2.8.2. Van Apeldoorn II

De vijf kinderen in de zijtak Van Apeldoorn groeien in Indië op. Tijdens hun eerste bootreis naar Nederland zijn ze nog jong, herinneren zich de tweede reis in 1928 beter en komen in 1932 definitief terug. In Heemstede hebben zij een sombere tijd met hun 46-jarige werkloze, gefrustreerde en driftige vader en hun moeder die overvleugeld wordt door haar inwonende ongetrouwde zuster.

Nk.21. Enny (1913-1990)

Oudste dochter Engeltje heeft de Hogere Burger School voltooid. In Neder­land vervult zij diverse kantoorbanen, maar ver­trekt steeds in verband met haar cheffin. Tijdens de bezetting behaalt zij haar diploma onderwijzeres, mede om te voorkomen onder een NSB-chef te moeten werken. Na de bevrijding vervult zij weer diverse kantoorbanen. Zij krijgt een opname in het psychiatrisch zieken­huis Vogelenzang in Bennebroek met dia­gnose schizo­frenie en krijgt een behan­de­ling met shocks terwijl zij op de was­serij werkzaam is. Zij krijgt ontslag uit het ziekenhuis, verhuist naar een pensi­on, treedt in dienst van soci­ale werk­plaats Meer en Bosch en wordt ar­beidsonge­schikt verklaard. In 1969 is zij medewerkster van De Macht van het Kleine (fo­nds voor epilepsiebe­strij­ding) en woont in 1975 in Haarlem aan de Jansweg 39 (Hofje van Sta­ats, kamer 29). In 1978  gaat zij met pensioen en onderneemt veel buiten­landse vakan­tierei­zen. Na een heupbreuk volgt een heropname in psychi­atrisch zie­ken­huis Vogelenzang te Bennebroek en in 1989 haar onderbewindstelling. Na een moeilijk leven vol strijd overlijdt zij daar onverwachts op 29 oktober 1990. Zij is ongehuwd en heeft geen kinderen.

Nk.22. Gerard (1915-1992)

Oudste zoon Gerard gaat op zijn 19de bij de gemeentepolitie werken. Hij neemt op 15 juli 1941 twee diensten over. Aanvanke­lijk geeft hij gehoor aan de oproep van de Nederlandse regering in ballingschap tot heimelijke tegenwerking. Op 30 december 1942 wordt hij door twee collega’s gearresteerd. Hij is bij oom Frits uit de tak De Haas in het keldercomplex van het Bachplein bij nr. 7 in het onbewoonde voormalig Joodse huis door een raam naar beneden geklommen. Daar wordt hij aangetroffen met vet, schrijfpapier en twee nijptangen in zijn bezit. Zijn ouders worden gewaarschuwd en hij wordt afgevoerd naar bureau Leidseplein. De jaarwisseling moet hij daar doorbrengen en op 2 januari 1943 wordt hij overgedragen aan de Sicherheitsdienst van de bezetter aan de Euterpestraat. De Duitsers hebben niet door dat hij met zijn oom Joden helpt onderduiken .

Zekerheidshalve besluit Gerard zelf onder te duiken. Met behulp van de groep van prof. dr. Jan Coops gaat hij aan het illegale werk meedoen. Januari 1944 brengt hij heimelijk thuis door om zijn vader te verzorgen, die door blaaskan­ker maagbloedingen en hikaanvallen heeft (zelfs bij de buren Boelhouwer te horen) en tenslotte overlijdt. Gerard heeft zich onder de naam Wim de Ridder vermomd met bril; als hij die bril breekt en zijn vaders bril gebruikt, moet hij deze wegens de sterkte op het puntje van zijn neus zetten. (1)

