Volgens een jonkheer Van Geldt staat in een Deens adelsboek over zijn familie, dat luitenant der huzaren Carl August von Meyenfeldt tijdens de Pruisische veldtocht in Holland in 1787 bij zijn familie in Nijmegen werd ingekwartierd. (1)
De Pruisische veldtocht is bekend uit het Nederlandse schoolonderwijs. Tegen het einde van de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog kwam in 1785 een alliantie met Frankrijk tot stand, namen de Patriotten het heft in de grote steden in handen en ontsloegen prins Willem V van Oranje als kapitein-generaal, die zich naar Nijmegen terugtrok. Zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen wilde orde op zaken gaan stellen in Den Haag, maar werd bij Goejanverwellesluis staande gehouden en teruggestuurd. Zij bewoog haar broer de koning van Pruisen de Republiek te komen helpen. Onder leiding van veldmaarschalk hertog van Brunswijk arriveerden bijna 20.000 man op 13 september 1787 in Nijmegen, waar zich 6.000 stadhouderlijke huurlingen bevonden. Het grenadierbataljon van Bonin bleef achter als bescherming en werd bij de bewoners van Nijmegen ingekwartierd. Het leger trekt langs de rivieren en veroverd binnen een maand Amsterdam. Verscheidene bij Amsterdam gelegerde bataljons treden in dienst van de Staten-Generaal: op 22 februari 1788 2.906 man, op 5 mei van dat jaar nog een korps van 3 bataljons van totaal 1.000 man (2 bataljons musketiers uit Rostock onder Von Gluër en 1 bataljon grenadiers uit Schwerin onder Von Both) van hertog Friedrich Franz von Mecklenburg-Schwerin und Güstrow. Uiteindelijk zijn alle militairen in 1796 naar Duitsland teruggekeerd. Een luitenant met de genoemde naam is onder de Pruisen niet te vinden. (2)
Het kan wel zijn dat luitenant Carl Albrecht von Meyernfeldt zich bij de troepen bevond.
Hij is op 19 januari 1746 gedoopt in de Bartholomeuskerk van Damgarten, een havenstad aan de monding van de grensrivier Recknitz, 40 km westelijk van Stralsund. Zijn vader is Anthon von Meijerfeldt, van 1736 tot zijn overlijden in 1757 burgemeester, stadsrechter en secretaris van die stad. In het midden van deins achternaam staat regelmatig “rn“, “ren” of alleen “n“. De moeder van Carl Albrecht was op 16-jarige leeftijd getrouwd. Na hem worden komen Johanna Barbara in 1748, Anthon Siegmund in 1751 en Maria Elisabeth Henriëtte in 1754. Hij heeft nog een zus Louisa Christina, van wie geboortejaar niet bekend is. (3)
Damgarten in 1760, links de grensrivier, boven de Oostzee
Anthon is een kleurrijke burgemeester. In het jaar dat hij begint vraagt hij het stadsbestuur van Stralsund een tabaks- en kaartenfabriek te mogen stichten. Vijf jaar later kritiseert hij de stadspastor Johann Heinrich Lockervitz om zijn haatpreken en drankzucht. Over patrones von Dechow op het grote slot Pütnitz klaagt hij ook, bijvoorbeeld bij de aanstelling van de stadsdoodgraver Rudolph Schultze. Hij spreekt schoolleraar Jacob Christoph Balthasar aan over de oorvijg en bloedneus die hij zoon Carl Albrecht heeft bezorgd. Na zijn dood komen bij het Niedergericht Stralsund aanklachten binnen van Claude Riquer, koopman in galanterieën, tegen zijn weduwe wegens achterstallige huur en tegen een zoon wegens wanbetaling. (4)
Carl Albrecht was op 14-jarige leeftijd begonnen in Zweedse dienst. Onder ritmeester von Quillfeldt was hij is huzaar in het staartje van de Pommerse Oorlog, waarin de graaf von Meijerfeldt luitenant-kolonel is. Aan het front bij Meijenkrebs voor Demmin komen de Pruisen zo sterk opzetten, dat hij op 16 december 1761 op zijn paard met zijn bagage deserteert, vermoedelijk gelijk naar de Pruisische vijand. (5)
