2.8.1. Prinses Beatrix Lyceum

Govert von Meijenfeldt vertrekt na het overlijden van zijn moeder in 1939 naar Zwitserland. Hij wordt leraar aan het Prinses Beatrix Lyceum in Flims-Waldhaus. In dit net opge­rich­te Nederlandse lyceum komt hij al vroeg in aanra­king met vernieu­wingen in het onder­wijs en geeft noodge­dwongen les in alle vak­ken. Het is een bijzonde­re school met eindexamenrechten voor kinderen (meestal van gegoe­de ouders) die vanwege hun gezond­heid naar Zwitserland moeten of daar­door niet met hun ouders naar de tro­pen kunnen.

In 1941 negeert het docentencorps het Duit­se bevel om het Prinses Beatrix Lyceum in Flims-Waldhuis te sluiten. Omdat de geldkraan van het Ministerie van Onderwijs wordt dichtgedraaid, verhuizen zij met 7 wagonladingen naar Glion (bij Mon­treux). Zij nemen ge­noegen met kost en inwoning, een beetje zakgeld en een uit voet­tochten door half Zwit­serland bestaande vakantie. Een be­slag door een deur­waar­der wordt ongedaan ge­maakt ten gevolge van een bedelactie bij alle Nederlanders die in het telefoon­boek worden gevonden. De leerlingen zijn nu kinde­ren van gepensio­neer­de Nederlan­ders of van Engelandvaarders, maar ook vluch­telingen uit ar­beidskampen of van Jood­se afkomst.

De docenten leggen contact met een aantal voor­aanstaande Zwit­sers, die onderhandelen met een SS-generaal. Het resultaat is dat in maart 1945 60 kinderen uit Barneveld via Westerbork en There­sienstadt in Glion arriveren en daar worden opgevangen en onderwijs krijgen. Een Amerikaans-Joodse organisatie had geld bij elkaar gekregen om een paar honderd Joden los te kopen. De Duitsers zouden auto’s kunnen kopen voor de wederopbouw. De Zwitsers willen met de toelating van de Joden nog vóór het einde van de oorlog laten zien dat ze, hoewel neutraal, aan de goede kant staan.

In 1947 arriveren kinderen uit Jappen­kampen op Java en Sumatra om hun clandes­tiene onder­wijs af te ma­ken. Voor hen wordt een Indi­sche Afdeling opgericht. Daarna ko­men weer steeds meer astmapatiënten.

In 1948 wordt Govert internaatsleider over 60 kinderen, nadat zijn voor­ganger al na drie dagen is weggepest: (1)

Ik moest de volgende ochtend de lei­ding van dit opstandige internaat van 60 jongens tussen 16 en 20 jaar overne­men. Ik heb toen mijn ideeën van inter­ne demo­kratisering in praktijk ge­bracht. Dat had soms een goed resul­taat, maar soms leek alles voor niets. Ik herinner me een zeer onaangenaam inci­dent, dat in positieve zin werd opgelost, doordat de gemeen­schap zich vrijwillig een kollek­tieve straf opleg­de. Het was al­tijd een hache­lijke on­derneming een stel Ne­derlandse jongeren op te voeden in een land, dat een heel ander gevoel voor humor had dan wij. (3)

Voor ouders verzorgt Govert een cursus Zweeds, is regisseur van alle toneel­voorstellingen en doet veel aan sport met de leerlingen: berg­toch­ten, paardrijden en skiën tot de ‘zilve­ren test’.

In 1950 wordt het Lyceum voor de tweede keer geconfronteerd met stopzetting van de subsidie uit Nederland. Govert is dan net tot conrector benoemd. Het docentencorps besluit zich er bij neer te leggen en de school wordt gesloten. Govert gaat op zoek naar een conrectoraat ergens in Nederland en komt zodoende in Heerlen terecht.

 

1. Tot mijn spijt