt met Robert van Luijk, die op 14 mei 1940 had deelgenomen aan de lucht­verdediging van de Rot­terdamse Waalhaven tegen de Duitse lucht­macht, waarvoor hij later het Oorlogsherin­ne­ringskruis krijgt. Na de capitulatie duikt hij in Zeeland onder en neemt daar deel aan het verzet, waarvoor hij tientallen jaren later het Verzetsherdenkingskruis krijgt. Na de bevrij­ding van Zee­land wijkt hij via Brus­sel naar Londen uit en wordt officier en in­struc­teur bij de Royal Air Force.

Nk.9. Johann August (1998-1970)

Jan von Meijenfeldt van de tak De Koe is in Amsterdam geboren in 1898. Hij is werktuigbouwkundige. Hij trouwt in Rotterdam op 6 januari 1921 met Johanna Adriana Wilhelmina (Jo) Delhaas. Zij is in Rotterdam geboren op 23 juli 1896. Haar ouders zijn Reinder Delhaas en Pieternelletje de Wit.

Jan von Meijenfeldt en Jo Delhaas

Het echtpaar gaan aan het Achterom 17a in Delft wonen. Jan werkt in die stad bij de Koninklijke Fabriek F.W. Braat N.V. Hij verzorgt de divisie raam- en deurkozijnen, die sinds de bouw van het Vredespaleis in Den Haag en de Eerste Wereldoorlog flink op gang was gekomen. In 1928 komt een grote order om de ramen voor de Van Nelle fabriek in Rotterdam te vervaardigen.

In de zijtak Delhaas worden drie dochters geboren:
91. Angelika (Like, Ann), Delft 3 mei 1922.
92. Reinelle, Voorburg 14 januari 1929.
93. Johanna (Hans),  Voorburg 27 januari 1931.

Nk.10. Catharina Elisabeth (1901-1986)

Bets von Meijenfeldt van de tak De Koe is in Amsterdam geboren in 1901. Zij trouwt in Amsterdam op 37-jarige leeftijd op 21 juli 1938 met weduwnaar Uno Wijsma, die een dochter in het huwelijk meebrengt. Zij gaan  op de Admiraal de Ruyterweg wonen, schuin tegenover de voormalige woning van oudste broer Evert.

Nk.11. Carolina Frede­rika (1902-1976)

Lien von Meijenfeldt van de tak De Koe is in Amsterdam geboren in 1902. Zij is per 1 juli 1928 schrijfster bij de gemeentesecretarie van Amsterdam en acht jaar later stenotypiste. na het huwelijk van haar zus verhuist zij zelf naar het Roelof Hartplein 4.

Tijdens de bezetting blijft zij op de secretarie van het stadhuis Amsterdam werken. Zij wordt daar op 1 januari 1942 klerk en verhuist 1 december naar de Geuzenstraat 2hs. Op 1 juli 1944 is zij adjunct-commies  op de gemeentesecretarie. Na de oorlog werkt zij nog 15 jaar en gaat in 1960 met pensioen.

Na een kleine drie jaar in huize Schaerweijde aan de U­trechtseweg 75 in Zeist overlijdt zij op 30 augustus 1976 op een leeftijd van 74 jaar, ongehuwd en zonder kinderen. 

Terug   ***   Verder

1. Citaten uit “Libertas ex veritate”, uit­gave van de orga­nisatie van reü­nisten der SSR (Societas Studiosorum Reformato­rum) ter her­denking van haar leden, omgekomen ten gevolge van de Japanse bezetting van het toenmalige Nederlands-Indië, door W.H.C. Knapp, pag 58-61.
2. Nationaal Archief, 2.10.36.21, Inventaris van het archief van het Ministerie van Koloniën: Stamkaarten Oost-Indische Ambtenaren 1917-1952, Stamkaarten Ambtenaren Oost-Indië 1917-1949, kaartenbak 8, nr. 380 Von Meijenfeldt en kaartenbak 1, nr. 517 Beumer. Nationaal Archief, 2.19.255.01, Correspondentie Oorlogsgravenstichting.