Zo weinig er van de Franse dienst van de stamvader bekend is, zo veel is er in die periode van zijn zus bekend. Augusta Juliana woont inmiddels op het landgoed Medrow van het Zweedse geslacht. De familieleden zelf laten zich daar niet veel zien, want in 1771 is de oude gravin von Barnekow overleden en in 1775 heeft graaf Carl Friedrich jr zich onder financiële curatele laten stellen en is naar zijn landgoed Ugerup in Zuid-Zweden verdwenen. Zijn curatoren Johann Christian PommerEsche en Friedrich Joachim Hagemann wikkelen zijn schulden af, onder andere bij Thilo, de inspecteur van het landgoed Medrow, en bij en Steinmann, de landgoedpachter van Nehringen. Andere crediteuren, met name zijn zwager Horn, spannen een rechtszaak aan, die op 9 april 1780 eindigt met een arrest van het Koninklijk Tribunaal van Wismar. (1)
Op 3 mei 1783 treedt Augusta Juliana in het huwelijk in het kerkje van Medrow. Zij draagt de titel Jungfr, duidend op een zekere stand en zelfs op maagdelijkheid. De bruidegom is August Christoph Thilo, de zojuist genoemde inspecteur op Medrow. Hij is weduwnaar van huishoudster Christina Regina Berg en maar liefst 51 jaar oud. Na het huwelijk verhuist Augusta Juliana naar het inspecteurshuis in het aangrenzende Loitz, 10 kilometer naar het zuiden. (2)
Op 23 november 1785 wordt een dochter Charlotte Friderica Carolina Augusta geboren. Bij de doop vijf dagen later in de kerk van Medrow zijn getuigen de vrouw van pastor Schröder in Nehringen, de vrouw van opperhoutvester Meijer in Pruisen en hofmeester Hoffmann in Loitz, dan wel hun plaatsvervangers. Op 10 maart 1788 wordt een zoon Friederich August Julius geboren en vijf dagen later in de kerk van Medrow gedoopt.
Plotseling overlijdt Thilo op 24 december 1789 aan een hartinfarct. De begrafenis op het kerkhof van Medrow is vijf dagen later. Zijn dood is weliswaar onverwacht, maar hij ziet nog wel kans op 9 november een testament op te maken. Daarin wijst hij zijn vrouw als vruchtgebruiker aan van zijn erfenis, die hij verdeelt over haar en hun twee kleine kinderen. Omdat moeders in die tijd geen voogd over hun kinderen kunnen zijn, wijst het testament de eerder genoemde Steinmann aan en Friedrich Christoph Karl Hagenow, landgoedpachter van Langenfelde. Het testament krijgt op 10 februari 1790 werkingskracht. Augusta Juliana wil het huis liever afstoten en spreekt op 29 maart met de voogden af het openbaar te verkopen en de inventaris in natura te verdelen. (3)
Zweeds-Pommeren, zuidwestelijke hoek, 1783-1793
Augusta Juliana treedt opnieuw in het huwelijk, opnieuw in de kerk van Medrow, opnieuw met een Thilo en opnieuw met een inspecteur op landgoederen. Naast vier overeenkomsten zijn er vier verschillen. De datum is meer dan vijf jaar later 10 mei 1791, haar titel luidt niet Jungfr maar verwittwete Inspectorin, de voornamen van de bruidegom zijn Theodosius (Theodor) Bernhard Christoffer en diens leeftijd ligt een stuk dichter bij die van de bruid: hij is op 19 augustus 1760 geboren in Groβ Teetzleben, in het nabij gelegen Pruisisch-Pommerse district Demmin.