Gerard voegt zich september 1944 bij de K.P. met schuilnaam Henk van Overvest. Op 15 maart 1945 als Chef-Staf Gemotoriseerde reserve K.P. Amsterdam de leiding over een transport per bakfiets van 103 overalls en 85 helmen, waarbij hij door toeval gewapend is. Doordat het afleveradres achter de Marnixstraat 202 draalt met het in ontvangst nemen van de goederen ontstaat fatale vertraging. De onderscharleider der Landwacht Berend IJpelaar komt aanlopen, trekt zijn wapen en gelast de vier mannen op een rij te gaan staan. Van een moment van onop­lettendheid maakt Gerard ge­bruik om zijn wapen te trekken. Zij schieten gelijk op elkaar; ook twee van de anderen vuren schoten af. Ge­rard vlucht met de bakfiets­rijder weg en wordt achternagezeten en bescho­ten, waardoor de andere twee kunnen wegkomen. Uiteindelijk blijkt IJpe­laar met vier kogels te zijn neer­ge­schoten; de Sicher­heits­dienst weet de zaak niet op te los­sen.

Meteen na de bevrijding krijgt Gerard op 8 mei rechtsherstel in functie. Hij wordt op 12 september gedetacheerd als Militaire Commissaris voor Inbewa­rings­telling en Vrijlating van politieke delinquenten bij het parket van het Bijzonder Gerechtshof van Amsterdam en 1 februari 1946 als Officier Fiscaal daarbij. Op 10 april 1947 treedt hij uit dienst van de gemeentepolitie en in dienst als Ambtenaar bij het Open­baar Ministe­rie te Alkmaar, waar hij op 24 november Hoofd Parket wordt. In militaire dienst klimt hij op 3 maart 1948 op tot kapitein en is 10 april 1954 reserve kapitein.

Op 28 mei 1954 huwt Gerard in Heemstede met het buurmeisje van zijn ouderlijk huis. De bruid is Nellie Goverdina Boelhouwer, geboren in Heemstede op 9 november 1913, dochter van Johannes Boelhouwer (1878-1954) en Ida Hendrika Gaikhorst (1881-1953). De ker­kelijke inze­ge­ning vindt plaats door broer dominee Frits. Nellie is bij het huwelijk 40 jaar oud. Kinderen komen er niet. Zij gaan wonen in de Wentholtlaan 20 in Heiloo. 

Op 10 november 1954 is Gerard waarnemend Substituut Offi­cier van Justitie te Alk­maar. Hij stapt per 2 januari 1957 over naar Utrecht, waar hij Substituut Officier van Jus­titie wordt. Op 21 november 1959 zet hij een grote stap: hij wordt Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie te Hol­landia (Jayapura), de hoofdstad van Nederlands Nieuw-Guinea. Ten gevolge van de Affaire Gonsalves keert hij na een jaar naar Nederland terug. Hij had per 24 augustus 1960 al ontslag genomen uit militaire dienst en doet hetzelfde als Procureur-Generaal. Nederland wordt gedwongen de kolonisatie van Nieuw-Guinea sowieso te beëindigen.

Op 1 februari 1961 maakt Gerard een nieuwe start als Officier van Justitie in Utrecht. Met zijn vrouw woont hij aan de Karel Doormanlaan 19. Op 20 juli 1966 krijgt hij een bevordering tot Officier van Justitie, Eerste Klasse. Hij is in 1970 voorzitter van de Werkgroep Gevangenis­wezen van het College van Advies van de ARP. Op 1 februari 1980 gaat hij met pensioen en overlijdt 6 maart 1992 op 76-jarige leeftijd. Zijn weduwe overlijdt op 17 april 2003, bijna 90 jaar oud.

Nk.23. Dien (1917-2007)

Gerridina …

Nk.24. Frits (1919-2000)

Frederik Hendrik kijkt met plezier terug op zijn jeugd in Indië, de bootreizen en zijn studententijd, waarin zijn roeping als predikant duidelijk wordt en hij kennis maakt met Bertha Geerink Bakker, en vooral de lichtheid en vrolijkheid in haar ouderlijk gezin met Gerard Willem Bakker (1889-) en Fokke­lina Bootsma (1890-). In Arnhem trouwen zij op 3 augustus 1940, kort volgend op de bezetting.

Nk.25. Maria (1923-2012)

Maria …

Terug   ***   Verder