1. Brief van Frits (Nk.33), Baarn 14 augustus 1984. [CH-39].
2. Brief van Militärarchiv Bundesarchiv, Freiburg, 3 december 1990 [CH-177], Mecklenburgisches Landeshauptarchiv Schwerin, 25 januari 1991 [CH-186], Niedersächsisches Staatsarchiv Wolfenbüttel, 29 januari 1991 [CH-198] en Sectie Militaire Geschiedenis van de Koninklijke Landmacht, ‘s-Gravenhage 11 januari 1996 [CH-278a]. T.Ph. von Pfau (vert.), “Geschiedenis van de veldtogt der Pruissen, in Holland, in 1787”, Amsterdam 1792. Th. von Troschke (vert.), “De Pruisische veldtocht in Nederland in den jare 1787”, Gouda 1875. J.C. Wagner, “Mecklenburgsche troepen in Nederlandsche dienst 1788-1796”. Gerd Brügmann, “Ein vermißtes Kirchenbuch taucht wieder auf”, Zeitschrift für Niederdeutsche Familienkunde 1966, blz. 73-75. J.P.C.M. van Hoof, “Militairen in de Bataafs-Franse tijd”, Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie 1995, pag. 204.
3. Briefwisseling in 2024 met Elmar Koch, beheerder kerkboeken Damgarten [CH-792].
4. Stadtarchiv Stralsund 01.03.03.04.05. Rep. 3, Nrs. 6860 en 6887.
5. Krigsarkivet Stockholm, 0023/0 Blå Putbus Husarenregiment 1555-1557, 1761, 1762 en 1762.
OUDE TEKST
Naar alle waarschijnlijkheid wordt gedoeld op de Pruisische luitenant der huzaren Carl Albrecht von Meyernfeldt. Hij is op 19 januari 1746 gedoopt in de lutherse kerk van Damgarten, 40 km westelijk van Stralsund. Soldaat nr. 41 in Zweeds eskadron Quillenstedt, strijdt in de Pommerse Oorlog, maar deserteert 16 december op zijn paard en bagage aan het front bij Meijenkrebs voor Demmin. (3)
Zijn vader Anton is tussen 1738 en zijn dood in 1757 burgemeester en stadsrechter van Damgarten. In 1736 had hij een aanvraag ingediend bij het stadsbestuur van Stralsund om een tabaks- en kaartenfabriek te stichten. Koopman Claude Riquer dient bij rechtbank van Stralsund klachten in tegen zijn moeder wegens achterstallige woninghuur en warenlevering. (4)
Carl Albrecht heeft nog een broer Anthon Siegmund uit 1751 en drie zussen: Johanna Barbara (1748), Maria Elisabeth Henriëtte (1754) en Louisa Christina. Zijn tweede zus overlijdt in Berlijn en wordt 7 augustus 1814 in de Ev.-Luth. Jerusalemskirche begraven. Zij derde zus trouwt in 1778 in Stralsund Johann Karl von Kahlden, die luitenant in Engelse dienst is. Nog een broer kan zijn Johann, koopman in 1764 en boekhouder van het Tabaksbestuur in Damgarten in 1784. (5)
Ook is er nog een von Meyernfeldt 1745-1747 notaris in Wismar en Daskow bij Hertog Carl Leopold van Mecklenburg en het Koninklijk Zweeds Tribunaal. (6)
Een tijdgenoot van zijn vader is Johann Baptist Meiern. Hij werkt onder graaf T.A.R. von Harrach voor keizerin Maria Theresia en wordt geadeld met de naam von Meyernfeldt. Zijn zoon Johann Ehrenfried Joachim, geboren 1741, is GeheimOberFinanzRat in Greifswald. Op 18 april 1768 wint hij 12 rijksdaalder en 12 groszer bij de 70ste trekking van de Koninklijk Pruisische Loterij. Hij verhuist naar de Schützenstraβe 13 in Berlijn. Daar ziet hij hoe de Franse kolonie zijn armen van brandhout voorziet. Hij vraagt en krijgt in november 1779 toestemming om hetzelfde te doen voor de Duitse armen. Hij richt statutair de “Gesellschaft deutscher Nation zur Versorgung wahrer Hausermen in Berlin mit Brennholz” op. Gedurende 51 jaar is hij de leidende kracht van deze succesvolle en uitdijende beweging. In zijn testament van 1802 regelt hij dat 700 rijksdaalder staatsleningen vrijkomen voor schrijfbehoeften. dat gebeurt op 23 januari 1830 bij zijn overlijden. Drie dagen later is zijn begrafenis in de Jerusalemskirche in Berlijn.
