2.6. Eeuwwisseling

Het overlijden van stamhouder Carl von Meijenfeldt kort voor de eeuwwisseling markeert het einde van de tweede generatie. Alleen Naatje Kennedij – inmiddels tien jaar weduwe van Hendrik en beroofd van haar vier kinderen – leeft nog in Dordrecht. De derde generatie bestaat uitsluitend uit Carls zes kinderen in Amsterdam en ook Dordrecht. 

Naatje op de Dam
Eervolle verbastering van het monument “Eendracht der Hollandsche Naatie” voor de Tiendaagse Veldtocht

De vierde generatie verdient nu eindelijk aandacht, want die is al sinds 1875 in aantocht. De kinderen dragen doop- en roepnamen volgens strikte regels van vernoeming: afwisseling van de familie van vader en moeder, eerst grootouders dan ooms en tantes, voorrang voor de overledenen. Zodoende dragen alle eerstgeboren zonen één enkele voornaam Carl. Veel dochters heten Petronella Wilhelmina. Al die namen zijn tot nu toe niet genoemd om geen draaikolk van namen te krijgen. Een meesterverteller als Gabriel Garcia Marquez weet daar wel raad mee in “Honderd jaar eenzaamheid”, maar in een kroniek als deze moeten de familieverbanden helder zijn. Nu kan niet meer gewacht worden, omdat het oudste kleinkind bij de eeuwwisseling al bijna 17 jaar oud is.

Het chronologische verhaal gaat hierna gesplitst verder per gezin, met een aanloop terug in de negentiende eeuw tot een pauzemoment rond 1930.
— Om te beginnen gaat het om de twaalf kinderen die Cato ter wereld bracht in het gezin Van der Tas.
— Everts vrouw Jo van Leusden baarde in Dordrecht zeven kinderen.
— In Amsterdam kregen Carl en Margré de Haas vijf keer een kind.
— Bij Frits en Engeltje de Koe zijn negen kinderen geboren en komen er nog twee bij.
— Jan blijft ongehuwd en kinderloos.
— Hendrik en Anna Augustijn tenslotte krijgen na hun eerste nog drie kinderen na de eeuwwisseling.
Hierna gaat het vanaf 1930 één voor één verder met de takken van de moeders Van Leusden, De Haas, De Koe en Augustijn.

De gesplitste behandeling betekent niet dat de takken los van elkaar staan. Integendeel, in het echte leven vormen zij onderling een hecht sociaal netwerk. Veruit de meeste gezinsleden wonen in Amsterdam. De kinderen gaan naar dezelfde scholen. Op zondag gaat iedereen naar dezelfde kerk, nuttigt tussen de twee erediensten in gezamenlijk in een voor- en achterkamer koffie of een glaasje en houdt strenge zondagsrust. De post en de trein houden de lijntjes naar de families in Dordrecht kort. De kinderen gaan vaak logeren en wonen langere perioden bij elkaar. Tussen de aangetrouwde families bestaan langdurige vriendschappen en zelfs huwelijken. Aldus vormt zich een fijnmazig gereformeerd ecosysteem.

Terug   ***   Verder