1.8.6. Medrows legaat

In het  testament uit 1795 is een bijzonder legaat opgenomen:

Testamentum des grafen von Meijerfeldt und seiner Frau Gemahlin, Stralsund 10-06-1795

Een in stukjes gesneden transcriptie ziet er als volgt uit:

soll auch Augusta Juliana Meyern

Deze naam is nog niet eerder in de familiegeschiedenis voorgekomen. Eén voornaam is weliswaar gelijk aan die van de gravin, maar de andere is nieuw. De achternaam lijkt terug te grijpen op oude tijden, hoewel een “n” is toegevoegd. Dit kan gewoon de naam zelf zijn, want ook in de Zweedse vertaling staat Meyern. Het kan ook om een grammaticale uitgang gaan, en wel om twee redenen. In de zinsconstructie is de genoemde vrouw de ontvangende persoon. Dit is te controleren door de vraag te stellen “Wem soll ein vermächtniβ erhalten?” Dit leidt tot de Dativ of derde naamval, die een “n” toevoegt. De andere reden is dat het in die tijd gebruikelijk is bij vrouwen “in” of kortweg “n” aan de achternaam van de vader toe te voegen.

Uit Stockholm was in 1938 al de Zweedse en Duitse versie van het testament verstuurd. Uit Stralsund kwam in 1984 (in de lastige DDR-tijd) kwam de belofte van een kopie van het originele exemplaar in stadsarchief. Alvast werd aangekondigd dat de achternaam van Augusta Juliana in de alinea Meyernfeldt luidt. Een explosieve aankondiging, maar uit de afbeelding hierboven is op te maken dat het verkeerd gelezen is en er gewoon Meyern staat. (1)

In het testament is Augusta Juliana Meyern de enige erfgenaam die bij naam genoemd wordt. Zij moet voor de graaf een bijzondere persoon zijn geweest vanwege de uitgebreide passage en de grote som geld. Hun band stamt expliciet uit de periode in Medrow.

des Inspectoris und jetzigen Pächters in Mecklenburg Tilow Ehefrau

Ook Tilow is een nieuwe achternaam. Het is de echtgenoot van Augusta Juliana. Hij was eerder inspecteur en in 1795 pachter in Mecklenburg. 

welche ehemals zu Mederow gewohnt hat

Mederow is de oude naam van Medrow, het Pommerse landgoed dat samen met het aangrenzende Nehringen aan het geslacht Von Meijerfeldt toebehoort. Augusta Juliana heeft daar vóór haar verblijf in Mecklenburg gewoond.

und besonders in ihrer zweiten Ehe mit vielen Kindern geseegnet ist

Het echtpaar heeft samen veel kinderen gekregen. Augusta Juliana is blijkbaar eerder getrouwd geweest en heeft daaruit ook enkele kinderen gekregen.

nach dem Tode meiner lieben Gemahlin

Alle bepalingen in het testament worden van kracht na het overlijden van gravin Louise Augusta Sparre. Omdat zij op 16 september 1817 sterft, is deze bepaling nog 22 jaar lang niet uitvoerbaar. Eerder is al gebleken dat de weduwe daar niet op heeft gewacht en met name haar Pommerse bezittingen in enkele jaren heeft afgewikkeld.

aus meiner Verlassenschaft ein Vermächtniß von Eintausend Reichsthalern in N 2/3tel zu 32 f. gerechnet 

Uit de nalatenschap krijgt Augusta Juliana een legaat ten bedrage van 1.000 rijksdaalder. Vanwege de vele in Europa in omloop zijnde rijksdaalders wordt toegevoegd dat het gaat om nieuwe  twee-derde grote rijksdaalders in 32 stukken of shilling gerekend. Dat is een aanzienlijk bedrag, want in die tijd is daar een ruim inspecteurshuis van te kopen. 

ohne einigen Abzug erhalten, so daß ihrem Ehemann das Capital gegen gehörigen Sicherheit zu seiner Pächtung unzinsbar, so lange sie lebet, ausgezahlet werden

Augusta Juliana krijgt wel een groot kapitaal, maar zij moet rekening houden met zes voorwaarden. De eerste is al genoemd: de weduwe moet overleden zijn. De tweede is dat zij weliswaar geen aftrek van kosten krijgt, maar ook geen rente over de wachtperiode. Voorts komt het bedrag niet haarzelf toe, maar haar echtgenoot. Bovendien zal het kapitaal niet als een lump sum worden uitbetaald, maar een soort garantiefonds worden waaruit jaarlijkse uitkeringen worden gedaan. De bestemming daarvan is ook niet vrij, want dient ter dekking van de pachtsom in Mecklenburg. De zesde beperking is dat deze voorziening geldt zolang Augusta Juliana in leven is. 

hiernächst aber wann sie stirbet, ihren gesamten Kindern zu gleichen Theilen anheim fallen soll

De veldmaarschalk regeert over vele graven heen: zijn eigen, dat van zijn echtgenote en nu ook over dat van Augusta Juliana. Als zij sterft vervalt de aanspraak namelijk niet, maar krijgen al hun kinderen het (resterende) bedrag in gelijke delen uitbetaald.

Gravin Louise Augusta Sparre overlijdt dus in 1817. De scribent van haar Nalatenschapsbeschrijving is de net gepensioneerde Justitieraad Palmsvärd, oorspronkelijk Jan Eric Nibelius, een goede vriend van Von Meijerfeldt’s huisleraar Kellgren. Hij ontvangt zelf een bedrag van 1.000 rijksdaalder, maar het is relevant hierbij te vermelden dat de gravin in 1798 een even groot bedrag van hem had geleend. (2)

Het legaat blijkt heel anders te zijn verlopen. In het kader van haar algehele terugtrekking na de dood van haar man in 1800 verkoopt de weduwe niet alleen het huis in Stralsund en het vruchtgebruik over de twee landgoederen, maar wikkelt zij ook het legaat af. Vast staat dat zij in november1802 de helft uitbetaalt aan Tilow om het landgoed Marlow dat hij pacht aan te kopen. (3)

Terug  ***   Verder

1. Briefwisseling met Riksarkivet Stockholm 1934 [CG-014] en Stadarchiv Stralsund eind 1984 [CH-59 en CH-63].
2. J.E. Palmsvärd. autobiografie, Stockholm 1931. ♣
3. Wismarer Tribunal, “Der Eigentümer Hagenow zu Langenfelde und Friedrich Steinmann zu Gnoien als Vormünder der Thilowschen Kinder contra das königliche Hofgericht in Greifswald”, Relationen, Urteilsbegründungen des Assessoren am Tribunal. Landesarchiv Mecklenburg-Vorpommern, Landesarchiv Greifswald, 010.01. Schwedische Regierung Stralsund. 1805 IV nr. 6, pag. 1-88.