1.4. De lange weg naar Moskou

Meijerfeldt heeft zijn kwartier met 71 dragonders in Dippoldiswalde. De Zweedse bezettingsmacht pleegt geen oorlogsmisdaden; Meijerfeldt houdt een strenge tucht in stand, want op 2 september 1706 en 5 april 1707 laat hij één respectievelijk vijf van zijn dragonders publiekelijk op de markt terechtstellen. Hij legt wel zware contributies op (geld, voedsel, verpleging, overnachting, paarden e.d.) voor het onderhoud van zijn troepen.

Van de stad Pirna is wat beter bekend hoe zwaar de bezetting viel. Vergeefs vraagt een delegatie Karl XII uitstel van betaling en op 25 juli moet het gemeentebestuur in hechtenis bij Meijerfeldt. Na 11 dagen komen de burgemeester en zijn twee raadslieden vrij omdat de rijkste burgers 7.700 daalder aan de stad lenen. Tussen 3 en 19 september trekken de Zweedse troepen weg naar Polen en berekent de stad dat de bezetting meer dan 100.000 daalder heeft gekost. Nog in 1712 verkeert de stad hierdoor in betalingsproblemen.

In Saksen beraadt de Zweedse koning Karel XII zich wat hem te doen staat om de grootmacht van Zweden te verzekeren. De andere Europese grootmachten houden deze onverslaanbare nieuweling angstvallig in de gaten, ondermeer door voortdurend ambassadeurs naar Altranstädt te zenden. Karel overweegt ten gunste van Frankrijk in de Spaanse Successieoorlog in te grijpen, maar de geallieerde opperbevelhebber – de Engelse John Churchill, Hertog van Marlborough – slaagt er in hem daarvan te weerhouden door hem te prijzen als beschermheer van het protestantse geloof. Ook een veldtocht tegen de Duitse keizer in Wenen wordt overwogen maar uiteindelijk verworpen. Wolmar Johan Meijerfeldt ontsnapt daarmee uit een mogelijk dilemma.

Uit het oosten komen berichten die Karel XII tot zijn besluit brengen. De Moskovieten dringen steeds verder op. In de Baltische gebieden zijn nog maar enkele steden in Zweedse handen en in Polen zijn de Moskovieten heer en meester. Het wordt dus een veldtocht tegen zijn laatste vijand, tsaar Peter de Grote. De laatste voelt dat aan en doet driemaal een vredesvoorstel. In het laatste voorstel gaat het zelfs zo ver om al zijn veroveringen op te geven, met uitzondering van het kleine Ingermanland met inbegrip van zijn nieuwe in 1703 gebouwde hoofdstad Sint Petersburg. Achteraf is gebleken dat Karel XII dit voorstel ten onrechte niet vertrouwde, waaraan moet worden toegevoegd dat de andere grootmachten hem aanzette Moskou liever een  vrede met geweld af te dwingen.