Twee broers Meyeren worden op 7 juni 1729 rijksridder von Meyernfeldt in Laxenburg. Anton Joseph is keizerlijk Konfinienzsekretär in het koninkrijk Slavonië (nu Kroatië). Broer Carl Roman heeft een hoofdadministrateur Maximilian Alram. Hij was onder andere tabaksondernemer en betrokken bij de Beierse opstand. In 1729 diende deze met Anton Joseph een smeekbede in bij landsvorst Maximalian II Emanuel (Bay HStA GR 1541/7 Bay Franziskanerprovinz).
Wappen: Quadriert g. s. 1. u. 4. „ein aufrecht stehender halb doppelter schwartzer Adler mit offener Flügel roth aus¬ schlagenter Zungen und von sich spreitzenden Waffen zu ersehen ist“ (wahrscheinlich halber Doppeladler am Spalt) ; 2. u. 3. r. Balken aus dem drei gr. Tannen wachsen, unten zwei r. Rosen. Gekrönter Turnier¬ helm: Zwischen zwei g. # — r. s. geteilten Büffelhörnern wach¬ sender, bärtiger geharnischter Mann, die Sturmhaube mit Reiherbusch besteckt, in der Rechten eine r. Rose an gr. -beblättertem Stengel haltend. Decken: 4t g. — r. s.
Joseph Leon von Meyernfeldt dient in 1730 een klacht in over het tabaksmonopolie van de Keurvorst van Beieren. Hij is in Wenen getrouwd met barones Theresia von Huberin en heeft bij haar drie in Wenen St. Ulrich of Widen gedoopte kinderen: Franciβka, Theresia Cajetana en Maximilian.
Johann von Meyernfeldt is in 1796, 1801 en 1806 tweede luitenant in de Koninklijke Pruisische Armee, eerst in Erlangen in een compagnie jagers onder majoor Von Tümpling in de Ansbach-Bayreuthische Inspection onder luitenant-generaal Erfprins van Hohenlohe, daarna in Westfalen. In 1809 wordt hij op verzoek afgedankt, nadat zijn regiment jagers te voet is opgeheven in verband met de Franse bezetting. (7)
Maria Theresia von Meyernfeldt overlijdt 1815, is in Trier-St. Gangolf getrouwd met Damian Friedrich Christian Müller, met wie zij in 1782 een zoon krijkt in de Berlijn Infanterie Regiment 13 kerk.
3. Krigsarkivet Stockholm, 0023/0/1555-1557, Blå Putbus Husarenregiment 1761, 1762 en 1762.
4. Stadtarchiv Stralsund 01.03.03.04.05. Rep. 3, Nr. 6860 en 6887.
5. Evangelisches Pfarrambt Stralsund, St. Marien 1778/203.
6. “Vollständige Samlung von Actis Publicis und Staats Schriften (…) unter Kayser Franz”, deel 5, Frankfurt am Main 1751. pag. 199-204. Mandaten 9 en 28 juli 1745 bij het Tibunal tegenover bewindvoerder Stübner.
7. J.F. Gauhe, “Des Heil. Röm. Reichs Genealogisch-Historischen Adels-Lexici”, Leipzig 1747, deel II, pag. 727-728.
