De derde generatie van de familie Von Meijenfeldt sluit af met haar jongste telg Hendrik Diederich. Rond de eeuwwisseling werkt hij vijf jaar bij De Nederlandsche Bank. Hij is getrouwd met Anna Pieternella Augustijn. Haar broer Govert bouwt de pottenbakkerij De Kat vanaf dan uit tot een beroemde kunstwerk-aardefabriek.
Net voor de eeuwwisseling op 28 augustus 1899 komt een kind ter wereld en wordt op 26 september gedoopt. Het is een eerste zoon, dus krijgt hij volgens traditie de naam Carl. Grootvader en stamhouder Carl maakt dat echter niet meer mee, want hij is een half jaar eerder gestorven. Op 7 november 1900 wordt een dochter Petronella Maria (Ella) geboren en in de Keizersgrachtkerk op 28 november gedoopt. De volgende dochter leeft maar zeven maanden. Maria Petronella Wilhelmina wordt geboren op 28 oktober 1901, gedoopt 13 november en overlijdt op 4 juni 1902. Het vierde kind ziet pas zes jaar later op 21 april 1908 zijn eerste levenslicht. De zoon wordt 10 mei gedoopt met de namen Govert Johannes Hendrik, namen uit het geslacht Augustijn. Dit is het laatste kind in het gezin Augustijn en in de vierde generatie van de familie Von Meijenfeldt.
Hendrik krijgt in 1911 de aanstelling tot Tweede Voorzitter van het Weduwenfonds van Beambten van De Nederlandsche Bank. Voor de Gereformeerde kerk is hij deputaat voor de kascommissie voor de zending. Hij wordt in 1916 gekozen in het bestuur van de Vereeniging voor Gereformeerde Scholen in Amsterdam. In 1920 begint hij als Ouderling in de Keizersgrachtkerk. Vanaf 1922 werkt Hendrik op het kantoor van de bank aan de Herengracht 461-463.

Na het vieren van zijn ambtsjubileum en zijn pensioen overlijdt Hendrik in Amsterdam op 14 januari 1931 en wordt drie dagen later begraven op de Nieuwe Ooster begraafplaats. Weduwe Augustijn gaat aan de Rijksstraatweg in Heiloo wonen, niet al te ver van haar zoon Carl, die in Almaar beroepen is. Haar dochter Ella en zoon Govert verhuizen mee. De eerste volgt een opleiding bij Schoevers, de tweede studeert klassieke talen aan de Vrije Universiteit. Anna Augustijn overlijdt in Alkmaar op 2 augustus 1939 en wordt drie dagen later begraven op de Gemeente Begraafplaats.
Carl studeert theologie aan de Vrije Universiteit. Na zijn studie trouwt hij in 1924 met Willie Minderaa. Zij is in hetzelfde jaar en dezelfde stad geboren als Carl. Carl wordt in 1924 op zijn eerste post voor de Gereformeerde Kerk beroepen in Vrouwenpolder-Gapinge, Zeeland. In 1928 gaat hij naar Rotterdam-Feijenoord en in 1931 naar Alkmaar, waar hij tot zijn emeritaat zal blijven.
![]() Carl von Meijenfeldt |
![]() Carl von Meijenfeldt en Willy Minderaa |
Govert behaalt cum laude zijn doctoraalexamen Klassieke Talen. Tijdens zijn studie bekleedt hij menig bestuursfunctie in de oratorische vereniging Forum en regisseert de toneelvoorstellingen. Hij is thuis strak opgevoed:
Zwemmen bijvoorbeeld kan hij niet: vroeger mocht je niet zwemmen. Misschien dat hij daarom nu wat soepeler is, omdat hij zelf zo streng is opgevoed. Je ging vroeger ook niet naar een toneelstuk. Soms kwam er een oude oom op bezoek en die nam ze dan stiekem mee naar een toneelstuk, maar van zijn ouders mocht dat niet. En dat terwijl hij er dol op is.
Govert wordt in de crisisjaren gasruiker bij het gemeentelijke gasbedrijf. In die jaren doet hij aan familie-onderzoek en leert hij Zweeds. Hij vertaalt twee boeken van het Zweeds in het Nederlands: “Orjan van Boda” van Albin Widén en “Het huis bij Solviken” van Paul Michael Ingel. (2) Hij probeert docent te worden en dat lukt enkele keren op tijdelijke basis op zijn oude school, het Gereformeerd Gymnasium, en op het Nieuwe Lyceum in Hilversum (inval voor de gemobiliseerde docent Reitsma, een studiegenoot en later zijn conrector in Amersfoort).
