Le Long

Isaac Le Long, “Het leven van den heldhaften Carel den XII, Koning der Swe­den. Behelsende: Behalven syne wonderbaare Krygs- en andere verrichtingen, desselfs vyf-jaarige verblyf in Turkyen, syne terugkomst, bysondere levens-wyse, en een naauwkeurig verhaal van den geheelen Noordschen Oorlog. Tot op de tegenwoordige successie. Met authentyke stukken, printverbeeldingen, medailles, en een naauwkeurige kaart Syner Majesteits marsch-routens, voorsien”, Amsterdam 1721.

DEEL 1
Behelsende, het geen ‘er merkwaardig voorgevallen is, sedert de Geboorte van gemelde Mayesteyt en vervolgens, tot op het ontset van Nerva.

DEEL 2
Behelsende het voorgevallene, sedert het ontset van Narva, A. 1700 tot op de Confederatie van den Koning van Sweden, met de Republyk van Poolen, in ‘t Jaar 1703.

Pag. 281-282 (1 juli 1702)

Syne Koninklyke Majesteit van Sweeden bevondt zich den eersten July O.S. te Kielç, ( zynde een Bisschoppelyke Cracouwsche Stadt) toen deselve bericht kreeg, dat de Koning van Poolen een groot Detachement van 3000 Man Ruytery naar Pinzouw hadt gesonden; ’t welke hy haast met het gros van het Leeger soude volgen. Hy beval dierhalven aan den Oversten Meyerfeldt met een Partye van 600 Man te paart, seeker bericht daar van te gaan haalen; gelyk deselve ook deedt, en dat niet alleen het gemelde Detachement aan de gemelde plaats stont, maar dat de Koning van Poolen ook al aan ’t marcheeren was.

Pag. 286 (9 juli 1702)

Ook was ‘er niemandt by syne Majefteit, als de Generaal Majoor Albedyl, de Overste en Koninkl: Adjutant Lagercrona, de Overste Meyerfeldt, de Overste Luitenant en Generaal Quartiermeester Ehrenschantz, de Major Schewen, Ingenieur de Heer de la Barre, Corporaal van de Koninklyke Tra- wanten, benevens syn Broeder, en de Heer Hierta by de Koninklyke Trawanten. Syne Majefteit gaf het woordt: Met Godts hulpe! en verwachte alleen dat de Koning van Poolen zich sou vertoonen, volgens de kondtschap die hy s’morgens vroeg van hem hadden bekomen .

Pag. 472 (22 februari 1703)

Den 22fte February viel een partye van Bandomir van 200 Man, over de gevroorene Duna , in ’t Sweedsche Lyflandt, by Stokmanshoff , plunderden en namen in haast mede al wat se bekomen konden: Maar de Major Meyerfeldt , Commandant van de Sweedsche besetting te Sehlburg, vervolgde se met 18 Ruyters en 70 Voetknegten, ontweldigde hen de buydt wederom , doode 6 vyanden, en nam ‘er twee gevangen, sonder iemant der synen te verliesen.

Pag. 610 (eind 1703)

Overste Meyerfeldt heeft een regiment in Pruisen geworven dragonders van 600 man.

DEEL 3
Behelsende het voorgevallene, sedert de Confederatie van den Koning van Sweden, met de Republyk van Poolen, A°. 1703. tot op de Vreede van Alt-Ranstadt, in’t Jaar 1706.

Pag. 180

vermits de Koning Stanislaus hadt laaten weeten , dat hy met de Kroon Armee, eenig nieuw geworven Volk, en eenige duisendt opontbodene Edellieden , zich met den Generaal Majoor Meyerfeldt, die met drie Regimenten in Groot-Poolen was gebleven, soude conjungeeren, en daar door meende in staat te zyn, Warschouw en Groot-Poolen te konnen dekken:

Pag. 182-185

De Sweden hadden ondertusschen Poosen, door den Generaal Majoor Mardefeldt en den Overste Lilliehok beset. Maar nademaal dese tot seekerheit van de Stadt, en te gelyk tot dekking der Geconfedereerden in Groot Poolen, niet sterk genoeg geöordeelt wierden, kreegen se den Generaal Majoor Meyerfeldt benevens een Regiment Cavallerie en twee Regimenten Dragonders by zich, die zich dichte by de Stadt ophielden. Ook verwachteden zy den Koning Stanislaus, welke aan den laatsten hadt laaten weeten, dat hy met de Kroon Armee en een deel Adel sou komen om hen te versterken en de Saxen te verdryven, welke ondertusschen veele plaatsen onder Contributie hadden gestelt.

Ondertusschen hadt de Saxische Generaal Luytenant Schulenburg, (die by Absentie van den Veldt- Maarschalk Steinauw de Saxen Commandeerde) van de aankomst en sterkte van Meyerfeldt bericht bekomen: Waarom hy besloot hem aan te tasten, alvoorens hy versterkt wierdt. Hier toe vondt hy goedt, niet de gantsche macht, maar alleen 3500 Man Cavallerye en Infanterye, van het puykje syner Troupen, te gebruiken, met welke hy in stilte nacht en dag Mylen over de Warta, tot op anderhalve Myl van de Stadt avanceerde. Echter kreeg Mardefeldt de lucht van dit voorneemen , en maakte zich klaar de Saxen wel te ontfangen. Tot dien eynde trok hy de overige Cavallerye uit de Stadt , benevens eenige Infanterie onder den Overste Luitenant Weidenheim, als meede twee Regiments stukjes, en verwachte de Saxen de gantsche nacht in, goede ordre. s’ Morgens den 1 Aug. verscheen Schulenburg al voor dag, van meening zynde den, Sweden den yaak uit de oogen te verdryven, laatende het Leeger derfelven op drie plaatfen tegelyk attaqueeren. Doch Meyerfeldt ontfing die geenen welke het Front aantasteden, met fulken dapperheit, dat veele Saxen sneuvelden, en derselver Cavallerye eyndelyk over hoop raakte. Terwylen nu de Overste Taube, de Vyanden met kleyne Esquadrons vervolgde, deedt de Saxische Infanterye, benevens de reateerende Cavallerie op een andere plaats, een heftigen aanval op de Sweden, en dwong deaelve, dewylen zy veel sterker van Voetvolk waren, als de Sweden, dat deae, na dat ‘er veele over en weer waren gesneuvelt, tot onder Poosen moesten wyken. Doch de Saxen vervolgden se niet verder, maar betrokken aanstondts het Sweedsche Leeger, en begonnen in het selve te branden en te blaaken. Ondertusschen quam de Overste Taube wederom terug, en siende dat hy ongenoode gasten in syn Leeger hadt gekreegen, socht hy wederom met Meyerfeldt te conjungeeren, en de Vyanden als dan aan te tasten. Dit gelukte meede; maar Schulenburg merkende wat ‘er gaande was, was in de voorbaat om wederom te vertrekken, soo dat hem de Sweden geen verderen shaade konden doen. Echter moeste hy de twee veroverde stukken wederom achter laaten. In dese Actie wierdt de Generaal Majoor Brause gewondt, en de Saxen verlooren daar by omtrent 600 Man, soo doodt, gevangen als gewondt, en de Sweden 300 Man benevens eenige Standaarten. Nu konde Meyerfeldt wel staat maaken, dat Schulenburg hem met de gantsche Armee op ’t lyf sou vallen; dus liet hy syne gewonde in Poosen, en dewyl de Stadt geen gevaar scheen te loopen, om dat de Saxen met geen Artillerye voorsien waren, (waar van hy narigt hadt) trok hy met syne Troupen dieper landewaarts in, om soo veel nader by de handt te zyn, wanneer Koning Stanislaus quam aantrekken om met hem te conjungeeren. Hy marcheerde dus van Poosen naar Gnesen en verder na Lowitz. Eenige daagen na syn vertrek quam Schulenburg met de Saxifche Armee aantrekken, en leegerde zich aan de Warta; en terwylen, hy soo lang stil moeste staan, tot dat men een brug over die Rivier hadt geslaagen, wierden de gevangens met de Sweden uitgewisselt, waarna hy syn werk maakte om het Garnisoen van Poosen naauw ingeslooten te houden.

