Nederlands Instituut voor Militaire Historie NIMH, Van Alkemadelaan 786, 2597 BC Den Haag, 070-3165330, Marc van Alphen, mvalphen@xs4all.nl, Jirsi Reinders, wetenschappelijk medewerker, jm.reinders.01@mindef.nl,
CH-802
Bilthoven, 18 september 2024
Beste Marc van Alphen,
Hartelijk dank voor het contact via LinkedIn en het emailadres. Ik gebruikte nog uw mindef.nl account.
In de maand juni heb ik uw oud-collega Rémy Limpach op zijn verzoek geholpen bij zijn onderzoek naar het Nederlandse militaire en bestuurlijke optreden in Nieuw-Guinea (1950-1962), met name met informatie mijn neef Gerard von Meijenfeldt, destijds procureur-generaal in Hollandia. Hij zag geen daarna kennelijk geen kans een collega te benaderen over mijn vraag met betrekking tot stamvader Johan August, die in 1793 aanmonsterde bij de Admiraliteit van Amsterdam.
Graag stel ik die vraag nu aan u, omdat u met twee collega’s tezelfdertijd een prachtig hoofdstuk uitbracht: “Een veelkoppig monster: De Nederlandse zeemacht 1568-1780”. Ik heb het met veel interesse en plezier gelezen. Ik ben veel te weten gekomen en heb het verhaal over de aanmonstering van mijn stamvader op de familiewebsite al flink kunnen corrigeren en uitbreiden. Hoewel uw onderzoeksperiode in 1780 eindigt, vermoed ik dat het in de 15 jaar tot de Bataafse Republiek ook nog deels van toepassing is. Omdat u vooral onderzoek doet naar opvarenden kunt u mij misschien helpen.
Dat hij op 29 mei 1793 is aangemonsterd maak ik op uit een betaalsrol in het Nationaal Archief (1.01.46, nr. 2254, folio 21). Een monsterrol of een eerder document met zijn naam heb ik niet kunnen vinden. Er staat dat hij uit Stralsund komt. Volgens zijn zoon Carl is hij daar inderdaad in 1760 geboren en na 1780 eerst in Franse dienst gegaan. Daar moet hij al kanonnier of hoger geweest zijn, anders was hij in Amsterdam niet zomaar als Konstabel-Majoor meegevaren naar Paramaribo. Bovenaan het blad staat “Weúrman pb f 208”. Dergelijke aanduidingen staan ook op de meeste andere folio’s, met andere persoonsnamen en pb afgewisseld met pbill. Eén van die andere namen is J. Pik, de solliciteur militair aan wie mijn stamvader bij zijn tweede reis naar Saint-Domingue volmacht gaf om zijn tegoed hebbende gelden van de eerste reis in ontvangst te nemen (2.01.29.03, nr. 94, beeld 42). Hier zou ik Hugo Landheer nog wel wat over willen vragen, maar ook zijn emailadres heb ik niet.
Sorry voor de lange inleiding voor mijn vraag: kunt u “Weúrman pb f 208” duiden en advies geven voor verder onderzoek?
Bij voorbaat hartelijk dank voor uw aandacht en moeite,
Met vriendelijke groet,
Hugo von Meijenfeldt
19 september 2024
Geachte heer Von Meijenfeldt,
Mijn door u genoemde e-mailadres bij Defensie is vanaf november 2020 (mijn pensionering bij het NIMH) opgeheven en dus al jaren niet meer in gebruik. Mijn oud-collega Rémy Limbach heb ik overigens sindsdien ook niet meer gesproken. Met uw vraag kunt u zich per e-mail wenden tot het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Daar zijn ze gewend aan dit soort vragen.
