1.1.9. Drie zonen

Anders Meijer en Catharina Wulff krijgen een reeks zonen. Hun geboortedata zijn via de doop of bevestiging niet in de Kerkboeken van Oberpahlen of de steden Dorpat, Reval of Riga aangetroffen, maar indirect zijn ze wel te reconstrueren. Van dochters is niets bekend.

De eerste zoon is Hendrich of Hendrik. Hij wordt volgens één bron nog in 1660 in Riga geboren. Omdat hij in geen enkel document terugkomt moet hij jong gestorven.  (1)

De tweede zoon is Karl Friedrich of Carl Fredrik. Hij wordt geboren in 1662, als zijn ouders al verhuisd zijn naar Oberpahlen. Zijn geboortjeaar is af te leiden uit de aangegeven leeftijd op zijn militaire rollen in het Zweedse Krigsarkivet. (2)

De derde zoon is Johan August. Hij wordt in 1664, 1665 of 1666 geboren. In het geboorte-, huwelijks- en overlijdensboek van de Evangelisch-Lutherse St. Nikolai Kerk in Oberpahlen 1663-1688 is hij niet te vinden. (3) Het jaar 1664 blijkt uit een door hem geschreven Memorial, dat in de Riksdag van 17 juni 1741 wordt voorgelezenl; hij zegt nu 77 jaar oud te zijn geworden. Het jaar 1665 wordt door zijn weduwe op een wijnkan gegraveerd. Het jaar 1666 volgt uit zijn baronnenbrief, waarin staat dat hij in 1684 op 17-jarige leeftijd als vrijwilliger in militaire dienst ging. (4)

De vierde en jongste zoon is Wolmer Johann of Wolmar Johan. Zijn geboortjaar is 1667. Ook bij hem is dat af te leiden uit de aangegeven leeftijd op zijn militaire rollen in het Zweedse Krigsarkivet. (5)

De drie zonen van Anders en Catharina volgen tussen hun 6de en 17de levensjaar een opleiding die bij hun adellijke status past. In de Zweedse tijd was voor de Lijflandse boeren een schoolsysteem opgezet, maar voor de adellijke families op afstand van de domscholen en gymnasia van Riga, Dorpat en Reval ligt een huisleraar meer voor de hand. De eerste prioriteit was godsdienst volgens de Augsburgse confessie, de tweede schriftelijke en mondelinge stijloefening in Latijn, moedertaal Duits en Zweeds in latere jaren. Uit zijn latere correspondentie blijkt dat Johan August inderdaad Latijn, Duits en Zweeds machtig is, en ook Frans (tenzij zijn secretaris zijn concepten vertaalt). (6)

Hoewel vader Anders Meijerfeldt dankzij begeleiding van de gebroeders Wrangel naar Tübingen het belang van een universitair vervolg had kunnen inzien, zal geen van zijn zoons die weg inslaan. (7)

 

1. J.D.G. Schweder volgens K. Kulbach-Fricke, “Familienbuch Riga“, pag. 2943.
2. SE/KrA/1696/10, folio 76.
3. EEA.1168.2.1, folio 1 e.v.
4. Memorial in Sveriges Ridderskaps och Adels Riksdags-Protokoll, deel 12, pag. 404. De wijnkan aan de kerk van Täby staat daar nog. De baronnenbrief in het Riksarkivet. Auteurs van biografieën noemen vooral 1664 en 1666. M. Ranft, “Leben und Thaten des Feld-Marschalls Graf Meyerfeld”, in “Die Merkwürdige Lebengeschich derer vier berümten Schwedischen Feldmarschalle, Grafen Rehnschild, Steenbock, Meyerfeld und Dücker”, deel 3, Leipzig 1753, pag. 340, schrijft dat hij bijna 80 jaar oud werd, waardoor hij zelfs pas in 1668 of 1669 geboren zou moeten zijn. Het door hemzelf en door de meeste bronnen genoemde jaar 1664 wordt hier gevolgd.
5. SE/KrA/1699/4, folio 208.
6. A. Buchholtz, “Beiträge zur Lebensgeschichte Johann Reinhold Patkuls”, Riga, 1893, pag. 30-31.
7. M. Ranft, pag. 279-280.