Pag. 193-194

De Koning Stanislaus vernemende, dat Koning Augustus over de Weichsel was getrokken, veranderde syn voorneemen, om met den Generaal Mey- erfeldt te conjungeeren en naar Groot-Poolen te trekken, en begaf zich wederom naar Warfchouw, om fyne Gemalinne Vrouw-Moeder, naar Elbing in seekerheit te senden, werwarts zich de Cardinaal Primaat meede begaf, en door Meyerfeldt wierdt geescorteert.

Pag. 197-200

De Generaal Meyerfeldt zich eenigen tydt by Thooren opgehouden hebbende, vernam dat Schulenburg wederom van Poosen was geweeken, en dat zich eenige Poolen twee mylen van de Stadt by Stenziewo hadden geposteert; waarom hy zich soo veel als immers moogelyk was derwarts spoedde, om de besetting met syn Volk te versterken. Om synen Marsch dies te heimelyker te doen, hadt hy syne voortrouppen met Saxische monteering bekleedt, en nam alle Poolen onderwegen meede. Op dese wyse quam hy den 9 September O. S. buiten verwachting in Poosen aan, daar hy van alles goedt berigt kreeg. Namentlyk, dat de Generaal Schulenburg dese Stadt 14 dagen berendt gehadt hebbende, wederom op bevel van Koning Augustus hadt verlaaten, vermits dese Koning bericht bekomen hadt, dat de Generaal Rheinschildt naar Warschouw quam marcheren, en daarom alle syne Trouppen sogt ’t samen te trekken. Men vernam nu ook, dat de Poolen by Stenziewo geposteert, de versamelde Pospolite Ruszenie voor den Koning Augustus was. Meyerfeldt zich van dese gelegentheit willende bedienen, trok derwarts , overviel de Poolen, doode eenige hondert daarvan, en kreeg, behalven veele gevangens, een ryke buydt, van schoone Peerden, 12 paar Keteltrommen, 3 Vaandels, ja selfs den Generaals-Staf en veel andere kostelykheit, die hy met zich in de Stadt bracht; en syne Trouppen tot derselver versterking in de voorstadt leyde.

Ondertusschen besloot den Koning Augustus dese Stadt te belegeren, en gaf tot dien einde bevel aan den Generaal Luytenant Brandt, om met een deel Trouppen deselve te berennen, als meede dat de Generaal Patkul met eenige duyssent Russen tot dien einde met hem soude conjungeeren. Brandt quam ook werklyk den 19 dito aan, en posteerde zich daar Schulenburg te voren hadt gestaan; en vermits hy verwittigt was, dat de meeste Cavallerye van Meyerfeldt uit de voorstadt was getrokken om te fourageeren, besloot hy deselve op te lichten, of ten minsten in haar voornemen te verhinderen. Tot dien einde detacheerde hy 2000 Poolen benevens eenige Duytsche Trouppen; en terwyl de Warta op veele plaatsen soo droog was, dat men gemakkelyk daar door kon ryden, liet hy noch eenige Poolen en Duytschers over dese Rivier trekken, om den Sweeden het terug komen te verhinderen. Daar waren reets 18 Esquadrons in ’t gesigt der Stadt overgetoogen, wanneer de Generaal Majoor Meyerfeldt met syne geringe in de Stadt geblevene Manschap, omtrent uit 350 koppen bestaande, besloot, soo wel om de fourageerders te redden, als de Vyanden soo veel als mogelyk was, alle afbreuk te doen, en deselve met een volle gallop aan te vallen; waar by de Overste Luytenant Trautfetter en de Capitein Graaf Gylnstolpe, die de avantgarde hadt, de Vyanden haast in wanorder brachten; en schoon zy den ouden weg terug fogten, wierden echter veele daarvan gedoodt, en in de Rivier gejaagt, die verdronken; en sulx in ’t geficht van den Generaal Brandt, die met omtrent 5000 Man aan de andere zyde der Rivier, een ooggetuige hier van, en ook seer moeyelyk was, dat zich syn Volk niet beter weerde; sonder dat hy haar kon ondersteunen.

Hier op posteerde zich Meyerfeldt op een voordeelige plaats, tegen over de Vyanden ; daar hy soo lang bleef, tot dat alle de fourageerders in de Stadt terug waren; vermits de Poolen, op ontfangen bericht van het slecht onthaal aan de Warta, geen lust hadden de Sweden op te soeken of aan te tasten. De Generaal Brandt onderstondt ook niet verder op dese plaats de Rivier te passeeren, maar trok met syne Troupen een Myl verder, wordende door de Russen onder den Generaal Patkul versterkt.

Wanneer men nu merkte, dat de Vyanden ten eenemaal beslooten hadden, Poofen te beleegeren; vondt Meyerfeldt geraaden, om zich met fyne Troupen in de Stadt te werpen, vermits hy zich in de Voorstadt niet genoeg kon verdedigen, en om den Generaal Majoor Mardefeldt, die het voornaamste Commando hadt, de behulpsame handt te bieden. Men maakte tot dien einde alle toestel en besorgde al het nootwendige; alleen was men beducht dat de levensmiddelen geen beleegering_souden konnen uithouden. Soo draa nu Brandt met Patkul geconjungeert was, en de nodige Artillerye bekomen hadt, wierdt de Stadt door een formeele beleegering aangetast; en schoon deselve van geen sonderlinge defentie was, (behalven het geene de Sweden aan de oude en meest vervallene Fortificatien hadden verbetert en wederom opgemaakt) echter bleef men in de Stadt geresolveert, om het uiterste af te wachten en zich tot op den laatsten Man te verweeren.

Pag. 253-254 (Jacobstadt 1704)

Hier op begon de Overste Stakelberg, die zich voor den rechtervleugel der Ruyterye geposteert hadt, met de Vyanden te schermutseeren; als meede de flinkervleugel, soo wel Cavallerye als Infanterye onder den Overste Wennerstadt en den Overste Luytenant Meyerfeldt; sonder dat de rechtervleugel van de Cavallerie den rechten van de Infanterie, (by welken door het dikke Bosch naauwlyks 50 Ruyters waren) of ook de gantsche flinkervleugel van de Infanterie en Cavallerie den rechtervleugel der Sweden eerder kon sien, als nadat men reets met de Vyanden op het vlakke Veldt volkomen in Actie was geraakt; daar het Sweedsche geschut onder de Moscovische Trouppen braave openingen maakte; maar ’t Vyandlyke op de Sweden weinig werking deedt.

