1.2.9. Wolmar Johan, in Keizerlijke dienst

De jongste zoon van  Anders Meijer en Catharina Wulff wordt in 1667 geboren in Oberpahlen (Põltsamaa). Hij is vernoemd naar zijn overgrootvader Wolmar en zijn grootvader Johan. Op  24 november 1674 wordt zijn vader in de Zweedse adelstand verheven, waardoor hij ook van adel is en de naam Meijerfeldt gaat dragen.

Pas in 1694 wordt hij in de rang van luitenant genoemd, dus hij zal jaren eerder in Zweedse dienst zijn getreden. Zijn regiment wordt niet gemeld.

In 1694-1695 dient een klacht van Wolmar Johan tegen kornet Hermann von Lipsdorf (Liebsdorf, Liebstorff), heer van Bentenhof (Pindi) en Rogosinsky (Rogosi) voor de Rechtbank van Dorpat (Tartu). Het betreft het plegen van agressie en diefstal door eigenhandig wegnemen van 75 wagenladingen halfrijpe rogge van boer Malsup Rein uit het naburige Laitzen (Vec-Laisence). (1)

Wolmar Johan treedt nog weer eens tien jaar later dan zijn broer Johan August in buitenlandse dienst en dat blijft hij voor de rest van zijn leven. Hij kiest voor de keizer van het Heilige Roomse Rijk in Wenen. Veel bronnen vervormen de Zweedse term “Riks” tot “Tysk” (Duits) of “Rysk” (Russisch).

 

1. Executionssachen Herrn Lieutenant Wollmar Johann von Meijerfeldt contra Herrn Cornett Hermann von Lipsdorf in puncto commissarum violentiarum et spoli durch eigenthätige Abnehmung 75. Fhuder halb unreiffen Roggens von hiesigen Laitzenschen Bauern Melsup Rein, Nationaal Archief Estland, EAA.914.1.616, pag. 33.