Frits (Nk.33) meldt dat tijdens de Pruisische inval in de Republiek op 13 september 1787 bij een familie Van Gendt in Nijmegen een luitenant der huzaren Carl August von Meyenfeldt werd ingekwartierd. (1)
Het voorspel van de inval is het einde van de vierde oorlog met Engeland in 1784, het sluiten van een alliantie met Frankrijk in 1785 en de Patriotten die in de grote steden het heft in handen nemen en prins Willem V van Oranje ontslaan als kapitein-generaal. De directe aanleiding is het terugsturen van Wilhelmina van Pruisen bij Goejanverwellesluis naar haar man in Nijmegen. Zij beweegt haar broer de koning van Pruisen een inval in de Republiek te doen. Onder leiding van veldmaarschalk hertog van Brunswijk arriveren bijna 20.000 man op 13 september 1787 in Nijmegen, waar zich 6.000 stadhouderlijke huurlingen bevinden.
Die dag besluit Brunswijk het grenadierbataljon van Bonin als bescherming in Nijmegen achter te laten en in te kwartieren bij bewoners. Met zijn leger trekt hij verder en weet de Republiek binnen een maand onder de Prins terug te brengen. Verscheidene bij Amsterdam gelegerde bataljons treden in dienst van de Staten-Generaal: op 22 februari 1788 2.906 man, op 5 mei van dat jaar nog een korps van 3 bataljons van totaal 1.000 man (2 bataljons musketiers uit Rostock onder Von Gluër en 1 bataljon grenadiers uit Schwerin onder Von Both) van hertog Friedrich Franz von Mecklenburg-Schwerin und Güstrow. Onderzoek levert op dat hier geen Meyenfeldt bij aanwezig is en dat uiteindelijk alle militairen in 1796 naar Duitsland zijn teruggekeerd. (2)
Naar alle waarschijnlijkheid wordt gedoeld op de Pruisische luitenant der huzaren Carl Albrecht von Meyernfeldt. Hij is op 19 januari 1746 gedoopt in de lutherse kerk van Damgarten, 40 km westelijk van Stralsund. Soldaat nr. 41 in Zweeds eskadron Quillenstedt, strijdt in de Pommerse Oorlog, maar deserteert 16 december op zijn paard en bagage aan het front bij Meijenkrebs voor Demmin. (3)
Zijn vader Anton is tussen 1738 en zijn dood in 1757 burgemeester en stadsrechter van Damgarten. In 1736 had hij een aanvraag ingediend bij het stadsbestuur van Stralsund om een tabaks- en kaartenfabriek te stichten. Koopman Claude Riquer dient bij rechtbank van Stralsund klachten in tegen zijn moeder wegens achterstallige woninghuur en warenlevering. (4)
Carl Albrecht heeft nog een broer Anthon Siegmund uit 1751 en drie zussen: Johanna Barbara (1748), Maria Elisabeth Henriëtte (1754) en Louisa Christina. Zijn tweede zus overlijdt in Berlijn en wordt 7 augustus 1814 in de Ev.-Luth. Jerusalemskirche begraven. Zij derde zus trouwt in 1778 in Stralsund Johann Karl von Kahlden, die luitenant in Engelse dienst is. Nog een broer kan zijn Johann, koopman in 1764 en boekhouder van het Tabaksbestuur in Damgarten in 1784. (5)
Ook is er nog een von Meyernfeldt 1745-1747 notaris in Wismar en Daskow bij Hertog Carl Leopold van Mecklenburg en het Koninklijk Zweeds Tribunaal. (6)
Een tijdgenoot van zijn vader is Johann Baptist Meiern. Hij werkt onder graaf T.A.R. von Harrach voor keizerin Maria Theresia en wordt geadeld met de naam von Meyernfeldt. Zijn zoon Johann Ehrenfried Joachim, geboren 1741, is GeheimOberFinanzRat in Greifswald. Op 18 april 1768 wint hij 12 rijksdaalder en 12 groszer bij de 70ste trekking van de Koninklijk Pruisische Loterij. Hij verhuist naar de Schützenstraβe 13 in Berlijn. Daar ziet hij hoe de Franse kolonie zijn armen van brandhout voorziet. Hij vraagt en krijgt in november 1779 toestemming om hetzelfde te doen voor de Duitse armen. Hij richt statutair de “Gesellschaft deutscher Nation zur Versorgung wahrer Hausermen in Berlin mit Brennholz” op. Gedurende 51 jaar is hij de leidende kracht van deze succesvolle en uitdijende beweging. In zijn testament van 1802 regelt hij dat 700 rijksdaalder staatsleningen vrijkomen voor schrijfbehoeften. dat gebeurt op 23 januari 1830 bij zijn overlijden. Drie dagen later is zijn begrafenis in de Jerusalemskirche in Berlijn.