Pag. 283-284 (Poosen 1704)

Dese Vesting was aan en voor zich selven seer slegt gestelt, ook hadden de Vyanden reets drie bressen in de muuren geschooten, die soo groot waren, dat een Battaillon en front daar door kon marcheeren doch de Vyanden hadden noch geen storm gewaagt, waar toe de Sweden in de Stadt alle nodigen toestel met afsnydingen &c. tot tegenweer hadden vervaardigt. De Generaal Patkul, hadt door een Brief aan den Commandants de Stadt laten opeyschen, maar geen antwoordt bekomen. Hy sondt dierhalven nochmaals twee Officieren daar in, om hem de overgave aan te raaden; maar kreeg tot antwoordt: Dat hy noch door geene noodt daar toe gedreven wierdt, en veel meer berydt was, ingevalle zy iets verder ondernamen, haar behoorlyk te ontfangen. Den volgenden morgen met het krieken van den dag, verlieten zy de Stadt seer schielyk, na dat zy die vier weeken hadden beleegert. Soo haast men daar van in de plaats kennis kreeg, vervolgde haar de Overfte Taube met een goede partye, om se in haaren marsch te belemmeren, tot welken eynde hy dikwils daar meede schermutseerde, doodede veele, en bracht verscheydene gevangens binnen, die hy ten deele van hen, als meede van die van Warschouw quamen, onderweegen oplichtede.

Op dat men nu eygentlyk mag weten, hoe veel Volk de Generaal-Majoor Meyerfeldt in alles desen Somer verlooren heeft, foo dient, dat syn gantsche Detachement maar drie Regimenten geweest was, welke by haare eerste aankomst by Poosen in alles maar 2300 Man sterk waren; waar van hy na synen uittocht uit de gemelde plaats noch effectief 1900 Man over hadt, volgens syn eygene specificatie aan den Koning overgegeven, soo dat hy geduurende dese gantsche Campagne aan doode en deserteurs in alles noch geen 400 Man hadt verlooren.

Om de beleegering der Stadt Poosen dies te beter te vertoonen, sullen wy hier meede deelen, eenen Brief in desen tyd uit de plaats selfs geschreven.

Pag. 285-292 Verslag belegering Posen met kaart en beschrijving stad

Pag. 422-423 (Danzig 1705)

Na veele beraadingen over en weer, besloot de Stadt eyndelyk de Saxische goederen den 26 July aan den Sweedschen Resident uit te leveren, na datse den ernst gesien hadde; vermits op bevel van den Koning van Sweden, den Generaal Meyerfeldt met 3000 Dragonders in het gebiedt van Dantzig was getrokken, en den 28 dito de Werders hadt beset. Dese eyschten daar dagelyks tot hun onderhoudt 4441 st broodt , 4441 st Vleesch, 2221 st Spek en even soo veel Gort, 8840 maaten Bier, 12660 st Hooy, 660 Scheepels Haver en 420 Guldens gereedt geldt. Vermits daar door nu verscheide Boeren verliepen, lieten de Sweden, door opentlyken Dromslag kentmaaken, dat ieder zich ten eerften wederom naar syne wooning hadt te begeven, op peene van al haar Koorn en de vruchten op ’t Veldt te sullen bederven. De Magiftraat schreef daar over aan den Koning van Sweden, en sondt tegelyk eenige haarer besoldelingen na buiten; doch dese konden de Sweden niet stuiten, en derselver tegenweer verbitterde den Koning soo veel te meer, om haar wegens haare ongehoorsaamheit te straffen, en de pretentien ten haaren lasten te vermeerderen. De Cardinaal Primaat wierdt ook in desen gemoeyt , alhoewel de Dantzigers hem niet al te veel scheenen te vertrouwen.

Pag. 605-606 (Grodno 1706)

Wanneer nu de Sweden verre van Grodno af waaren, sogt zich de Moscovische Veldt-Maarschalk Ogilvy, daar van te bedienen, om voor syn Garnisoen na wat verversching om te sien. Tot dien einde sondt hy syne Dragonders uit, om van de Boeren daar omtrent proviant en Vivres op te haalen; dog dese quamen nooit over de Niema, als of dese Rivier de Grenssen tusschen de Moscovitters en de Sweden bepaalde.

Soo haast de Koning van Sweden hier van berigt hadt, sondt hy den Generaal Majoor Meyerfeldt en den Overste Burenchioldt met 2000 Ruiters, om de Vyanden op te soeken. Deese partye passeerde in alle slilte de Niema, door de Stadt Luna, en verder tot by de Stadt Indura, waar in een Regiment Russen lag. Maar vermits het rondom deese Stadt overal vlak Veldt is, wierden zy wel haast door de voorwachten ontdekt; welke gantsch geen resistentie doende, zich na de Stadt begaven; en den geenen die in de Stadt laagen meede een schrik aanjaagende, begavente zich gesamentlyk op de vlugt. By deese gelegentheit sneuvelden ‘er 60 gemeenen, met een Luitenant, en men kreeg 50 gevangens. Ondertusschen begon den avondt reets te vallen , waar door Meyerfeldt genootsaakt wierdt, om s’nagts te Indura te blyven. De Vyanden trokken wel den selfden avondt noch hun Volk by malkander; maar soo haast zich de Sweden roerden, weeken zy naar de kant van Grodno, met achterlaating van de opgehaalde voeragie en Vivres. De Sweedsche Wallachen, als meede de Adel en Boeren daar omtrent, bragten inmiddels noch verscheide gevangens daar van in ’t Sweedsche Leeger.

Pag. 641 (Overste Cruus neemt dezelfde weg over Indura als Meyerfeldt eerder nam)

Pag. 653 (1706)

Zy quamen den 28sten s’morgens vroeg by de Moscovitters, soo als deese beesig waren om een brug af te breeken en borstweeringen op te werpen. De Koning van Sweden volgde meede seer vroeg, en liet aanstondts op syne aankomst het Kanon naar de Vyanden planten, waar door zy ten eersten van haaren arbeydt verjaagt, en 10 à 12 Man doodgeschooten wierden. Syne Majt. hadde den Prins van Wurtemberg, den Gen. Maj . Meyerfeldt, eenige andere Officieren en een party Dragonders by zich. Ieder was even willig op de Vyanden. Maar vermits men deselve niet konde naderen, als ter plaatse daar de brug geleegen hadt door ‘ t Water te waaden, wierdt de diepte hier en daar gepylt, en de bequaamste plaats om over te geraaken uitgekoosen. Niets scheen ‘er gemaklyker, als met een handje vol volk, een talryk Leeger hier te konnen stuyten. Doch niet tegenstaande dese swarigheit, beval de Koning aan de Gardes om over te waaden, welken het water hier en daar noch tot onder de armen ging. De Moscovitters de stoutheit der Sweden siende, wierden met sulk een vreese bevangen, datse haare aankomst niet durfden afwachten, maar met achterlating van 12 dooden en eenige gequetsten, (onder welke een Fransche Capiteyn Basenville genaamt, was) met eenige Peerden en Wagens de vlucht namen, en naar Sicleze weeken.

