3.4.4. Brand

De afstammingspapieren van de stamvader zouden bij een ontploffing of brand verloren moeten zijn gegaan.

Van die vuurwerkfabriek is waar. Bij die ontploffing zijn inderdaad alle papieren, porcelein, enz. verloren gegaan en is het naakte lijf alleen gered, alleen maar wil ik nog uitvisschen, of dat in Rotterdam is geweest of te Bergen op Zoom.

Dit zou zelfs de reden voor de verhuizing van Amsterdam naar Rotterdam rond 1810 zijn geweest. (1)  

Bij een brand in Amsterdam, zeker als het een kleinere is, wordt het zoeken naar een speld in een hooiberg. Helaas waren branden door het vele hout in de woningen en de broeiende vuilstapels aan de orde van de dag.

Brand in de Bloemstraat, waar de stamvader woont rond 1801
(pentekening Stadsarchief Amsterdam)

Als het om grote rampen gaat is een bekende de nacht van 5 op 6 juli 1791, toen ’s Lands Zeemagazijn (nu het Scheepvaartmuseum) in Amsterdam helemaal uitbrandde. Daar lagen geen privébezittingen van het zeevolk en de eerste bekende inschrijving van Johan August is twee jaar later. In Rotterdam vindt op 15 maart 1822 een grote brand in de binnenstad plaats en op 4 januari 1827 een ontploffing van 900 pond buskruit in de kruitmolen aan de Schie. Johan August bezat zijn huis aan de Goudse Singel sinds 1816 en in 1829 sloot hij er nog een hypotheek op af. Na zijn overlijden is het huis openbaar geveild, dus dan moet het overgrote deel van het huis behouden zijn gebleven, evenals de andere familiedocumenten. Het kan zijn dat er familiepapieren verloren zijn gegaan, maar een aantal originele papieren daterend uit 1807 en later zijn wel behouden gebleven.

Terug   ***   Verder

1. Brief van Carl von Meijenfeldt (Nl.1), 14 oktober 1935 [CG-38]
2. Brieven van A.R. Buchholz, Amtsleiter Stadtarchiv Magdeburg, 6 januari en 3 februari 1992 [CH-228 t/m CH-230].
3. Brief van Niels von Meijenfeldt, Vancouver 22 november 1984. [CH-62]