2.2.5. Legaat

In Pommeren verandert de situatie voor Augusta Juliana intussen flink. De erfgenamen van grootgrondbezitter Henning Christoph von Bassewitz vragen aan Thilo eind 1793 om naast Wolfsdorf ook hun hoofdlandgoed voor zijn rekening te nemen. Het gaat om Schabow met een uitgestrekt park tot aan de rivier de Recknitz. Augusta Juliana volgt hem en verlaat net als haar broer haar land en steekt grens en water over. Dat andere land is het groothertogdom Mecklenburg-Schwerin en het water de rivier de Trebel. De afstand van de reis is wel heel wat korter: 25 kilometer. (1)

Op 28 juli 1794 baart Augusta Juliana op Schabow opnieuw een tweeling: een zoon Albrecht Christian Helmuth en een dochter Ida Elisabeth Wilhelmina. De doop vindt op 1 augustus plaats in de kerk van Behren-Lübchin, acht kilometer zuidelijker. Haar naam luidt hier steeds Meijerfeld. (2)

Op 10 juni 1795 maken de Zweedse graaf en gravin in Stralsund hun testament op, omdat al hun gezamenlijke kinderen nu overleden zijn. Naast de eigen familieleden en de executeur noemt de graaf één persoon expliciet bij naam: zijn natuurlijke dochter.

Testamentum des Grafen von Meijerfeldt und seiner Frau Gemahlinn, alinea 9.b

Het testament vermeldt haar correcte voornamen Augusta Juliana. In haar achternaam volgt op Meyer niet feldt maar een n” vanwege de derde naamval of vrouwelijke vorm. De toevoeging dat zij vroeger op Mederow woonde beklemtoont dat haar aanwezigheid daar geen toeval was, net zo min als haar eerste huwelijk met de oudere inspecteur Thilo. De actuele situatie blijkt ook bekend: het tweede huwelijk met Tilow, de verhuizing naar Mecklenburg, het pachtcontract en de vele kinderen. (3)

De graaf schenkt zijn dochter het grote bedrag van 1.000 (duizend) rijksdaalder, genoeg om er een flink huis van te kopen. Hij verbindt hieraan wel de voorwaarden dat de uitkering plaatsvindt:
– nadat de gravin is overleden (dus wachten tot 1817);
– zonder aftrek van kosten en zonder berekening van rente;
– in handen van haar echtgenoot en niet in die van haar;
– als garantiefonds voor jaarlijkse bedragen, niet als lump sum;
– uitsluitend ter dekking van de pachtsom in Mecklenburg;
– zolang zij leeft en daarna het restant in gelijke delen aan al haar kinderen.

Het tweede huwelijk van Augusta Juliana is weliswaar met veel kinderen gezegend, maar het ontkomt evenmin aan kindersterfte. Op 18 november 1795 overlijdt de 4-jarige Ernst August Wilhelm en op 6 januari 1796 de 1½-jaar oude dochter Ida Elisabeth Wilhelmina.

Linkerkolom de vader: der Pächter Hr. Theod. Bernh. Thilo aúf Schabow
Rechterkolom de moeder: fraú August. Juliane geh. Meijerfeldten

Het gezin is na twee jaar weer op sterkte. Op 16 oktober 1796 wordt zoon Jacob Peter Theodosius (roepnaam Theodor) geboren en op 10 mei 1798 zoon Carl Heinrich. De kerkdiensten in Behren-Lübchin vinden steeds enkele dagen nadien plaats. (4)

Terug   ***   Verder

1. Schwedisch=Pommersch=Rügianischer Staats=Calender, Stralsund 1753-1805.
2. Evangelische Kirche Behren-Lübchin, Taufen, Heiraten u Tote 1766-1884, Doop fol 117, fol. 122 en fol. 127, Begraaf fol. 523 / 185. Tegenwoordig ligt Schabow als dorpskern in de gemeente Lindholz wel binnen de Landkreis Vorpommern-Rügen, langs de autosnelweg A20.
3. Briefwisseling met Riksarkivet Stockholm 1934 [CG-014] en Stadarchiv Stralsund 1984 [CH-59 en CH-63]. Aan Meijer is
vanwege de
derde naamval een “n” toegevoegd. In de zinsconstructie is zij de ontvangende persoon. Dit is te controleren door de vraag te stellen “Wem soll ein vermächtniβ erhalten?” Bij vrouwen wordt in die tijd bovendien “in” of kortweg “n” aan de achternaam van de vader toe te voegen. De archivaris van de stad Stralsund schreef in 1984 in de lastige DDR-tijd zelfs dat in de originele tekst Meyernfeldt staat. Bij het openen van de envelop enkele weken later met de gevraagde fotokopie was de teleurstelling dan ook groot toen er toch gewoon Meyern bleek te staan.
4. Evangelische Kirche Behren-Lübchin, Taufen, Heiraten u Tote 1766-1884, Begraaf fol. 523 / 185, Doop fol 117, fol. 122 en fol. 127.