Pag. 662

En vermits de Commandant in Zabirs, niet alleen weigerde de Vesting over te geven, wanneer se de Koning Stanislaus in ’t voorby gaan opeyschte, maar selfs ook op syn Volk hadt geschooten; detacheerde de Koning van Sweden den Generaal Majoor Meyerfeldt derwaarts. Dese eyschte de plaats meede op, maar kreeg ook een weygerendt antwoordt; tot dat de Commandant het geschut daar voor sag brengen, waar by de Koning noch een swaare bedreyging voegde, indien hy zich niet over gaf. Dus geen andere uitkomst siende, gaf hy de Vesting eyndelyk over. Het Garnisoen, bestaande in omtrent 700 Man, wierdt ook op discretie aangenomen, en de Vesting, den Vorst Wiesniowisky toebehoorende, geslecht. Ruym 40 stukken, daar verovert, liet men springen en versmelten, en alle de Huyssen en Magazynen wierden aan de vlamme opgeoffert.

Pag. 665 (vanaf Slucz)

waar na zich Syne Majt sonder eenig Escorte naar Pinsk begaf. Het was den 24sten s’avondts omtrent 6 uuren wanneer de Koning wech reedt; hebbende soo wel Syne Majt . als syn gantsche gevolg ieder een handtpeerdt by zich, om somtyds het eene met het andere te verwisselen. Op deese wyse marcheerden zy recht toe recht aan, door Bosschen en Moerassen, (die op sommige plaatsen soo diep waren, dat zy een vierendeel myl met Kaanen moesten overvaren, en de Peerden ter zyden laaten swemmen) en quamen des anderen daags, s’namiddags omtrent vier uuren te Pinsk, hebbende in die tydt meer dan dertig mylen afgeleydt. In desen togt hebben het alleen de Prins van Wurtemberg, de Generaal- Majoor Meyerfeldt en twee andere, met den Koning konnen uithouden, het overige gevolg, is hier en daar op den weg terug gebleven .

Pag. 666 (vervolgmars van Pinsk)

De Koning, welke tot faciliteering van desen swaren togt, de Armee verscheyde weegen hadde laaten marcheeren, hadt ook aan de achterste Trouppen bevel gegeven, om de Vyandtlyke Goederen overal te ver- branden en te verwoesten. De Generaal Meyerfeldt kreeg bevel, om met een detachement van vier Regimenten synen weg naar Bresici te neemen, (zynde een welbekende pas tusschen Poolen en Littouwen) vermits men tyding hadde, dat Pocziec met een deel Poolen, aldaar hadt genestelt. Doch Meyerfeldt daar komende, vondt niet als een leedig nest. Hy posteerde zich dierhalven in dese plaats, en bragt den Adel daar omtrent op de zyde van Koning Stanislaus. Alle die daar toe onwillig waren, wierden met het ruineeren en verbranden van hunne goederen gestraft. De Trouppen van Sapieha, omtrent 3 à 4000 Man sterk, conjungeerden daarna met des party, welke Meyerfeldt wonderlyk wel te pas quamen, om overal heen te stroopen, en hier en daar de Vyanden op te lichten; gelyk zy onder anderen eens 11 Compagnien Poolen en een Regiment Infanterye te gelyk gevangen inbrachten, welke zich daarna alle in den dienst van Koning Sta- nislaus begaven.

Pag. 668

De onverwachte aankomst van den Koning van Sweden in Volhynien, veroorsaakte noch grooter schrik, by de geenen die ’t met den Koning Augustus hielden; vermits men daar eerder het invallen van den Hemel sou hebben gevreest, als dat het Sweedsche Leeger met Artillerye en Bagagie over en door soo vreeselyke grote Moerassen hadde konnen komen. Voornamentlyk ging desen togt, den Groot Kantzelier van Littouwen Radzieviel seer ter herten. Want behalven dat syne meeste goederen in Littouwen, reets door de Sweden aan de vlamme waren opgeoffert; soo moeste hy nu noch met goede oogen aansien, dat de Sweden syn overig eigendom onder malkander deelden. Want de Koning onthieldt zich eeenige mylen van Olyka en de Gen. Maj . Meyerfeldt by Biala, (niet verre van Bressizi) welke beyde plaatsen Radzievil toebehoorden, en beswaarlyk van haaren gantschelyken ruin scheenen geredt te konnen worden.

Pag. 671

Na dat de Koning Augustus het nodige Garnisoen in Cracouw gelaaten hadde, ver trok hy na de Leegerplaats te Nipolonice omtrent drie mylen van de Stadt, en marcheerde vervolgens met syne Trouppen dag en nacht voorby Radom naar de Weichsel, welke hy met alle spoedt passeerde; en vervolgens met het Kroons-Leeger by Sendomir geconjungeert zynde, hieldt hy zich, als of hy recht naar Bressizi wilde trekken, om Meyerfeldt daar aan te tasten. Doch hy veranderde wel haast van gedachten, en trok, na een Marsch van 12 Mylen, over de Bug, (welke door ’t laage water gemaklyk te passeeren was) en vervolgens over Tikozyn in Littouwen, om daar af te wachten, of de Koning van Sweden hem soude willen volgen.

Pag. 678-680

Doch het Detachement van den Generaal-Major Meyerfeldt, ’t welke tot nu toe in Bessici hadt gelegen, nam synen weg naar Luckouw, en soo vervolgens over de Weichfel. Deese marsch koste hem een Capiteyn en 60 Dragonders, welke proviant sullende haalen, door een groote party Poolen aangetast, en meest alle in de pan gehakt wierden.

Na dat de bruggen gereedt waren, passeerde de Armee dese Rivier en vervolgde de Koning den 3den Augusty synen marſch van de Weichsel naar Swolni, en van daar tot by de Stadt Radom. Hier liet de Koning halte houden, en nam s’anderen daags s’avondts een besluit, om den Generaal Rheinschildt heen en weer te besoeken, die met syn Leger by Piontek, 18 Mylen van daar, stondt. De Koning begeerde geen Escorte, maar reedt alleen met een suite van seven Persoonen derwaarts, waar onder waren, de Prins Carel van Meklenburg (die in Volhynien by de Armee gekomen was) de Prins Max van Wurtemberg, de Generaal Majoor Meyerfeldt, en een Poolsche Wegwyser. Wanneer syne Majesteit met dit geringe gevolg, twee Mylen van Radom, door een Bosch gepasseert was, ontmoeten zy aan de andere zyde by een weg, een party van 300 Poolen. (…)

Echter was dit oorsaak, dat Syne Majesteit geheel van den weg en van syn gevolg verdwaalde. De Prins van Meklenburg viel meede van syn peerdt, en vermits hem het selve ontliep , moeste hy hem te voet behelpen, en zich van de dikte van het Bosch tot syne seekerheit bedienen. Doch de Prins van Wurtemberg, de Generaal Meyerfeldt en ’t overige gevolg, waren op den weg gebleven, en dagten niet anders of de Koning was voor uit gereeden.

Wanneer zy nu te Radom terug quamen, en den Koning daar niet vonden, baarde dit seer groote ontsteltenis.

Pag. 686 (Zweedse hoofdmacht steekt Oder over, op 3 september 1706 o.a. de regimenten dragonders van Stenbock, Taube en Meyerfeldt, het laatste 8 Comp. 8 Stand. 600 Man) 

Pag. 701

De Koning van Sweden vervolgde inmiddels synen Marsch, en trok den 14de dito tot naar Radeberg, daar hy aan den Generaal-Major Meyerfeldt belaste, met eenige Regimenten boven Dresden naar Pirn of Sonnestein te trekken.

Pag. 709-710 (Koning naar Alt-Ranstadt)

Het overige van de Armee, die achter na quam, wierdt meede daar omtrent in het Landt verdeelt. Doch aan den Generaal Meyerfeldt, welke met 3 Regimenten synen Marsch boven Dresden hadt genomen, en daar over de Elve was gepassert, beval de Koning te rug te trekken, en zich sodanig te posteeren, dat hy Dresden konde insluyten, gelyk geschiedde .

Pag. 817-818

De Koning van Sweden, in gevolge van het Vreedens-Tractaat, op het relaxeeren, der twee gevangene Prinssen, Jacob en Constantyn Sobiesky, aanhoudende, stelde de Koning Augustus daartoe de noodige orders, en wanneer alles, dat de Koning van de Prinssen, en dese wederom van die Majesteit te pretendeeren hadde, tot genoegen van beyde de partyen geliquideert, en gantschelyk afgedaan was, wierden de Prinssen uyt hunne detentie ontslaagen. De Koning van Sweden hiervan bericht krygende, sondt den Generaal-Majoor Meyerfeldt, en den Secretaris van Staat Cedernhielm, naar Dresden, om de Prinssen te ontfangen, by welke gelegentheit hen de Koning meede volgens het Vreedens-Tractaat, de veroverde Zeegeteekens, bestaande in 13 Standaarten, en 2 paar keteltrommen, overhandigde. Daarna vertrokken de afgesondene, benevens de verloste Prinssen, om defelve naar ’t Sweedsche Leeger te geleyden.

DEEL 4
Behelsende het voorgevallene, sedert de Vreede van Alt-Ranstadt, A° 1706. tot op des Konings aankomst in Turkyen, na de Bataille by Pultawa, in ‘t Jaar 1709.

Pag. 48-49 (1707)

Eyndelyk en op ’t meenigvuldige aanhouden van syne Sweedsche Majesteit, wierdt Sweden den Koning Augustus genootsaakt, den gevangenen Minister Joh. Reinh. Patkul over te geven. Dit geschiede op den 7den April wanneer deselve, aan handen en voeten geboeyt, van de Vesting Koningstein wierdt afgehaalt, en onder een sterk Escorte te Tepelswalde, niet verre van Dresden, aan den Sweedsschen Generaal Meyerfeldt overgegeven, welke hem naar ‘ t Sweedsche Leeger bragt, daar hy vervolgens door 30 Man wel bewaakt wierdt, waar van ‘er altydt twee met bloote deegens in syn vertrek waren, en de andere voor de deur stonden; andersints wierdt hy wel onthaalt; en door deese overgaaf was een der grootste swarigheden, die de Sweden in Saxen deedt blyven, wechgenomen. 

Pag. 180 en 183 (overzicht in Saksen)

Generaliteit. De Generaal Veldt-Maarschalk, de Grave van Rheinschildt.
De Generaal Welling. De Generaal Luytenant Nieroth. 5 Generaal Majoors, de Baron Meyerfeldt , Kreutz , Crufe , Baurenfchildt en Wrangel.

Dragonders. 6 Batt. Duytsche, Gen. Majoor Meyerfeldt. 1800 Man. 

Pag. 195

Den vermaarden Johan Reinhardt Patkul, (waarvan soo dikwils in deese Geschiedenissen gewag gemaakt is) welke, sedert syne overlevering aan den Koning van Sweden, door den Koning Augustus, ingevolge van het laatste Vreedens-Tractaat, aan handen en voeten geboeyt, het Leeger uyt Saxen herwaarts hadt moeten volgen; was tans noch onder de bewaaring van het Regiment van den Generaal Meyerfeldt. Hy hadde zich geduurende syne gevankenisse seer soberlyk beholpen, en men konde hem niet als met veel moeyte eenig voedsel doen nuttigen; (mogelyk om door vasten synen doodt te verhaasten, en daar door syn Vonnis te ontgaan; waarom de Koning een van syne Lyf-Medici uytdrukkelyk belaste, naauwe acht op hem geven, opdat hy zich selven niet aan kant mogte helpen. Den 19den October quam s’Konings Docter aan syne Majesteit bekendt maaken, dat Patkul, door geduurige onthouding van spyse, foodaanig verflaauwde, dat hy oordeelde, dat denselven noch maar weinig daagen soude konnen leeven. De Koning beval daarop aanstondts, dat hy noch denselfden avondt, door het Regiment van Meyerfeldt aan het Regiment Dragonners van den Overste Hielm soude overgelevert worden; gelyk s’avondts omtrent 7 uuren ook geschiedde; waardoor zich Patkul verbeelde, dat hy naar Poosen versonden soude worden.

Pag. 509 (1709)

Omtrent desen tydt publiceerden de Moscovitters meede den inhoudt van verscheyde onderschepte Brieven uyt het Sweedse leger, om den ellendigen staat van ’t selve bekendt te maken. Wy sullen eenige Extracten derselven den leeser hier meede deelen.

De Grave Piper schreef naar Stokholm aan syne Gemalinne: “De tegenwoordige Campagne is soo elendig en moeyelyk, dat het byna niet te gelooven of te beschryven is. En alhoewel ik gaarne met alle omstandigheden hier van wilde schryven, soo laaten sulx de tegenwoordige Conjuncturen, en de onveyligheit der weegen niet toe, dewyl ‘er reets drie posten terug gekomen zyn, die niet hebben konnen passeeren. De Generaal-Majoor Meyerfeldt heeft een been gebrooken.

Pag. 557

Wanneer de Koning nu op deese wyse een stuk weegs voortgeraakt was, begaf hy zich op de Veldt-Chiees van den Overste-Luytenant Siltman, die hem tot by ’t Corps van Leeuwenhaupt bragt, van waar hy met de waagen van den Generaal Meyerfeldt, met 12 paarden bespannen, onder geleyde van de gantsche Cavallerye, naar de rivier de Dnieper voortreedt. De Koning hadt gaarne den Grave Piper met zich gehadt, en sondt ook drie Trawanten kort na malkander tot hem, maar ’t ongeluk wilde, dat hy ‘er geen weder terug kon verwagten.

Pag. 563

Hy sondt den Generaal Meyerfeldt, benevens een Trompetter en twee Trawanten naar den Czaar, om denfelven te versoeken: ,,Dat den Grave Piper slegts twee of drie uuren tydt, toegestaan mogten worden, om met den Koning te spreeken, (onder Koninklyke Guarantie) als meede om den vreede te versoeken, welken hem de Czaar, kort voor den slag, hadt aangebooden, of ten minsten, vryheit te erlangen, zich uyt deese gewesten naar Poolen te begeven.” Dog de Czaar liet hem antwoorden: ,,Dat het tans te laat was, om op Vreede te denken; en nademaal hy zich in dit landt hadt begeven, sonder op de gevolgen acht te geven, soo mogt syne Majesteit ook nu sien, hoe hy wederom daar uyt quam.”
Ja de Generaal Meyerfeldt wierdt selfs eerst aangehouden, dewyl hy sonder Pasport was gekomen; als meede, omdat hy in de Bataille van Kalisch was gevangen en vrygegeven, op voorwaarde, dat een Moscovisch Generaal sou ontslagen worden, ’t geen niet gevolgt was.

