1.5.1. De Russische veldtocht

image

Routes van de Zweedse hoofdmacht vanaf Dresden,
de 
bevoorrading vanaf Riga en de thuisreis van Johan August

Generaal-majoor Johan August Meijerfeldt neemt op een vooraanstaande plaats aan de Russische veldtocht deel met zijn regiment van 6 bataljons van elk 300 man, vermeerderd met 1000 man. De hoofdmacht blijft dicht bij elkaar, maar volgt wel verschillende wegen. Een kornet en enkele drabanders in Meijerfeldt’s regiment worden door de Russische generaal Ronne gevangen genomen en voorgeleid. Zij onthullen dat het gehele Zweedse leger onder Karel XII oostwaarts trekt. Op de vraag wanneer zij de koning voor het laatst hebben gezien moeten zij erkennen dat dit 14 dagen geleden was. De oorzaak daarvan is dat Meijerfeldt de weg van Rehnskiöld is gevolgd en door hem bij Kalisz is geposteerd om groepen Kozakken en Kalmukken weg te drijven. Ronne gelooft de kornet niet en meldt dat hooguit Stanislaus met een aantal sterke regimenten Polen is binnengetrokken. (1)

Niet lang daarna keert Johan August bij de hoofdmacht terug. Hij voert nog altijd zijn gevangene Patkul in een gesloten wagen met 30 bewakers met zich mee. Patkul is al drie weken in hongerstaking en heeft één dag buitensporig gegeten. De lijfarts van de koning constateert dat hij nog maar enkele dagen te leven heeft. De ko­ning heeft hem een gruwelijker dood toebedacht. Johan August wijst de koning er op dat hij Patkul in zijn regiment gevangen nam omdat hij toevallig in Dresden was, maar dat zich nu een andere toevalligheid wreekt: alle bewakers zijn Lijflanders, inclusief hijzelf. Volgens aanhangers van Patkul is dat geen toeval maar een gevolg van zijn overijverige loyaliteit van Karel XII. (2) Deze wil als altijd niet van beslissing afwijken, maar zwicht na acht dagen. “Denn es ist bekannt, daβ Meyerfeld, ein geborener Liefländer bey ihm in groβen Gnaden stand.” Johan August draagt zijn gevangene op 19 oktober 1707 om 7:00 uur over aan het Zweedse dragonderregiment van Hielm in Kasimirz. Deze brengen hem op een afschuwelijke wijze om het leven, door hem eerst onhandig te radbraken en vervolgens in stukken te hakken. (3)

De Russische legers onder tsaar Peters vertrouweling generaal Mensjikov graven zich steeds bij de grote rivieren in. Karel XII wil zijn troepen sparen en weet een confrontatie handig te omzeilen door met een omtrekkende beweging dwars door haast onbegaanbare moerassen in het noordoosten te trekken, zodat de Russen zich telkens naar de volgende rivier moeten terugtrekken.

Ongehinderd vindt op 28 december de oversteek van de Weichsel plaats, nadat 8 dagen is gewacht op het dichtvriezen van de rivier. Nogal wat paarden en wagens breken door het jonge ijs en enkele soldaten vinden de dood. Ook Johan August zakt door het ijs, maar hij wordt er snel uitgetrokken. Zijn vrouw staat aan dit gevaar niet meer bloot, omdat zij met de overige legervrouwen naar het vaderland is teruggekeerd. (4)

De Zweden rukken op naar de grens met Litouwen. Door slechte informatie geven de Moskovieten de uiterst belangrijke vesting Grodno over aan slechts 600 Zweden onder aanvoering van de koning zelf. De eerste helft van de campagne is nu succesvol afgerond en na 280 km wordt net ten noorden van Minsk een winterkwartier opgeslagen om op krachten te komen en de verdere campagne te bespreken.

De gebroeders Meijerfeldt ontkomen niet aan de vele heftige twisten binnen de Zweedse legerleiding. Zo is Johan August in maart 1708 général-du-jour als hij bij de kanselarij van de koning een wachtende kolonel Carl Adam Stackelberg aantreft, die met generaal en gouverneur graaf Lewenhaupt uit het 500 km noordelijk gelegen Riga voor overleg is overgekomen. Stackelberg schrijft in zijn dagboek dat Meijerfeldt hem met duizend complimenten overlaadt en hem vraagt of hij van dienst kan zijn. Hij wil de koning voorstellen om zijn geworven regiment van infanterie in dragonders te veranderen en daartoe de paarden van vrouwen in Koerland en de legertrein te confisqueren. Stackelberg schrijft dat hij enorme plagerijen van Meijerfeldt te verduren krijgt en naar Piper en Lewenhaupt wordt verwezen. De laatste is dermate negatief, dat Stackelberg zijn plan in stukken scheurt en boos achterblijft. (5)

Inderdaad schrijft Lewenhaupt trots in zijn dagboek dat Meijerfeldt zegt:

“so rate ich euch daβ ihr mit dem Könige nicht eher davon sprecht, bis der General Löwenhaupt seine Einwilligung darzu gegeben; denn der König hat so viel Vertrauen zu ihm, daβ er es gewiβ nicht ohne ihm thut.”

Eenmaal terug in Riga in mei 1708 komt Stackelberg weer naar Lewenhaupt toe om zijn spijt te betuigen. Hij legt uit dat Meijerfeldt had gezegd:

Mir könnt ihr wohl als einem alten Kameraden unter Palens Regiment alles frey entdecken; sagt mir nur, wie es zugeht. Wird viel Geld eingetrieben? und hat euer General viele Remissen nach Schweden hinüber gebracht? man weiβ es alles schon, und er könnt es mir wohl anvertrauen; es kommt doch nicht weiter.”

