De andere zoon in het gezin Augustijn is Govert Johannes Hendrik von Meijenfeldt, geboren op 21 april 1908 in Amsterdam. Na het overlijden van dochter Maria in 1902 en een verhuizing naar de 1ste Helmersstraat 87 is vader Hendrik inmiddels 43 jaar oud en moeder Anna 40 jaar. Govert is het laatste kind dat zij ter wereld brengt. Het is daarmee gelijk de laatste van de vierde generatie van de familie Von Meijenfeldt. De doop vindt plaats op 10 mei in de Keizersgrachtkerk. Zijn doopnamen komen uit het geslacht Augustijn. Zijn oom Govert laat de pottenbakkerij De Kat uitgroeien tot een beroemde kunstwerk-aardefabriek.
In 1914 volgt zoon Govert net als zijn oudere zus de lagere school aan Instituut Heerema aan de Keizersgracht 586. Het is een Christelijke Dag- en Kostschool voor kinderen van 6 tot 18 jaar verspreid over negen klasjaren met zo’n 120 leerlingen. Na aanvankelijk financiering uit eigen zak door eerst P. le Grand en daarna R.H. Heerema, krijgt het rijkssubsidie met staatsexamens. Zijn resultaten zijn zodanig dat hij in 1920 aan het Gereformeerd Gymnasium doorgaat.
In het jaar 1927 doet Govert eindexamen β, gevolgd door staatsexamen α. Op 21 maart wordt hij goedgekeurd voor militaire dienst. Hoewel zijn broer vrijstelling kreeg en hij de aantekening ‘kan thuis gemist worden’ krijgt, staat er toch het stempel Buitengewone Dienst. Op 21 september schrijft hij zich als nummer 1284 in bij de Vrije Universiteit voor de studie Klassieke Letterkunde. Gedurende zijn studie overlijdt zijn vader. Op 17 december 1932 behaalt hij zijn kandidaats en op 21 maart 1935 cum laude zijn doctoraal. Tijdens zijn studie bekleedt hij menig bestuursfunctie in de oratorische vereniging Forum en regisseert toneelvoorstellingen.

Govert is thuis strak opgevoed: (1)
Zwemmen bijvoorbeeld kan hij niet: vroeger mocht je niet zwemmen. Misschien dat hij daarom nu wat soepeler is, omdat hij zelf zo streng is opgevoed. Je ging vroeger ook niet naar een toneelstuk. Soms kwam er een oude oom op bezoek en die nam ze dan stiekem mee naar een toneelstuk, maar van zijn ouders mocht dat niet. En dat terwijl hij er dol op is.
In de crisisjaren dertig is het niet gemakkelijk een betaalde functie te vinden. Govert wordt bij het Amsterdamse gasbedrijf gasruiker: met een apparaat en vooral zijn neus in de straten leidingen en koppelingen op lekkages van stadsgas controleren. In die jaren leert hij als onderdeel van zijn familie-onderzoek Zweeds en vertaalt in opdracht van de uitgever twee stichtelijke romans uit het Zweeds in het Nederlands: “Orjan van Boda” van Albin Widén en “Het huis bij Solviken” van Paul Michael Ingel.
Een gasruiker op de Keizersgracht |
![]() |
Tussen 1936-1937 en 1938-1939 lukt het met op zijn oude school het Gereformeerd Gymnasium Oude Talen te doceren. Op het Nieuwe Lyceum in Hilversum kan hij invallen voor de gemobiliseerde docent Reitsma, een studiegenoot, die later bij hem conrector in Amersfoort zal zijn. Nadat zijn moeder op 2 augustus 1939 gestorven is verhuist hij van Heiloo terug naar Amsterdam. Hij huurt een kamer op de Frans van Mierisstraat 97, maar kan op 22 september 1939 spoorslags naar het buitenland vertrekken. Govert gaat niet naar Indië en vlucht ook niet voor de Duitsers, maar is aangenomen bij het Prinses Beatrix Lyceum in Zwitserland.
Na zijn terugkomst in Nederland in 1950 aanvaardt Govert een functie als conrector in Heerlen aan het Grotius College. Hij gaat daar aan het Tempsplein 25 wonen. Hij geeft extra toneellessen aan de administratrice Elly Woldringh. dat leidt tot hun huwelijk in Heerlen op 12 december 1952.

Govert von Meijenfeldt & Elly Woldringh
Woldringh is een geslacht uit Groningen. Elly’s eerst bekende voorvader is Cornelis Woldringh (1623-1698), die na zijn studie theologie in Groningen beroepen werd in Saaxumhuizen. De reeks van vader op zoon luidt vervolgens Johan (1660-1711), vele jaren Gezworene van de stad Groningen, Gerard (1684-1764), luitenant-kolonel bij de infanterie, Jan Gerard (1717-1783), idem, Gerard Gilles (1756-1832), rechter en raadslid, Jacob (1794-1878), raadsheer Gerechtshof, Gerard Gilles, (1825-1896), kapitein schutterij, Jacobus (1856-1936), commies strafgevangenis, en Gerard Gilles (1891-1963), bouwtechnisch tekenaar.
Govert en Elly gaan aan de Kemmerlingstraat wonen, schuin tegenover de schoonouders. In 1954 kan Govert aan die school rector worden, maar een soortgelijke functie kan hij ook in Amersfoort krijgen. Elly kiest voor Amersfoort. Met het eerste kind gaan zij aan de Pasteurstraat 2 wonen, waar nog twee kinderen komen. Het Christelijk Lyceum krijgt op suggestie van Govert na de realisatie van een eigen gebouw in 1957 de naam Corderius Lyceum, later College. Het leerlingtal groeit van een kleine 100 naar een veelvoud. Het gezin betrekt in 1958 een nieuwbouwhuis aan de Daam Fockemalaan 62 in Amersfoort.
Govert is van 1966 tot 1970 ouderling van de vrijzinnig protestante Bergkerk, maar overkoepelt de verzuiling als bestuurslid van de Openbare Bibliotheek en van Pro Juventute. Landelijk is hij bestuurslid van de Vereniging van Rectoren van Nederlandse Lycea, de Algemene Vereniging Schoolleiders en de Kring Rectoren Midden-Zuid. Hij is lid van de Staatscommissie VWO-HAVO-MAVO en het bestuur van de Stichting Vrije Leergangen Vrije Universiteit. Als zijn 65ste verjaardag nadert heeft zijn school 2.000 leerlingen en een dependance. Bij zijn afscheid in 1973 wordt hij onderscheiden tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. (1)
![]() Govert von Meijenfeldt |
![]() Elly Woldringh |
Daarna wordt Govert voorzitter van de Stichting Dagverblijven schoolgaande jeugd Amersfoort (Boddaert-tehuis), docent aan het Instituut Blankensteijn te Utrecht en lid van de Staatscommissie Open School.
Govert overlijdt op 28 januari 1978 te Amersfoort. Hij is 69 jaar oud. Zoals Naatje Kennedij van de tweede generatie als laatste weduwe in 1900 de eeuwwisseling meemaakt, gebeurt Elly Woldringh van de vierde generatie hetzelfde in 2000. Zij woont in De Terp in Amersfoort en overlijdt daar op 23 september 2006 op 86-jarige leeftijd.
Terug *** Na.4 *** Zijtak Woldringh *** Verder
1. Tot onze spijt.
2. Kanselarij der Nederlandse Orden, Staatscourant 1973, 131, Gedecoreerden.