De nieuwe bruidegom is in rechte lijn zoon van een reeks pastors met de voornaam August in het district Demmin in Pruisisch-Pommeren. Zijn overgrootvader (1653-1713) staat in Liepen. Zijn grootvader (1688-1748) wordt beroepen om hem op te volgen en neemt daartoe afscheid van koning Karel XII in Turkije, waar hij baron Johann August von Meijerfeldt sr tweemaal kon ontmoeten. Zijn vader (1728-1804) staat in Groβ Teetzleben en later Klatzow. Zijn moeder sterft als hij vier is bij de geboorte van zijn zusje en zijn vader hertrouwt datzelfde jaar. Van zijn tien broers en zussen zijn er twee pastor en twee inspecteur of pachter. (4)
Misschien is Theodor gekoppeld door zijn nicht Sophie Elisabeth Thilo, de 34-jarige dochter van zijn vader’s broer Johann Thomas, pastor in Stolpe. Zij is dezelfde als de doopgetuige bij het eerste kind van Augusta Juliana in 1785 die werd aangeduid met “de vrouw van opperhoutvester Meijer in Pruisen”. Eind 1779 was zij namelijk getrouwd met Meijer, opperhoutvester in Rothemühl. Die achternaam Meijer zal geen toeval zijn.
Nadat dit tweede huwelijk is gesloten volgt de definitieve afwikkeling van het testament van de overleden Thilo op 24 en 25 mei 1791 in een protocol met de twee voogden. De meubels worden precies verdeeld, maar op het huis blijkt nog geen bod te zijn gedaan. Eind december lukt het alsnog het huis voor 600 rijksdaalder te verkopen aan koopmansweduwe Jael Voss. De opbrengst vloeit naar de boedel.
Die zomer komt de Zweedse graaf eindelijk over naar Stralsund en zijn landgoederen. Hij is veldmaarschalk maar heeft net ontslag uit het leger genomen en zijn oudste zoon en zijn broer begraven. Nu is hij eigenaar van alle Pommerse bezittingen. Vermoedelijk ontmoet de graaf Augusta Juliana en regelt dat haar nieuwe man Gutspächter kan worden. Zij verhuist met hem en haar twee kinderen naar het domein Wolfsdorf, 25 kilometer noordelijk van Medrow, vlak onder de plaats Frantzburg. In plaats van een inspecteurssalaris leeft het gezin van de opbrengsten van het land, waaruit ook de keuterboeren en dagloners en de pachtsom betaald moeten worden.
In Wolfsdorf komt zeven maanden na het huwelijk een tweeling ter wereld: Ernst August Wilhelm en Johan Carl Ulrich. In zijn doopboek schrijft de plaatselijke pastor Johan Conrad Erichson in een N.B. dat tussen de geboorten 60 uur verschil zit. De doop is op één en dezelfde datum 13 december 1791, maar de peetouders verschillen. Bij de oudste zijn drie familieleden getuige: grootvader August en oom Ernst Thilo plus tante Wilgohs. Bij de doop van de jongste is onder andere vrouwe Bamberg van het zuidelijk aangrenzende landgoed Hohen-Barnekow getuige. Op 5 december 1792 komt een zoon Friedrich Christopher Ludwig ter wereld en wordt op 11 december gedoopt. Daarmee heeft Augusta Juliana vijf kinderen te verzorgen. (5)
1. Credit-Wesen des Obristen und Ritters, Grafen Carl Friedrich von Meijerfeldt betreffend, Stadtarchiv Wismar, Wismarer Tribunal, Relationen 02, 1780 II nr. 20, fol. 323-382.
2. Pfarramt Glewitz, Der Kirchen zu Glewitz und Mederow Tauf=, Trau= und Taube=Register vom Jahre 1729 bis zum Schlusse des Jahres 1791.
3. Landesarchiv Greifswald, Wismarer Tribunal, Relationen, Urteilsbegründungen des Assessoren, 010.01. Schwedische Regierung Stralsund, 1805 IV nr. 6, fol. 1-88.
4. M. Thilo, “Mitteilungen zus Geschichte des (pommerschen) Geschlecht Thilo“, Stolp 1930, nummer 55.
5. Ev.-Luth. Landeskirchliches Archiv Greifswald, KG Franzburg-Land, Kirchenbuch oder Verzeichnis aller der Wolfsdorffer 1763-1815, fol. 51-55.