Stackelberg zegt door hem verleid te zijn te erkennen dat veel geld binnenkomt, niet te weten waar het blijft en dat deze bekentenis kwaad bloed bij Meijerfeldt’s zwager Piper had gezet. Lewenhaupt gelooft hier niets van en antwoordt: “was den Generalmajor Meierfelt betrifft, so hat er sich nie anders als einer meiner besten Freunde erwiesen.” Hoe anders zal dit na de Slag bij Poltava uitpakken! Lewenhaupt legt zekerheidshalve uit dat er ontzettend veel uitgaven zijn gedaan. Bovendien vraagt hij zijn vrouw om aan Anna Christina Hastfer – die eine sehr artige Frau war – te vragen een brief aan haar man Carl Fredrik Meijerfeldt in Litouwen te schrijven, met het verzoek uitkomst bij diens broer Johan August te krijgen. Eind augustus 1708 komt het antwoord van Johan August, tot genoegen van Lewenhaupt voller Schmachreden wieder den Obersten Stakelberg; de aantijgingen zijn wie kein ehrlicher Kerl gelogen. (6)

Wolmar Johan neemt als enige van de drie broers niet aan de Russische veldtocht deel. Hij treedt in dienst van de Duitse keizer. Op zich is een dergelijke overgang voor die tijd niet ongewoon; zijn oudere broers traden al eerder in vreemde krijgsdienst. Karel XII heeft niet voor  oorlog met het Duitse Keizer besloten. In dit geval mag worden aangenomen, dat Wolmar Johan evenals talrijke andere buitenlandse officieren wordt aangetrokken door de krijgsroem van de keizerlijke veldmaarschalk prins Eugenius van Savoye. Een overgang naar vreemde krijgsdienst is echter wel opmerkelijk in een tijd dat het vaderland zelf in oorlog is. Een overstap van het Lutherse naar het Katholieke kamp is ook niet gewoon, hoewel de alliantie met Frankrijk bewijst dat het geloof geen overheersende rol speelt. Er kan zich iets hebben afgespeeld voorafgaande aan het vertrek van Wol­mar, wellicht de niet opgehelderde affaire met generaal Stenbock.

Veel Zweedse bronnen beweren dat Wolmar Johan in Russische dienst treedt; dit zou regelrecht als desertie moeten worden opgevat. (7) Deze bronnen hebben het fout, omdat hij als kolonel in dienst bij de Keizerlijke cavalerie wordt aangesteld. (8) Op 25 juli 1708 wordt hij ingedeeld bij de Habsburgse legers in Hongarije onder prins Eugenius van Savoye, om tegen de in opstand gekomen koning Rákóczi te vechten.

 

1. Gravenbrief, folio 151. J.A. Nordberg, “Konung Carl den XII: tes historia”, Stockholm 1740, deel 1, pag. 826.
2. W. von Bock, “Das Meyerfeld’sche Regiment (1707 und 1869)”, in Livländische Beiträge zur Verbreitung grundlicher Kunde von der protestantischen Landeskirche und dem deutschen Landestaate in den Ostseeprovinzen Russlands, von ihrem guten Rechte und von ihrem Kampfe um Gewissenfreiheit, Berlijn 1867-1868, pag. 73-76. Nadat hij zijn betoog niet uitgegeven krijgt publiceert hij het zelf maar. M. en Patkul waren Lijflanders die de Zweedse koning met eer dienden, echter de  eerste slaafs, de tweede waardevol.
3. K. Gadebusch, “Livländische Jahrbücher”, Riga 1780-1783, deel 3-2, pag. 436-437. Vooral de laatste uren van Patkul hebben ook
aanleiding gegeven tot historische romans. R. Marholm, “Scenen aus einem Trauerspiel ‘Patkul’s Tod’”, in Baltische Montatschrift 26, Riga 1879, pag. 182-186, bevat een lang gesprek waarin de Meijerfeldt de koning met succes verzoekt hem en zijn soldaten als landgenoten van Patkul buiten de executie te laten. Niet alles klopt, bijvoorbeeld dat de 43-jarige officier “stokoud” is en dat hij ooit kamergenoot van Patkul in Riga was (zijn oudere broer Carl Fredrik heeft wel zeven weken overlap methem onder kolonel Campenhausen in Riga gehad).
4. M. Ranft, “Die Merkwürdigen Lebensgeschichte derer vier berümten Schwedischen Feldmarschalle, Grafen Rehnschild, Steenbock, Meyerfeld und Dücker”, deel 3, “Leben und Thaten des Feld-Marschalls Graf Meyerfeld” , Leipzig 1753, pag. 313-314.

5. Archiv der Familie von Stackelberg“, tweede delen, St. Petersburg 1900, pag. 174 en 205-206.
6. A.L. Lewenhaupt, “Kurzer Bericht was  sich mit mir seit der Zeit, da ich in Königliche Dienste gekommen, bis auf die Kapitulation beym Dnieper zugetragen”, in “Schwedische Biographie”, deel 1, Altona en Lübech 1760.
7. G. Petri, “Kungl. Första livgrenadjärregementets historia”, deel 3, “Östgöta infanteriregemente under Karl XI och Karl XII”, Stockholm 1958, pag. 249.
7. C.O. Nordensvan, lemma in Nordisk Familjebok, Stockholm 1912, deel 17, pag. 1480 en G. Elgenstierna, Den introducerade svenska adelns ättertavlor”, Stockholm 1930, deel 5, pag. 226-227, zeggen rysk ( = Russisch), maar dit ligt dicht bij riks (= Rijks) of tysk ( = Duits). Veel bronnen nemen sindsdien deze fout over. De Russische dienst van Patkul werd gezien als hoogverraad met executie als straf.
8. Volgens een intern onderzoek van het Kriegsarchiv van het Österreichisches Staatsarchiv [CH/77].