Pag. 573-574 (geselecteerde zinnen)

Lyste der gevangene Sweden, van het Corps onder den Generaal Leeuwenhaupt.
Elf Regimenten Dragonders. Van de Gardes, Overste Wermerstadt, Prins van Wurtemberg, van de Generaal-Majoors Slippenbach en Meyerfeldt, van de Oversten Hielm, Taube, Ducker, Schrotenfelsz, Albendeyls en Guldenstern.
Tien Overste-Luytenants, van het Meyerfeldsche [regiment] Trautfetter
Sestien Majoors , van het Meyerfeldsche [regiment] Rothausen.

Pag. 633

Want de Generaal Meyerfeldt, welken de Koning na den slag by Pultowa by den Czaar in ’t Moscovische leeger hadde gesonden, om over de gevangene Sweden te tracteeren; arriveerde in ’t Campement by Bender en bragt syne Majefteit de onaangenaame tyding, dat zich het gantsche Corps van Leeuwenhaupt, volgens Capitulatie, tot Krygsgevangenen hadt overgegeven.

Pag. 637-638

Dewyl nu de Staats en andere affaires niet wel en ordentlyk verrigt konden worden, ‘ t en ware dat de Koning niet alleen met syn Koninkryk, maar ook met andere Mogentheden de lang afgesneedene Communicatie herstelde; soo benoemde de Koning den Generaal Meyerfeldt, om syne mondelinge en schriftelyke beveelen naar Stokholm over te brengen; waartoe men van het Turksche Hoff Pasporten en de noodige Escortes versogt, die men ook, terwyl zich dese Generaal tot de reyse gereedt maakte, gewillig verkreeg. 

Pag. 648-657

Hy sendt Meyerfeldt naar Sweden
Inmiddels hadde zich de Generaal Meyerfeldt gereedt gemaakt, om de reyse naar Sweden aan te neemen, waartoe hem de Koning, en het Turksche Hoff, de noodige Pasporten behandigt, en een bequaam Escorte toegestaan hadt, met bevel aan alle Vasaalen, om hem niet alleen onverhindert te laaten reysen, maar ook in alles behulpfaam te zyn. Dese reyfe was niet alleen hoog noodig, om des Konings beveelen, soo wel schriftelyk als mondeling, over te brengen, maar den gemelden Generaal ook seer aangenaam, dewyl hy zich in dese Gewesten vry onpasselyk bevondt, en op spoediger herstelling in Sweden hoopte. Syn gevolg bestondt in 13 Persoonen, onder Convoy van een Aga, die een Joodt tot Tolk by zich hadde, zynde alle te peerdt, met hunne bagagie achter op. Zy naamen den weg over Moldavien en Wallachyen, en stonden seer veele ongemakken uyt. Wanneer zy den 20sten Augusty de rivier de Pruth gepasseert waren, quamen zy te Jassy, de Residentieplaats vanden Hofpador, die haare Pasporten geexamineert hebbende, hen nog 4 Wallachen tot Escorte meede gaf, daarmeede zy den weg vervolgden. Vervolgens toogen zy over de Molda (die Moldavien van Wallachyen afgefcheydt, en waarvan het eerstgemelde Vorstendom den naam heeft) en de Stadt Soczowa gepasseert zynde, moesten zy s’anderen daags de Molda wederom repasseeren, wordende hier ‘ t Convoy van Jassy afgelost. Zy moesten s’anderen daags deselfde rivier nog negenmaal passeeren, tot dat zy te Compulon quamen, zynde een Moldavisch Steedeken nog slegter als Soczewa, en qualyk van een dorp te onderscheyden. Hier hielden se raadt, of se den verderen weg over Bistrice , en alsoo midden door Sevenbergen, of een weinig ter regterhandt door Hongareyen souden neemen; welke laatste route verkooren wierdt. Zy hoorden hier, dat voor eenige daagen verscheyde van de Sweedsche Armee desen weg waren gemarcheert, welke zy gemaklyk souden konnen inhaalen. Hier verruylden zy eenige sieke peerden tegens gesonde, verwisselden van Geleydtslieden (behalven den Turkfchen Aga én de Joodt, die by haar bleven) en begaven zich wederom op weg. Zy reeden langs een Valeye, welke hoe langer hoe smalder wierdt, en op veele plaatsen naauwelyks een Musquetschoot breedt was; in ‘ t midden derselver liep de meergemelde rivier, welke zy geduurig in ’t oog hielden, en desen dag thien maal, en te vooren verscheyde maal gepasseert waren. s’Avondts quamen se aan de scheyding van den weg naar Sevenbergen en Hongareyen, en de laatste wooning van Moldavien. Zy passeerden de gemelde rivier wederom viermaal, tot dat se haar ter rechter handt lieten, en veele hooge bergen en naare wildernissen twee dagen lang doortrokken, ook een gantschen dag in swaaren reegen moesten marcheeren. Vervolgens quamen se in een dal, daar de rivier Iza eerst als een kleyn beekjen begint, en allenskens een groote rivier wordt, welke zy tot den eersten avondt 40 maal moesten doorryden, en na een marsch van 3 uuren te Marmaros quamen, dat de eerste bewoonde plaats van Compulon, buyten het Turksche of Moldavische Territoir is. De Richter en Vicespan onthaalde haar seer beleeft, en deedt hen alle bevordering tot de verdere reyse. Hier hadden zy gelegentheit om met de Edellieden in ’t Latyn te konnen spreeken, rusteden hier een dag uyt, en hadden de reyse van Bender tot hier in 10 daagen afgeleydt.

Na dat de Richter alle order tot het vervolgen der reyse gesteldt, en behoorlyk Convoy besorgt hadt, gaven de Sweden, aan den Turkschen Aga met syne Moldaviers en den Joodt, een goede vereering, en lieten haar daarmeede terug marcheeren. Zy bevonden zich nu wederom onder de Chriftenen, waarvan de meesten van de Luytersche Religie waren. Den 31sten Augusty vertrokken zy met een Geselschap derselven, onder behoorlyk Convoy. Overal in Sevenbergen en Hongareyen, waren de Inwoonders van de Ragotzische factie, dog toonden zich beleeft tegen de Sweden. Na dat se door het Dorp Targumen gereeden waren, moesten se de meergemelde rivier weder meer dan 80 maal passeeren, dat hen groot ongemak baarde. Zy hadden dien dag wel 10 uuren gereeden, en dog maar 3 mylen geavanceert; dat door ’t onderscheydt van de lengte der mylen voortquam, gelyk zy by ‘ t ondersoek bevonden. S’avondts vernagteden zy in een Dorp, en quamen s’morgens in ’t Steedjen Sigeth. Van Marmaros tot hier en verder tot in Hongareyen, woonen meest van de soogenoemde Heydens, welke meest Smidts zyn. De Vicespan onthaalde haar wel, en convoyeerde haar in ’t passeeren over de Thais; van waar hy haar Convoy meede gaf tot naar Hust, zynde een Bergslot dat Hongareyen van Sevenbergen scheydt. Zy passeerden in Hongareyen door ’t Steedje Salisch, (daar de ordinary posten beginnen ) en Bene naar Mongatsch. Dog eer se daar quamen, sonden ſe iemandt vooruyt, om te hooren, of hen de Vorst Ragotzy soude willen toestaan daar te komen, waarop se eerst laat in den avondt Consent kreegen. s’Anderen daags hadt de Vorst een Vast- en Beededag, waardoor zy na hunne Pasporten moesten wagten, die se seer noodig hadden, om syne Trouppen te passeeren. Daar zynde, quam daar meede een Moscovifche Gesandt uyt Poolen; des hielden zy zich stil, om niet verraaden te worden. Zy wierden hier 4 daagen opgehouden, eer se hunne Pasporten bequaamen.