Maar ik kan u alvast een beetje op weg helpen want de vroegmoderne Nederlandse zeemacht was daar tot 2020 mijn vakgebied. Met “Weurman pb f 208” wordt volgens mij aangegeven dat uw verre voorouder (Johan August Meijenfeldt) “per billet” (via een schuldbrief/schuldbekentenis) een bedrag van 208 gulden schuldig was aan een zekere Weurman. Deze (zogeheten land)schuld had uw voorouder bij de aanvang van zijn scheepsreis. Hij beloofde in de voor hem opgemaakte schuldbrief of biljet het bedrag terug betalen uit hetgeen hij zou verdienen tijdens zijn net aangevangen dienstverband bij de Amsterdamse admiraliteit. Terugbetaling van de landschulden ging via door de Admiraliteit verstrekte maandbrieven en/of via onderhandse of notarieel vervaardigde schuldbekentenissen. Hoe dat werkte kun u nalezen in een recent verschenen artikel van mijn hand in het Tijdschrift voor Zeegeschiedenis. Ik stuur gemakshalve in bijlage het hele nummer van dat Tijdschrift. In de noten van mijn artikel vind u enige aanvullende literatuur.
Aangezien het notarieel archief van de stad Amsterdam tegenwoordig grotendeels gedigitaliseerd is, zou u kunnen kijken of u daar iets van uw gading kunt vinden. Misschien wordt uw voorouder of zijn schuldeiser in een of meer van de gedigitaliseerde akten genoemd.
Van de heer Landheer heb ik geen e-mailadres, dus daar kan ik u niet aan helpen.
Ik neem aan dat ik u zo voldoende op weg heb geholpen en wens u veel succes bij uw verdere onderzoek.
Met een vriendelijke groet,
Marc van Alphen
Bilthoven, 19 september 2024
Beste Marc van Alphen,
Een half jaar na u ben ook ik met pensioen gegaan, toen de Coronamaatregelen zo goed als voorbij waren. Mijn accounts minbuza.nl en minienw.nl werden direct achter mij gesloten. Dat gaf enerzijds rust, maar anderzijds verloor ik toegang tot eigen waardevolle documenten. Gelukkig mocht ik één dag naar Den Haag komen om ze op een USB-stick op te slaan.
Ik zal uw advies volgen en het NIMH schrijven. Eerst ga ik uw vingerwijzingen volgen en het bijgesloten artikel gebruiken.
Heel hartelijk bedankt voor uw snelle en behulpzame advies!
Met vriendelijke groet,
Hugo von Meijenfeldt
Bilthoven, 28 september 2024
Beste mensen,
In de maand juni van dit jaar heb ik uw toenmalige collega Rémy Limpach op zijn verzoek geholpen bij zijn onderzoek naar het Nederlandse militaire en bestuurlijke optreden in Nieuw-Guinea (1950-1962), met name met informatie mijn neef Gerard von Meijenfeldt, destijds procureur-generaal in Hollandia. Na afloop vroeg ik hem mij met een collega in verbinding te stellen omdat ik een vraag heb over de aanmonstering van onze stamvader in 1793 bij de Admiraliteit van Amsterdam. Ik vermoed dat hij daartoe geen kans meer heeft gezien. Vervolgens heeft uw oud-collega Marc van Alpen mijn op weg geholpen en geadviseerd mijn vraag vervolgens bij u te stellen.
Als inleiding op mijn vraag meld ik dat uit een betaalsrol (NA inv 1.01.46, nr 2254, folio 21) blijkt dat Johan August Meijenfeldt uit Stralsund op 29 mei 1793 als 1e Konstabel en feitelijk Konstabel-Majoor aanmonsterde op het fregat Erfprins van Brunswijk onder commando van P. Hartsinck. Zijn leven daarna is mij redelijk goed bekend, maar daarvóór heb ik vrijwel niets.
Kunt u mij suggesties doen voor verder onderzoek? Bijvoorbeeld naar de aanduiding “Weúrman pb f 208” op de betaalsrol, wat volgens Van Alphen kan duiden op een schuldbrief bij ene Weurman, maar wie is dat en waar is dat voor (logies in Amsterdam)? Bijvoorbeeld naar de monsterrol die het College op 22 mei 1793 opent, maar is die ergens bewaard? Of bijvoorbeeld naar zijn eerdere werk als kanonnier of konstabel. Er is een gerucht dat hij bij de 57 krijgsgevangenen hoorde die 21 maart 1793 op de Westerschelde zijn gemaakt, maar is daar een lijst van?
Ik hoop dat u dit soort vragen behandelt. Bij voorbaat hartelijk dank voor uw aandacht en moeite.
