Frederik Hendrik (Frits) von Meijenfeldt is nog altijd kassier bij het Amsterdamse drinkwaterbedrijf. Niet meer de Duinwatermaatschappij maar de Gemeentewaterleidingen. Daarnaast zet hij zich – net als zijn vader – aan het vinden van financiering voor de eigen scholen. Eind 1898 treedt hij toe tot het bestuur van de Vereeniging voor Gereformeerde Scholen in Amsterdam, waaronder verscheidene scholen voor lager onderwijs en uitgebreid lager onderwijs (ULO) vallen. Hoofdonderwijzer H. Hasper bestiert de Christelijke Burgerschool “Eben-Haëzer” in de Kerkstraat 310. De de school aan de Marnixstraat 285 is sinds 1886 de opvolgervan de in 1841 geopende Bloemgracht 42. De school aan de Plantage Dokstraat 2 wordt in 1903 opgevolgd door de Oosterparkschool met 9 lokalen voor 400 kinderen aan het ‘s-Gravesandeplein 19. Tijdens de jaarvergadering op woensdag 29 april 1903 in ‘Odeon’ bij het Koningplein houdt broeder Frits een “zeer schoon referaat over de beteekenis van het christelijk onderwijs in onze veelbewogen tijd”.
Engeltje de Koe was tussen 1885 en 1902 van elf kinderen bevallen. Alleen een zoon Johann August was op 23 oktober 1894 geboren en na negen maanden overleden.

De tien kinderen van Frits en Engeltje (circa 1904)
Achter: Frits uit 1888, Enny 1889, Roel 1891, Carl 1886, Nellie 1885 en Evert 1893.
Voor: Jan uit 1898, Lien 1902, Bets 1901 en Henk 1896.
Op 16-jarige leeftijd meldt derde kind Frederik Hendrik (Frits) zich op 13 augustus 1904 aan als vrijwilliger voor een achtjarige militaire dienst. Bij hem staan geen andere kenmerken dan zijn lengte van 174 cm. Meteen begint hij bij het Instructie Bataljon van de Infanterie. Het jaar daarop wordt hij korporaal en krijgt een aanstelling bij het 10de regiment.
Jonkheer Hendrik Maurits Jacob van Lennep, een kleinzoon van de oprichter van de Amsterdamsche Duinwater-Maatschappij, overlijdt in 1905. Bij diens afrekening staat dat hij een vordering heeft op Frits sr als kassier uit hoofde van bruikleen van obligaties van totaal 3000 gulden. (1)

|
|
|
In 1905 is de oudste zoon Carl, geboren op 4 november 1886, de eerste Von Meijenfeldt die slaagt voor zijn eindexamen aan het Gereformeerd Gymnasium. Hij wil graag dominee worden en krijgt daarvoor ook een getuigschrift. Uiteindelijk kiest hij voor een rechtenstudie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.
Zoon Frits wordt in 1906 sergeant en krijgt een overplaatsing naar het 7de regiment. Nu hij onderofficier is gaat hij in Kampen de tweejarige Hoofdcursus tot officiersopleiding in Oost-Indië volgen.
Oudste dochter Petronella Wilhelmina (Nellie) gaat op 23-jarige leeftijd samen met haar jongere zus in 1908 op de Honthorstlaan wonen om juffrouw van gezelschap te worden. Zij trouwt als eerste van de kinderen op 2 december 1909 met Willem Samuel de Haas. De achternaam is geen toeval, want Margré de Haas is van allebei de tante.
Willem Samuel de Haas
Samen vertrekken zij na de bruiloft naar Donkerbroek in de Friese gemeente Ooststellingwerf, waar hij na zijn studie aan de Vrije Universiteit als predikant beroepen is.
Zoon Frits krijgt een onderscheiding van zes jaar dienst en op 22-jarige leeftijd bij Koninklijk Besluit van 9 september 1910 de rang van Tweede Luitenant. Hij neemt afscheid van het 7de regiment, maar ook van zijn ouders, broers en zusters. Hij treedt namelijk in dienst van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Met een schip zet hij zich aan een lange reis naar Magelang op Java. Daar ontmoet hij Suzanne (Suze) Mathilde Kimmijzer. Zij is in Djokjakarta op 12 juli 1889 geboren uit Willem Christiaan Kimmijser (1858-1912) en Mathilde Leontine Elisabeth Dom (1865-1922). Het huwelijk is op 24 april 1912. In datzelfde jaar overlijdt de schoonvader en wordt op de allerlaatste dag een dochter Engeltje geboren. Enkele maanden later wordt Frits bevorderd tot Eerste Luitenant.
|
|
|
In Amsterdam promoveert Carl in 1912 op de dissertatie “De grenzen van het recht van amendement in de practijk van de Tweede Kamer der Staten-Generaal”. Hij trouwt op 27 december met Maria van Apeldoorn, geboren 10 augustus 1887, onderwijzeres op de School met de Bijbel in Watergraafsmeer. Haar vader is hoofdonderwijzer Gerardus Willem van Apeldoorn (1853-1930) aan de Oosterparkschool. Haar moeder is Gerridina van der Bend (1853-1936). Na de bruiloft vertrekken ook Carl en Maria naar Nederlands-Indië. Promotor prof. Fabius meent dat Christen-ambtenaren daar zijn ondervertegenwoordigd, waarbij meespeelt dat de rechterlijke macht in Nederland vooral voor rijke en adellijke families is. Onderweg in het Suez-kanaal overvalt hem een zware depressie, niet alleen omdat Indië hem weinig lokt, maar vermoedelijk ook in verband met overvloedig bloedverlies na een amandel-operatie. Eenmaal in Batavia begint hij als Griffier van de Algemeen Secretaris en iets later Griffier van de Landraad te Buitenzorg, waar op 17 november 1913 een eerste dochter Engeltje geboren wordt.

Maria van Apeldoorn en Carl von Meijenfeldt
Onverwacht overlijdt Frits senior op 19 november 1913 op 60-jarige leeftijd. Vijf dagen later is de begrafenis op de Nieuwe Ooster.
De Standaard 24 november 1913
Terug *** Tak de Koe *** Verder
1. Noord-Hollands Archief.
2. Koninklijk Besluit van 18 juli 1914, no. 43, Nederlandsche Staatscourant en Algemeen Handelsblad van 22 juli 1914.