Twee broers Meyeren worden op 7 juni 1729 rijksridder von Meyernfeldt in Laxenburg. Anton Joseph is keizerlijk Konfinienzsekretär in het koninkrijk Slavonië (nu Kroatië). Broer Carl Roman heeft een hoofdadministrateur Maximilian Alram. Hij was onder andere tabaksondernemer en betrokken bij de Beierse opstand. In 1729 diende deze met Anton Joseph een smeekbede in bij landsvorst Maximalian II Emanuel (Bay HStA GR 1541/7 Bay Franziskanerprovinz).
Wappen: Quadriert g. s. 1. u. 4. „ein aufrecht stehender halb doppelter schwartzer Adler mit offener Flügel roth aus¬ schlagenter Zungen und von sich spreitzenden Waffen zu ersehen ist“ (wahrscheinlich halber Doppeladler am Spalt) ; 2. u. 3. r. Balken aus dem drei gr. Tannen wachsen, unten zwei r. Rosen. Gekrönter Turnier¬ helm: Zwischen zwei g. # — r. s. geteilten Büffelhörnern wach¬ sender, bärtiger geharnischter Mann, die Sturmhaube mit Reiherbusch besteckt, in der Rechten eine r. Rose an gr. -beblättertem Stengel haltend. Decken: 4t g. — r. s.
Joseph Leon von Meyernfeldt dient in 1730 een klacht in over het tabaksmonopolie van de Keurvorst van Beieren. Hij is in Wenen getrouwd met barones Theresia von Huberin en heeft bij haar drie in Wenen St. Ulrich of Widen gedoopte kinderen: Franciβka, Theresia Cajetana en Maximilian.
Johann von Meyernfeldt is in 1796, 1801 en 1806 tweede luitenant in de Koninklijke Pruisische Armee, eerst in Erlangen in een compagnie jagers onder majoor Von Tümpling in de Ansbach-Bayreuthische Inspection onder luitenant-generaal Erfprins van Hohenlohe, daarna in Westfalen. In 1809 wordt hij op verzoek afgedankt, nadat zijn regiment jagers te voet is opgeheven in verband met de Franse bezetting. (7)
Maria Theresia von Meyernfeldt overlijdt 1815, is in Trier-St. Gangolf getrouwd met Damian Friedrich Christian Müller, met wie zij in 1782 een zoon krijkt in de Berlijn Infanterie Regiment 13 kerk.
1. Een jonkheer Van Gendt haalde deze informatie uit een Deens boekwerk over adellijke geslachten. Brief van Frits von Meijenfeldt (Nk.33), Baarn 14 augustus 1984 [CH-39].
2. Brieven van Militärarchiv, Bundesarchiv Freiburg, 3 december 1990 [CH-177], Mecklenburgisches Landeshauptarchiv (v/h Staatsarchiv) Schwerin, 25 januari 1991 [CH-186], Niedersächsisches Staatsarchiv Wolfenbüttel, 29 januari 1991 [CH-198] en Sectie Militaire Geschiedenis van de Koninklijke Landmacht, ‘s-Gravenhage 11 januari 1996 [CH-278a]. T.Ph. von Pfau (vert.), “Geschiedenis van de veldtogt der Pruissen, in Holland, in 1787”, Amsterdam 1792. Th. von Troschke (vert.), “De Pruisische veldtocht in Nederland in den jare 1787”, Gouda 1875. J.C. Wagner, “Mecklenburgsche troepen in Nederlandsche dienst 1788-1796”. Gerd Brügmann, “Ein vermißtes Kirchenbuch taucht wieder auf”, Zeitschrift für Niederdeutsche Familienkunde 1966, blz. 73-75. J.P.C.M. van Hoof, “Militairen in de Bataafs-Franse tijd”, Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie 1995, pag. 204.
3. Krigsarkivet Stockholm, 0023/0/1555-1557, Blå Putbus Husarenregiment 1761, 1762 en 1762.
4. Stadtarchiv Stralsund 01.03.03.04.05. Rep. 3, Nr. 6860 en 6887.
5. Evangelisches Pfarrambt Stralsund, St. Marien 1778/203.
6. “Vollständige Samlung von Actis Publicis und Staats Schriften (…) unter Kayser Franz”, deel 5, Frankfurt am Main 1751. pag. 199-204. Mandaten 9 en 28 juli 1745 bij het Tibunal tegenover bewindvoerder Stübner.
7. J.F. Gauhe, “Des Heil. Röm. Reichs Genealogisch-Historischen Adels-Lexici”, Leipzig 1747, deel II, pag. 727-728.