Vader Hendrik overlijdt in 1931 en moeder Anna Augustijn in 1939. Gelet op alle onderlinge briefwisselingen en rouwadvertenties bij hun dood is er in de derde generatie nog echt sprake van één familie, waarin alle leden contact met elkaar hebben. In de vierde generatie versnippert het, omdat de omvang toeneemt en de meerderheid niet langer in Amsterdam woont. Sommigen vertrekken naar het buitenland, zoals Ella en Govert. Ella wordt gouvernante in Londen.

Ella von Meijenfeldt
Govert is van 1939 tot 1950 leraar aan het Prinses Beatrix Lyceum in Zwitserland. Na zijn terugkomst aanvaardt Govert een functie als conrector in Heerlen aan het Grotius College en gaat aan het Tempsplein 25 wonen. In 1952 trouwt hij met de administratrice van die school, Elly Woldringh.
Woldringh is een geslacht uit Groningen. Elly’s eerst bekende voorvader is Cornelis Woldringh (1623-1698), die na zijn studie theologie in Groningen beroepen werd in Saaxumhuizen. De reeks van vader op zoon luidt vervolgens Johan (1660-1711), vele jaren Gezworene van de stad Groningen, Gerard (1684-1764), luitenant-kolonel bij de infanterie, Jan Gerard (1717-1783), idem, Gerard Gilles (1756-1832), rechter en raadslid, Jacob (1794-1878), raadsheer Gerechtshof, Gerard Gilles, (1825-1896), kapitein schutterij, Jacobus (1856-1936), commies strafgevangenis, en Gerard Gilles (1891-1963), bouwtechnisch tekenaar.
Govert en Elly gaan aan de Kemmerlingstraat wonen. In 1954 kan Govert aan die school rector worden, maar kiest voor een gelijke functie in Amersfoort. Op zijn voorstel wordt het Christelijk Lyceum gedoopt tot Corderius Lyceum, later College. Aan deze school is hij bijna 20 jaar rector, in welke periode het leerlingtal groeit van een kleine 100 naar 2000. Aanvankelijk woont het gezin met drie kinderen aan de Pasteurstraat, maar betrekt in 1958 een nieuwbouwhuis aan de Daam Fockemalaan.
In 1960 overlijdt Willy Minderaa, de echtgenote van Carl op 60-jarige leeftijd in Alkmaar. Carl gaat daar met emeritaat en besluit bij zijn oudste zoon Henk en diens vrouw te gaan wonen als buurman in Nunspeet. In 1970 verhuist hij mee naar Leerdam.
Ella komt in 1965 terug uit Engeland vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en kiest er voor in dezelfde stad Amersfoort (aan de Stadsring) als haar broer Govert te gaan wonen. Deze is van 1966 tot 1970 ouderling van de vrijzinnig protestante Bergkerk in Amersfoort. Daarnaast is hij in die stad bestuurslid van de Openbare Bibliotheek en Pro Juventute. Ook is hij bestuurslid van de Vereniging van rectoren van Nederlandse Lycea, Algemene Vereniging Schoolleiders en de Kring Rectoren Midden-Zuid. Hij is lid van de Staatscommissie VWO-HAVO-MAVO en het bestuur van de Stichting Vrije Leergangen Vrije Universiteit. In 1973 gaat hij met pensioen en wordt in aanwezigheid van gezin, broer en zus tijdens het afscheid onderscheiden tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. (1)
![]() Govert von Meijenfeldt |
![]() Elly Woldringh |
In 1975 overlijdt Carl in Utrecht op 76-jarige leeftijd. Dat jaar wordt Govert voorzitter van de Stichting Dagverblijven schoolgaande jeugd Amersfoort (Boddaert-tehuis), docent aan het Instituut Blankensteijn te Utrecht en lid van de Staatscommissie Open School. Hij overlijdt in 1978 te Amersfoort op 69-jarige leeftijd. In 1983 overlijdt Ella te Amersfoort (op 83-jarige leeftijd). Zoals Naatje Kennedij als enige weduwe van de tweede generatie de eeuwwisseling meemaakt, overkomt Elly Woldringh, de weduwe van Govert, dat in de vierde generatie. Zij overlijdt in 2006 op 86-jarige leeftijd, als laatste van de vierde generatie van de familie Von Meijenfeldt.
Terug *** Tak Augustijn *** Verder
1. Kanselarij der Nederlandse Orden, Staatscourant 1973, 131, Gedecoreerden.