Soo haast zy gedepecheert en met een Escorte van den Vorst voorsien waren, passeerden zy de rivier Latorza, en quamen te Seredine. s’Anderen daags reeden se over Unwar , Reigmitier en Wranan op Eperies. Na dat se hier door 2 Ministers van Ragotzy 2 daagen wel getracteert waren, reysden se door Zelin, en Lentschau naar Kesmark, daar het Pasport en Escorte van den Vorst Ragotzy eyndigde. Een myl van dese Stadt stondt de Keyserlyke posteering, dies moesten zy haar twee daagen daar ophouden, om Keyserlyke Geleybrieven te soliciteeren. Dog dit wilde geensints gelukken, dewyl dese de Sweedsche Pasporten niet wilden aanneemen, sonder eerst aan ’t Keyserlyke Hoff daarvan kennis te geven; dat den Sweden vreemdt voorquam, dewyl se meenden by hunne vrienden te komen. Dit nu te lang tydt vereyschende, wierden de Sweden genootsaakt zich te verdeelen. Sommige waagden de passagie door ‘ t Zipserlandt (dat een Edelman van den Huyse van Lubormirsky in Poolen toekomt) naar Silesien, en andere, om zich ter discretie van de Keyserlyken over te geven, en hunnen weg door Hongareyen te vervolgen.

Na dat zy ten deele meer als een maandt opgehouden, en hunne middelen en klederen byna gantsch geconsumeert waren, ent zy inmiddels nog meer dan 100 mylen verre reysen moesten, en hier niets te bekomen was, begon hen de tydt seer te verdrieten, schoon se onder de soodanige waren op welke zy het seekerste vertrouwen hadden, en dien zy tot een last verstrekten; quamen se dese swaarigheit meede eyndelyk te boven, en se vertrokken van St. Pieter, over St. Nicolas Deplo &c naar Rosenberg. Maar dewylfe onderweegen door de stroopende partyen seer geincommodeert wierden, kogten se op de laatstgemelde plaats vlotten, met welke zy langs de Waag, voorby Sufau naar Budiczin quamen, daar se de vlotten lieten leggen, en te landt over Neustattel de reyse vervolgden. Op dese wyse bereykten se eyndelyk het eynde van Hongareyen, namentlyk de Schans Jablunska, welke Silesien, Hongareyen en Poolen van malkander fcheydt. Van daar namen se de reyse over Tesshin in Silesien, waardoor zy ten eynde van veele gevaaren waren; schoon de weg door Duytschlandt over Berlyn, naar Sweden nog reedelyk verre was; dog dese passagie genoegsaam bekent zynde, gaan wy die hier willens voorby, als onnoodig den Leeser daarmeede op te houden.

Die de tyding, van ’s Konings aankomst in Turkeyen, overal verspreydt
Men hadde tot nog toe in gantsch Duytschlandt, de Nederlanden en in het tyding Noorden, niet de minste seekerheit van den Koning van Sweden ontfangen, en de meeste gerugten waren dat syne Majesteit doodt was. En of men schoon ook van ter zyden eenige berigten kreeg, dat zich deselve naar Bender in Turkyen hadt geretireert, wierdt sulx egter van de meesten als beuselpraat verworpen; en syne vyanden hielden staande, dat hy aan syne swaare wonde aan den voet was overleeden, dewyl die door de vlugt niet behoorlyk verbonden hadt konnen worden. Dit gerugt wierdt met soo veel omstandigheden verbrydt, dat het veele menschen selfs eenige Jaaren daarna nog geloofden. Wy sullen ons met alle de vertellingen diesaangaande niet ophouden, en seggen dierhalven alleen, dat de meergemelde Generaal Meyerfeldt, overal daar hy passeerde, de seckere tyding bragt, dat Koning Carel de XIIde nog in ‘ t leven was.

Hy komt aan ‘ t Hoff van Pruyssen
Den 1oden October, hadt dese Generaal de eere, van by den Koning van Pruyssen Hof van te Berlyn Audientie te hebben, en bevestigde aldaar de tyding van synes Konings leven, verhaalende de omstandigheden, hoe zich syne Majefteit, na ‘ t verliesen van den flag by Pultowa, naar Turkyen hadt geretireert: Maar de inbeelding van syn doodt hadt reets soo diepe wortelen geschooten, dat dit den meesten niet uyt het hooft te praaten was. Men zeyde, dat syn doodt soo lang heymelyk gehouden wierdt, om by dese gesteltheit van tyden, het Koninkryk eerst in beteren staat te ftellen. Dat ‘er apparent iemandt anders, die syne Majeſteit van weesen geleek, syn persoon vertoonde, indien ‘er andersints een plaats die Bender heete, en ’t geene men van den Koning aldaar verhaalde, waar was. Dit vondt soo veel te meer ingang, om dat veele niet konden begrypen, indien de Koning nog in ’t leven was waarom hy zich soo lang in Turkyen ophieldt, en niet veel liever over Hongaryen of door een anderen weg, naar syne Landen keerde, welke door nieuwe vyanden reets aangetast waren, en nog meer gedreygt wierden? Sonder te bedenken, dat de Koning wegens syne quetsuur in een gevaarlyke staat was, en dierhalven tot syne geneesing rust noodig hadt; als meede dat de reyse uyt Turkyen naar syne Landen, om veele reedenen als nog gantsch ondoenlyk was; waarvan reets eenige reedenen by syne aankomst in Turkyen aangehaalt zyn, en in ’t vervolg nog nader sullen blyken. Men behoefde zich ook geensfints te verwonderen, dat men van des Konings voorneemen en lang verblyf in Turkeyen, niets met seekerheit hoorde, dewyl syne Majesteit meest gewent was syn voorneemen uyt te voeren, sonder met iemandt, selfs niet met syne Generaals, te raadpleegen. (…)

Verrichtingen op de aankomst van Meyerfeldt aldaar
Eyndelyk verscheen ‘er de Generaal Meyerfeldt, die goede tyding van den Koning en desselfs mondelinge en schriftelyke beveelen bragt, hoedaanig men zich te gedraagen, en dat men ten eersten door gantsch Sweden en Finlandt met kragt sou de werven, en soo veele nieuwe Regimenten als mogelyk was, oprechten.

DEEL 5
Behelsende het voorgevallene, geduurende het vyfjaarig verblyf van den Koning van Sweden in Turkyen. tot op zijn terugkomst te Straalsondt, zynde de jaaren 1710 tot 1714.

