1.4.1. De Russische veldtocht

image

Routes van de Zweedse hoofdmacht vanaf Dresden,
de 
bevoorrading vanaf Riga en de thuisreis van Johan August

Aan de start van zijn veldtocht laat Karel XII onzekerheid bestaan over de vraag of hij zijn Oostzeeprovincies wil bevrijden of de tsaar in Moskou van de troon wil stoten. Eerder had hij die taktiek gekozen, toen hij in Polen verstrikt raakte en plotseling met Augustus in zijn eigen land Saksen afrekende. De Russische operatie is wel wat zwaarder. Nu moet een leger bewapend met zware artillerie over een ongehoord lange afstand (1600 kilometer naar Moskou) door het meest barre gebied en klimaat van Europa worden geloodst.

Eind van de zomer vertrekt een weldoorvoed en goed geoutilleerd Zweeds leger onder aanvoering van veldmaarschalk Rehnskiöld uit Saksen. Als de tocht in het vroege voorjaar was gestart had het Zweedse leger de Russche winter vóór kunnen zijn, maar opnieuw wordt de voorkeur gegeven aan het aanvriezen van de grond en rivieren om rivieren en moerassen over te steken. Eind September 1707 wordt de Silezische grens overgestoken. Het Moskovische leger trekt zich geschrokken tot achter Warschau terug.

Johan August neemt op een vooraanstaande plaats aan de veldtocht deel. Met zijn regiment van 6 bataljons van elk 300 man, vermeerderd met 1000 man, wordt hij bij Warta geposteerd om de Moskovieten op een afstand te houden. Bij Kalisz drijft hij groepen Kozakken en Kalmukken weg. (1)

Niet lang daarna, als Johan August bij de hoofdmacht is teruggekeerd, constateert de lijfarts van de koning dat Patkul – die in hongerstaking was gegaan – nog maar enkele dagen te leven heeft. De ko­ning had hem een gruwelijker dood toebedacht, zodat Johan August zijn gevangene op 19 oktober om 7:00 uur aan de beulen overdraagt. Deze brengen de Lijflandse overloper op een afschuwelijke wijze om het leven, door hem eerst onhandig te radbraken en hem vervolgens in stukken te hakken.

De Russische legers onder tsaar Peters vertrouweling generaal Mensjikov graven zich steeds bij de grote rivieren in. Karel XII wil zijn troepen sparen en weet een confrontatie handig te omzeilen door met een omtrekkende beweging dwars door haast onbegaanbare moerassen in het noordoosten te trekken, zodat de Russen zich telkens naar de volgende rivier moeten terugtrekken.

Ongehinderd vindt op 28 december de oversteek van de Weichsel plaats, nadat 8 dagen is gewacht op het dichtvriezen van de rivier. Nogal wat paarden en wagens breken door het jonge ijs en enkele soldaten vinden de dood. Ook Johan August zakt door het ijs, maar hij wordt er snel uitgetrokken. Zijn vrouw staat aan dit gevaar niet meer bloot, omdat zij met de overige legervrouwen naar het vaderland is teruggekeerd. (2)

De Zweden rukken vervolgens op naar de grens met Litouwen. Door slechte informatie geven de Moskovieten de uiterst belangrijke vesting Grodno over aan slechts 600 Zweden onder aanvoering van de koning zelf. (3) De eerste helft van de campagne is nu succesvol afgerond en er wordt besloten een winterkwartier op te slaan om op krachten te komen.

Wolmar Johan Meijerfeldt neemt als enige van de drie broers niet aan de Russische veldtocht deel. Hij treedt in dienst van de Duitse keizer. Op zich is een dergelijke overgang voor die tijd niet ongewoon; zijn oudere broers traden al eerder in vreemde krijgsdienst. Zweden is niet in oorlog met het Keizerrijk. In dit geval mag worden aangenomen, dat Wolmar Johan evenals talrijke andere buitenlandse officieren wordt aangetrokken door de krijgsroem van de keizerlijke veldmaarschalk prins Eugenius van Savoye. Een overgang naar vreemde krijgsdienst is echter wel opmerkelijk in een tijd dat het vaderland zelf in oorlog is. Nog verbazingwekkender is de overstap van het Lutherse naar het Roomse kamp. Het blijft raden wat zich voorafgaande aan het vertrek van Wol­mar heeft afgespeeld, wellicht de niet opgehelderde affaire met generaal Stenbock?

Veel Zweedse bronnen beweren dat Wolmar Johan in Russische dienst tradt; dit zou regelrecht als desertie moeten worden opgevat. (4) Feit is dat hij als kolonel in dienst bij de Keizerlijke cavalerie werd aangesteld. (5) Op 25 juli 1708 wordt hij ingedeeld bij de Habsburgse legers in Hongarije onder prins Eugenius van Savoye, om tegen de in opstand gekomen koning Rákóczi te vechten.

 

1. Gravenbrief, folio 151v.
2. Ranft, pag. 313-314.
3. G. Petri, “Kungl. Första livgrenadjärregementets historia”, deel III (“Östgöta infanteriregemente under Karl XI och Karl XII”), Stockholm 1958, pag. 249.
4. G. Elgenstierna, “Den introducerade svenska adelns ättertavlor”, Stockholm 1930, deel V, pag. 226-227, zegt rysk ( = Russisch), maar dit ligt dicht bij riks (= Rijks) of tysk ( = Duits). Veel bronnen nemen sindsdien deze fout over.
5. Volgens een intern onderzoek van het Kriegsarchiv van het Österreichisches Staatsarchiv [CH/77].