De vijf kinderen in de zijtak Van Apeldoorn leven als volgt:
Nk.21. Enny (1913-1990)

Oudste dochter Engeltje voltooit in Indië de Hogere Burger School. Terug in Nederland vervult zij diverse kantoorbanen in Nederland, maar vertrekt steeds in verband met haar cheffin. Tijdens de bezetting behaalt zij haar diploma onderwijzeres, mede om te voorkomen onder een NSB-chef te moeten werken. Na de bevrijding vervult zij weer diverse kantoorbanen. Zij krijgt een opname in het psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang in Bennebroek met diagnose schizofrenie en krijgt een behandeling met shocks terwijl zij op de wasserij werkzaam is. Zij krijgt ontslag uit het ziekenhuis, verhuist naar een pension, treedt in dienst van sociale werkplaats Meer en Bosch en wordt arbeidsongeschikt verklaard. In 1969 is zij medewerkster van De Macht van het Kleine (fonds voor epilepsiebestrijding) en woont in 1975 in Haarlem aan de Jansweg 39 (Hofje van Staats, kamer 29). In 1978 gaat zij met pensioen en onderneemt veel buitenlandse vakantiereizen. Na een heupbreuk volgt een heropname in psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang te Bennebroek en in 1989 haar onderbewindstelling. Na een moeilijk leven vol strijd overlijdt zij daar onverwachts op 29 oktober 1990. Zij is ongehuwd en heeft geen kinderen.
Nk.22. Gerard (1915-1992)

Oudste zoon Gerard gaat op zijn 19de bij de gemeentepolitie werken. Hij neemt op 15 juli 1941 twee diensten over. Aanvankelijk geeft hij gehoor aan de oproep van de Nederlandse regering in ballingschap tot heimelijke tegenwerking. Op 30 december 1942 wordt hij door twee collega’s gearresteerd. Hij is bij oom Frits uit de tak De Haas in het keldercomplex van het Bachplein bij nr. 7 in het onbewoonde voormalig Joodse huis door een raam naar beneden geklommen. Daar wordt hij aangetroffen met vet, schrijfpapier en twee nijptangen in zijn bezit. Zijn ouders worden gewaarschuwd en hij wordt afgevoerd naar bureau Leidseplein. De jaarwisseling moet hij daar doorbrengen en op 2 januari 1943 wordt hij overgedragen aan de Sicherheitsdienst van de bezetter aan de Euterpestraat. De Duitsers hebben niet door dat hij met zijn oom Joden helpt onderduiken .
Zekerheidshalve besluit Gerard zelf onder te duiken. Met behulp van de groep van prof. dr. Jan Coops gaat hij aan het illegale werk meedoen. Januari 1944 brengt hij heimelijk thuis door om zijn vader te verzorgen, die door blaaskanker maagbloedingen en hikaanvallen heeft (zelfs bij de buren Boelhouwer te horen) en tenslotte overlijdt. Gerard heeft zich onder de naam Wim de Ridder vermomd met bril; als hij die bril breekt en zijn vaders bril gebruikt, moet hij deze wegens de sterkte op het puntje van zijn neus zetten. (1)
Gerard voegt zich september 1944 bij de K.P. met schuilnaam Henk van Overvest. Op 15 maart 1945 als Chef-Staf Gemotoriseerde reserve K.P. Amsterdam de leiding over een transport per bakfiets van 103 overalls en 85 helmen, waarbij hij door toeval gewapend is. Doordat het afleveradres achter de Marnixstraat 202 draalt met het in ontvangst nemen van de goederen ontstaat fatale vertraging. De onderscharleider der Landwacht Berend IJpelaar komt aanlopen, trekt zijn wapen en gelast de vier mannen op een rij te gaan staan. Van een moment van onoplettendheid maakt Gerard gebruik om zijn wapen te trekken. Zij schieten gelijk op elkaar; ook twee van de anderen vuren schoten af. Gerard vlucht met de bakfietsrijder weg en wordt achternagezeten en beschoten, waardoor de andere twee kunnen wegkomen. Uiteindelijk blijkt IJpelaar met vier kogels te zijn neergeschoten; de Sicherheitsdienst weet de zaak niet op te lossen.
Meteen na de bevrijding krijgt Gerard op 8 mei rechtsherstel in functie. Hij wordt op 12 september gedetacheerd als Militaire Commissaris voor Inbewaringstelling en Vrijlating van politieke delinquenten bij het parket van het Bijzonder Gerechtshof van Amsterdam en 1 februari 1946 als Officier Fiscaal daarbij. Op 10 april 1947 treedt hij uit dienst van de gemeentepolitie en in dienst als Ambtenaar bij het Openbaar Ministerie te Alkmaar, waar hij op 24 november Hoofd Parket wordt. In militaire dienst klimt hij op 3 maart 1948 op tot kapitein en is 10 april 1954 reserve kapitein. Hij krijgt op 24 augustus 1960 ontslag uit militaire dienst.
Op 28 mei 1954 huwt Gerard in Heemstede met het buurmeisje van zijn ouderlijk huis. De bruid is Nellie Goverdina Boelhouwer, geboren in Heemstede op 9 november 1913, dochter van Johannes Boelhouwer (1878-1954) en Ida Hendrika Gaikhorst (1881-1953). De kerkelijke inzegening vindt plaats door broer dominee Frits. Nellie is bij het huwelijk 40 jaar oud. Kinderen komen er niet. Zij gaan wonen in de Wentholtlaan 20 in Heiloo.
Op 10 november 1954 is Gerard waarnemend Substituut Officier van Justitie te Alkmaar. Hij stapt per 2 januari 1957 over naar Utrecht, waar hij Substituut Officier van Justitie wordt. Op 21 november 1959 zet hij een grote stap: hij wordt Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie te Hollandia.
01-02-1961 Terugkeer als Officier van Justitie te Utrecht;
# Utrecht, Karel Doormanlaan 19;
20-07-1966 Officier van Justitie, eerste klasse;
1970 Voorzitter Werkgroep Gevangeniswezen College van Advies ARP;
01-02-1980 Pensioen;
# (weduwe) Utrecht, Sf Tuidorp-Oost 12-8, Winklerlaan 365.
Eind 1959 neemt Gerard op zijn 40ste de functie aan van procureur-generaal bij het Hof van Nederlands Nieuw-Guinea. In november 1960 werkt hij al weer in Nederland ten gevolge van de Affaire Gonsalves.
Nk.23. Dien (1917-2007)
Gerridina …
Nk.24. Frits (1919-2000)
Frederik Hendrik …
Nk.25. Maria (1923-2012)
Maria …
