Na zijn tweede grote reis verblijft Johan August von Meijenfeldt opnieuw anderhalf jaar op het vasteland. Na het uitbreken van de Derde Coalitieoorlog in mei 1803 met Engeland krijgt hij geen oproep om als konstabel-majoor aan boord van de Brutus terug te keren. In zijn plaats gaat Hendrik Brugmeijer uit Osnabrück, die evenwel rond de jaarwisseling in het hospitaal belandt vanwege een ernstige blessure aan zijn gezicht. Omdat de bemanning juist helemaal op sterkte is en het schip moet uitvaren krijgt deze ontslag wegens langdurige indispositie.
Bij besluit van 19 januari 1804 draagt de Commissaris-Directeur van Amsterdam de buiten emploi verkerende Johan August op om zich met de meeste spoed naar de Brutus te begeven. Op 27 februari gaat hij in het Nieuwe Diep aan boord van het grote commandoschip. Zijn kapitein is schout-bij-nacht Albert Kikkert, sinds de hervatting van de oorlog commandant van de hele vloot ter dekking van IJ, Texel, Delfzijl en Eems. Op 2 maart raakt het schip op drift door harde wind, loopt vast en breekt de boegspriet. Daarna steekt de vloot over naar de Wadden. (1)
Kort na het vertrek van Johan August overlijdt Maria de Ruijt op 30-jarige leeftijd. Haar lichaam wordt op 24 april 1804 met een koets naar het Westerkerkhof gebracht en daar begraven. (2)
Dochter Wilhelmina Augusta is nog geen drie jaar oud en blijft achter in het huis in de Bloemstraat van haar grootvader Matthijs de Ruijt. Haar 65-jarige grootmoeder Rosina Swart schrijft haar in bij het Aalmoezeniersweeshuis. (3)
Zij hoeft zelf niet naar dat weeshuis toe. Haar grootmoeder voedt haar gewoon thuis op, maar mag nu als “min” elk kwartaal een vergoeding van 15 gulden komen ophalen en soms kousen, schoenen, een hemd, muts, japon en/of jakkie meenemen. (4)
Of Johan August zich voor zijn gehaaste vertrek om zijn dochter bekommert is niet bekend. Wilhelmina Augusta blijft wel betekenis aan haar vader hechten. Anders dan de meeste andere zeemannen had hij zich bekend gemaakt en haar doop geregeld. De rest van haar leven blijft ze zijn achternaam dragen en tot haar dood houdt zij vast aan diens Hersteld-Lutherse religie, zelfs in een directe omgeving waarin iedereen Nederlands Hervormd is.
In de krant staat het bericht dat in Den Haag op 19 oktober 1805 eindelijk het soldij van de reis naar St Domingo gaat worden uitbetaald.
Bataafsche Staats-Courant 14-10-1805
De scheepsrol bevat de volgende kostenopstelling:
| BEGIN | EIND | PERIODE | BEREKENING |
| 26-11-1801 | 11-09-1802 | 9 mnd + 16 dag | à f 30 = f 286.- |
| Brutus – Hartsinck | Voorschotten en betalingen |
– f 92,2 = f 193.8 | |
Naast het doorlopende traktement kan Johan August f 193.8 (laten) incasseren. (5)
Onder Kikkert is Johan August steeds aan boord. De vaarten blijven beperkt tot de kust om een confrontatie met de veel sterkere Engelse vloot te vermijden. In oktober 1805 beogen de Frans-Spaanse bondgenoten daar een einde aan te maken met een grote invasie in Engeland, maar dat initiatief eindigt in de bekende Slag bij Trafalgar.
1. Verbaal Commissaris-Directeur Amsterdam 1804, Nationaal Archief 2.01.29.01, Inv 711, fol 28. Rangschikking van het Corps Zee-Officieren, NA 2.01.29.03, Inv 180, fol 235. Confereer-Rolle Brutus 1803, NA 2.01.30, Inv 280, fol 10.
2. Wester Kerkhof 1798-1805, Stadsarchief Amsterdam 5001, Inv 1120 , fol 241v.
3. Inneemboek Aalmoezeniersweeshuis, SA PA 343, fol 190.
4. Minnenlonen en Uitbesteedboek Aalmoezeniersweeshuis, SA PA 343, Inv 300, fol 10 resp. Inv 273, N 2217.
5. Confereer-Rolle Brutus 1799, NA 2.01.30, Inv 183, fol 11.