Pag. 14

In deesen tydt was de Communicatie tusschen Bender, en de Provintien van Europa reets volkomen gereguleert, en daar reeden daagelyks Expressens over en weer. In Duitschlandt en Sweden, hadt men sedert de overkomst van den Generaal Meyerfeldt, in eenige Maanden geen schriftelyke beveelen of berigt van den Koning van Sweden ontfangen.

Pag. 246 (1711)

Ondertusschen raakte in het Turksche Ryk alles in de Wapenen. De Koning van Sweden begon meede voor zich nieuwe Trouppen op te regten, waartoe het geldt, ’t welke de Generaal Meyerfeldt over Weenen naar Bender bragt, te regter tyd arriveerde. Doenmaals bevonden zich nog by den Koning de Generaals Spar, Lagerkroon en Delhoff; de Overstens Gronheim, Glazny, Zege, Rebyn, Linheim, Grothaussen, Mentzer, de Val, Silvengelen, Legerberg en verscheyde andre brave en dappere Duytsche Officieren. De Trouppen des Konings bestonden uyt Sweden, Duytschers , Poolen, Hongaren en Wallachen, die spoedig tot eenige duysent Man aangroeyden .

Pag. 340 (1711)

De Generaal-Majoor Meyerfeldt, wierdt thans verhoogt tot Generaal- Luytenant, Opper-Commandant van Stettyn, en Overste over een Regiment Landt-Militie in Pomeren.

Pag. 365 (ondertekening Pommers besluit)

Pag. 571

Verklaaring van de bygaande Print, zynde ’t Campement syner Koninklyken Majefteit by Bender, betrokken in ’t najaar 1709 tot in ‘ t najaar 1712, op de voorige Print met de Letters F. G. H. I. en K. kortelyk aangeweesen. A. Syner Koninklyken Majefteits Huys. B. De Turksche Kapislitky Haya. C. De Hoff-Intendant van Duben, en de Gen: Luyt: Meyerfeldt.

Pag. 640-641

Hy sondt ook den Heer van Bassewits, benevens eenige gedeputeerden uyt de Uckermark, naar Stettyn, met een order van den Grave van Welling, aan den Commandeeren Generaal Meyerfeldt, om de Vesting aan Stettyn Pruyssen ter sequestratie over te geven; maar dese weygerde sulx volstrektelyk, sonder een order vanden Koning selven, haar niet te willen doen, wat presentatien hem ook gedaan wierden. Dierhalven poogden de Holsteinsche Ministers, Pruyssen te beweegen, om Stettyn, met hulpe der Geallieerden, perforce aan te tasten, om Holstein lugt te doen scheppen. Dewyle Pruyssen nu, voor als noch, tot geen geweldt verstaan konde; beslooten de Czaar en Koning Augustus, (die den 23 July, met hulpe van eenige Deenen, ’t Eylandt Rugen, met verlies van maar 6 man, verovert hadden) haar voormalige resolutie in ’t werk te stellen, en Pomeren met geweldt te vermeesteren, dierhalven ontboden zy Artillerey, uyt Saxen, en belegerden Stettyn den 23sten Augusty; beschooten se sedert tot den 21sten September, en bombardeen se den 28sten, tot dat de Commandant Meyerfeldt, door bemiddeling van Bassewitz, het eyndelyk soo verre bracht, dat Stettyn en geheel Pomeren, aan den Koning van Pruyssen ter sequestratie overgegeven soude worden.

Pag. 675 (1714)

Inmiddels hadde syne Majesteit een groote Promotie gedaan, soo wel aan syn Hoff als in de Leegers, om dese Persoonen, op syne aankomst, soo veel te meer tot syne dienst te verplichten. Dese verhoging was als volgt: De Heeren Reinstierna, Trissin, en Meyerfeldt, tot Graven;

Pag. 696

Dese boodtschap, was soo aangenaam, dat aanstondts eenpaarig beslooten wierdt, een goede somme geldts op te brengen, en den Gouverneur-Generaal Meyerfeldt, daar meede naar Straalsondt te senden. Hier meede wierdt soo spoedig voortgevaren, dat de gemelde Heer Meyerfeldt, den 8sten, reets met een Postjagt naar den Koning vertrok meede brengende omtrent 200000 Ryxdaalders, die men, ten dienste syner Majesteit, ylings byeen versamelt hadde; dewyle ieder, wat hem mogelyk was, opgebracht hadde, om den Koning syne desseinen te helpen uitvoeren. Hy hadde ook veele depechen by zich, van de Koninginne Grootmoeder, de Princesse Ulrica Eleonora, en den Koninklyken Senaat; waarmeede hy, den 25sten der Maandt  te Straalsondt arriveerde, en door den Koning seer minnelyk ontfangen wierdt.

DEEL 6
Behelsende het voorgevallene, sedert des Konings terugkomst, uyt Turkyen, te Straalsondt, A°. 1714, tot synen doodt A°. 1718. en de veranderinge der Successie sedert voorgevallen, tot A°. 1720.

Pag. 14 (Lijst Zweedse troepen 1715, 18 bataljons, waarvan 2 infanterie Meyerfeldt)

Pag. 278 (1717)

Hy [de koning] deedt in desen tydt eene Promotie van hooge Chargen, verklaarende den Generaal Mörner tot Veldt-Marfchalk, uyt sonderlinge genegentheit voor syn Persoon, om dat zich deselve in veele gevaarlyke ondernemingen dapper gedraagen hadde, doch wel voornamentlyk, om dat dese Generaal seer wel met des Konings humeur overeen quam, en als een wakker Soldaat, seer voor den oorlog geporteert was. De Koning benoemde, ter selver tydt, den Generaal Meyerfeldt, om onder hem de Charge van Onder-Veldt-Marfchalk te bekleeden.

Pag. 413-414 (1718, over de koning)

De welgesteldtheit van syn lichaam, hadde hem tot allerleye ridderlyke oeffeningen bequaam gemaakt. Hy hadde in syne jeugdt danssen geleert, maar in geen twintig Jaren geoeffent, als alleen op de Bruyloft van den Generaal Meyerfeldt , doen dese in Saxen trouwde; doch ‘ t was seer weinig; dewyle hy dese oeffening, als geen Krygsman voegende, aanmerkte.

Pag. 418-419 (1718, over de koning)

Wanneer een Bataille of Schermutseling voorviel, hoorde hy liever, dat soo en soo veel honderden of duysenden, op de plaats gebleven, of in de pan gehakt waren, dan dat ‘er soo veele gevangenen getelt wierden. Syne Officieren, en Soldaaten, alvoorens zy synen wille wisten, brachten dikwils veele gevangenen voor hem; tot dat se sagen, dat hem dit weinig vermaakte. Wanneer hem de Generaal Meyerfeldt, eens 24 schoone Russe keerels presenteerde, zeyde de Koning: Een doode hondt, byt niet meer; waardoor het vervolgens niet meer geschiedde, en aan weinig Russen quartier gegeven wierdt. Hy hieldt sulk een order onder syne Soldaten, dat zy de dooden op ’t slagveldt, niet durfden uytschudden noch plonderen, voor dat se daartoe permissie van Hem hadden.