1.3.3. In Zeeuwse dienst

Johan August krijgt pas in mei 1694 met de eerste gevechtshandelingen te maken. De veldtocht vindt plaats tussen Brussel en Luik, waarbij de bondgenoten steeds slag willen leveren en de Fransen die weten te ontwijken. Het blijft zo doorgaan, totdat Willem III op 16 september de opdracht geeft de vesting Huy te belegeren. 

Kapitein Johan August Meijerfeldt wordt diezelfde datum met zijn compagnie samen met vijf andere Zweedse compagnieën overgenomen door de Staten van Zeeland: (1)

Zeeuws Archief, Archief Staten van Zeeland, inventarisnummer 1671,
Registers van commissiën en instructiën 1578-1809, folio 143
.

Vaak is dit een administratieve truc van de plaatselijke commandant om soldij van de Staten uitbetaald te krijgen, maar vanwege de laatste alinea van deze paragraaf is het vrij zeker dat hij werkelijk in Zeeuwse dienst heeft gestaan.

In dat jaar wordt zijn jongere broer Wolmar Johan Meijerfeldt voor het eerst genoemd. Hij is dan 27 jaar oud en heeft de rang van luitenant.  Hij moet jaren eerder in Zweedse dienst zijn getreden als korporaal. In welk regiment hij dient wordt niet gemeld. (2)

Wolmar Johan leeft dat jaar in Lijfland. Hij dient een klacht in tegen kornet Hermann von Lipsdorf (Liebsdorf, Liebstorff), heer van Bentenhof (Pindi) en Rogosinsky (Rogosi), bij de Rechtbank van Dorpat (Tartu). Zijn aanklacht is dat Lipsdorf agressie en diefstal pleegde door eigenhandig 75 wagenladingen halfrijpe rogge weg te nemen van boer Malsup Rein uit het naburige Laitzen (Vec-Laisence). (3)

In de veldtocht van  1695 tekent zich hetzelfde plaatje af als het voorafgaande jaar. De Fransen leggen door een zwaar bombardement het centrum van Brussel in as. Willem III besluit de vesting Namen te belegeren. De regimentschef van Johan August – Edvard Hastfer – wordt vóór de moordende bestorming fataal door een kanonskogel getroffen.

In 1696 en 1697 bestaan de veldtochten alleen nog maar uit manoeuvres van twee grote legers, die het voedsel van de bevolking steelt. Diejaren worden gelijktijdig vredesonderhandelingen gevoerd onder leiding van de Zweedse koning, die enerzijds nog Franse sympathieën heeft maar anderzijds soldaten aan de geallieerden hoort te leveren. Als Willem en Lodewijk een akkoord bereiken kan in september 1697 de Vrede van Rijswijk.

Op 24 januari 1698 wordt Johan August gepromoveerd tot majoor. Hij gaat dienstdoen in het regiment van kolonel Ernst Detlof Krassow. Ten gevolge van de vrede trekt hij met dit regiment naar Buxtehude in het aartsbisdom Bremen, dat sinds de Dertigjarige Oorlog in  Zweedse handen verkeert. Daar wordt het regiment afgedankt.

Johan August reist niet terug naar zijn vaderland, maar neemt het initiatief naar Stockholm te reizen om zijn zaak te bepleiten. De Zweedse officieren krijgen bij terugkomst een bevordering, maar niet als zij in dienst van de Republiek waren. Johan August loopt daardoor een bevordering mis. Het kan ook zijn dat zijn snelle bevorderingen van  luitenant tot kapitein een benoeming tot overste in de weg staan. Het gebruik van de Republiek om het geweer te behouden wordt overigens evenmin nageleefd.

 

1. Zeeuws Archief, 1671. Registers van commissiën en instructiën 1578-1809, folio 143 “den 16 septemb 1694 is gelijcke commissie verleent aan Joan Meijerfelt als capt van nieuw overgenomen Zweedse compa,rega 27 septemb 1694”
2. G. Elgen­stierna, “Den introducerade svenska adelns ättertavlor”, Stockholm 1930, deel V, pag. 226-227.
3. Executionssachen Herrn Lieutenant Wollmar Johann von Meijerfeldt contra Herrn Cornett Hermann von Lipsdorf in puncto commissarum violentiarum et spoli durch eigenthätige Abnehmung 75. Fhuder halb unreiffen Roggens von hiesigen Laitzenschen Bauern Melsup Rein, Nationaal Archief Estland, EAA.914.1.616, pag. 33.