Summary

The Von Meijenfeldt family live in the Netherlands and Canada. There are more than 100 members, divided over three branches (De Haas, De Koe and Augustijn). In spite of the small size of the family, the name is rather renowned in the country. A clarification for this could be the apparent foreign nobility and a variety of articles about a few members of the family on the front pages of national newspapers. Less than 100 members of the family Von Meijenfeldt have lived and died in the Netherlands. The first ancestor, Johan August, arrived in Amsterdam 1 May 1793 . He was born around 1760 in the vicinity of the old Hanseatic harbour city of Stralsund in Swedish-Pomerania on the Baltic Sea.

There is a lot of circumstantial evidence that Johan August was a natural son of the Swedish Count Johan August von Meijerfeldt (1725-1800), Field Marshal in the Swedish-Russian War 1788-1790. Names, places, dates and drawings in Sweden, Germany and the Netherlands show so many similarities that one can negate coincidence. Before his wedding to the Finnish Countess Lovisa Augusta von Sparre (1745-1817) in 1763 the Count took part in the Austrian Succession Wars. He first went into the Emperor’s military service in Silesia, the Netherlands and Hannover. Afterwards he was needed in Swedish service in Pomerania, where he spent the long cold winters on his Nehringen Estate. The noble Meijerfeldt family joined life at the Royal Court in Stockholm in full French style. Two sons were born and subsequently died from shot wounds (Johan August 1766-1791) and meningitis (Axel Fredrik 1769-1795).

The father of the field marshal was (also called) Johan August von Meijerfeldt (1664-1749). He was governor-general of Swedish-Pomerania after he married Brita Barnekow in 1717. He acquired and renovated the Nehringen Estate, especially the St. Andreas Church. His son built the new manor house around 1880. The church was saved from demolition by the vicar during communist times. Finally the Lords ‘loge’ inside the church has been inaugurated. The governor-general acquired the Nehringen Estate and became count because of his brave and loyal adventures with King Charles XII in Livonia, Poland, Saxonia and Ukraine between 1700 and 1715. Earlier in 1694 he had been contracted by the Dutch Republic Province of Zeeland under the combined forces of William of Orange, the English King and Dutch Prince.

Twenty years prior to this (1674) Anders Meijer – the father of Johan August von Meijerfeldt – was raised in Swedish nobility adding “feldt” to the name. The main motivation was that he was able to smuggle out a description of the Danish Glückstadt fortress in which he was captured, together with a plan on how to conquer it. Anders became Inspector-General over de Livonian domains of Oberpahlen. There are several sources about his background, of which Belgard (in Brandenburg) and Livonia play a prominent role. The sources with regard to Livonia go back to 1510, when Johan Meijer was the master of the German Order’s fortress of Riga.

Many people with a similarly sounding family name used to live in Europe but were not related. Several Swiss, Austrian and German noble families from Konstanz, Maienfeld and Rösebeck have died out. Many Jewish namesakes emigrated from Hessia to the United States between 1850 and 1920 after they adopted the name of their employer or created an own concoction of their first name Meijer, forced on them by Napoleontic rules.

Enkele dagen geleden konden twee antiquarische boeken aan het FamilieArchief Von Meijenfeldt worden toegevoegd. Het ene tweedelige boek uit 1754-1755 bevat de inschrijvingslijst van de edelen in het Ridderhuis in Stockholm. Het andere boek uit 1915 is een historische roman over het Zweedse hofleven in de achttiende eeuw. In beide boeken zijn onze voorouders te vinden.

Matrikel öfver Swea Rikes Ridderskap och Adel (1754-1755)

De Zweedse Rijksdag besloot in 1751 dat de 20 jaar oude inschrijvingslijst van het Ridderhuis moest worden geactualiseerd. Secretaris A.A. von Stiernman werd aan het werk gezet hij bedacht voor het eerst historische en genealogische gegevens toe te voegen. Het geslacht “Mejerfelt” wordt in het eerste deel behandeld onder “Grefwar” op pagina 44-45 en “Ridders= och Adelsmän” op pagina 648. Dit is de oudste bron die aangeeft dat het geslacht uit Lijfland komt.

Dit boekwerk wordt in alle Zweedse biografische standaardwerken als oudste bron genoemd. In het familieboek en de familiewebsite was er al uit geciteerd. De zoekfunctie van www.boekwinkeltjes.nl gaf opeens aan dat een exemplaar voor € 45 bij antiquair Angelique Peters in Tilburg te koop stond. Dit buitenkansje werd niet versmaad.

De koningin boven den koning; Verhaal uit het Zweedsche Hofleven (1915)

Carl von Meijenfeldt uit Voorburg schreef op 10 oktober 1935 aan zijn neef Govert dat de familienaam voorkomt in het boekje “De Koningin boven den Koning”van Johanna van Breevoort. “Ik meen dat ze in Rtdam woont; misschien is het mogelijk dat zij je kan inlichten, welke bronnen zij geraadpleegd heeft.” Of hieraan enig gevolg is gegeven is niet duidelijk. Toen het boek via www.boekwinkeltjes.nl voor € 7,50 te koop stond bij Rien Molenaar, antiquair te Rouveen, is meteen actie ondernomen.

Johanna van Breevoort, pseudoniem voor M.G. Bakhoven-Michels, heeft het boek in 1915 geschreven. Ze schreef nog twee boeken over het Zweedse hofleven: “Koningin Louise Ulrika en hare kinderen”en “Gustaaf III en zijn hof”. In het eerste boek op pagina 172-173 wordt aangegeven hoe graaf Meijerfeldt van de Hofpartij in de Senaat van december 1768 de koning steunt, als hij dreigt af te treden mocht hij niet meer bevoegdheden krijgen. In het derde boek waarschuwt Meijerfelt de koning voor de Anjala samenzwering en neemt gravin Meijerfeldt deel aan een soirée van de koningin ter ere van de overwinning.