Met vriendelijke groet,
Hugo von Meijenfeldt
Den Haag, 3 oktober 2024
Beste heer Von Meijenfeldt,
Heel hartelijk dank voor uw vraag. Zoals u via de u ongetwijfeld bekende ondertrouwregistratie van uw voorouder Johann August von Meijenfeldt weet, trouwt laatstgenoemde in 1807 op 38-jarige leeftijd in Amsterdam. U geeft aan dat u op zoek bent naar de geschiedenis van J.A. von Meijenfeldt van voor 1793. Dat betekent dat u dus op zoek bent naar de voorgeschiedenis van een 24-jarige immigrant uit Stralsund die als zovelen in Amsterdam terecht is gekomen. U begrijpt wellicht dat ik u in de eerste plaats dan ook zou adviseren om contact op te nemen met het Stadtarchiv Stralsund, zie https://stadtarchiv.stralsund.de/ voor alle contactgegevens.
Hoewel ik vrees dat ik u op basis van de Nederlandse archieven beperkt verder zal kunnen helpen, doe ik hierbij toch een poging. De vermelding ‘Weurman’ (het streepje op de ‘u’ is geen accent maar in deze tijd een gangbaar teken om deze letter te onderscheiden van de ‘n’) kan zeer goed duiden op een schuldeiser uit Amsterdam. In de tweede helft van de achttiende eeuw hield met name Barend Weurman zich bezig met maritieme zaken, niet zelden het incasseren van schulden van opvarenden van VOC (en wellicht ook admiraliteit?) middels notariële akten: zie een concreet voorbeeld. Geld voorschieten aan immigranten die aanmonsterden bij bijv. de VOC was op dat moment al bijna twee eeuwen een gangbare praktijk dus de theorie dat zich dit ook bij Von Meijenfeldt heeft voorgedaan past goed in het beeld dat van aanmonsteren in deze tijd bestaat. Hierbij werd vaak gerekend in schuldbedragen die samenvielen met een aantal (maand)gages. In het geval van Von Meijenfeldt is dat vermoedelijk ook het geval geweest en zal er gerekend zijn met 8 (maand)gages van 26 gulden, wat samen het schuldbedrag van 208 gulden oplevert.
Er is een kleine kans dat er nog een Amsterdamse notariële akten opduikt waarin een schuldbekentenis van Von Meijenfeldt aan Weurman staat beschreven, deze zou u zelf (na vandaag 18:00 als er werkzaamheden aan het online platform voorbij zijn) bijvoorbeeld kunnen proberen te vinden op een zoekpagina voor transcripties op een gedeelte van het notarieel archief van Amsterdam: https://amsterdam-city-archives.transkribus.eu/ De kans bestaat echter ook dat de schuldbekentenis in de administratie van Weurman is opgemaakt (of bij de Admiraliteit) en hoogstwaarschijnlijk dus verloren is gegaan. Ik heb zowel binnen het archief van de Admiraliteitscolleges, Staten-Generaal en binnen diverse archieven die bewaard worden bij het Stadarchief Amsterdam verder geen laagdrempelige ingang gevonden om informatie over uw voorouder boven water te halen. Zoals gezegd zou ik me i.v.m. migrantenachtergrond allereerst richten op Stralsund.
Hopende u hiermee voldoende geholpen te hebben,
Jirsi Reinders
Bilthoven, 3 oktober 2024
Beste heer Reinders,
Zeer hartelijk dank voor het snelle en behulpzame antwoord.
In Stralsund en omgeving heb ik mijn betovergrootvader niet in de doopboeken gevonden. Het Stadarchief van Stralsund beschikt nauwelijks over oude DTB-boeken, omdat de kerken tijdens en na Napoleon hun boeken niet hoefden in te leveren. Maar ik geef de hoop niet op.
Overigens heeft hij zich bij zijn huwelijk in 1807 wat jonger gemaakt. Bij zijn overlijden en in andere documenten onthulde zijn zoon zijn werkelijke geboortejaar: 1760. Hij was dus al 33 jaar oud bij aanmonstering en 47 jaar bij zijn huwelijk!
Uw uitleg over de schuld en de berekening daarvan helpt mij verder. Inderdaad had ik Barend Weurman op de korrel. