1.4. De lange weg naar Moskou

In Saksen beraadt Karel XII zich op zijn volgende veldtocht. De Europese grootmachten houden deze onverslaanbare nieuweling angstvallig in de gaten, ondermeer door voortdurend ambassadeurs naar Altranstädt te zenden. De Zweedse koning overweegt ten gunste van Frankrijk in de Spaanse Successieoorlog in te grijpen, maar de geallieerde opperbevelhebber – de Engelse John Churchill, Hertog van Marlborough – slaagt er in hem daarvan te weerhouden door hem te prijzen als beschermheer van het protestantse geloof. Ook een veldtocht tegen de Duitse keizer in Wenen wordt overwogen maar uiteindelijk verworpen.

Uit het oosten komen berichten die Karel XII tot zijn besluit brengen. De Moskovieten dringen steeds verder op. In de Baltische gebieden zijn nog maar enkele steden in Zweedse handen en in Polen zijn de Moskovieten heer en meester. Het wordt dus een veldtocht tegen zijn laatste vijand, tsaar Peter de Grote. De laatste voelt dat aan en wil tot een vredesgesprek komen, maar Karel XII wijst dat radicaal van de hand.

Karel XII wil bij Peter de Grote de indruk wekken zijn Oostzeeprovincies te willen bevrijden, maar zijn werkelijke plan is direct door te stoten naar Moskou en de tsaar van de troon stoten. Op deze manier had hij met Augustus in Saksen afgerekend. Deze operatie is wel wat zwaarder. Nu moet hij een leger bewapend met zware artillerie over een ongehoord lange afstand (1600 kilometer) door het meest barre gebied en klimaat van Europa zien te loodsen.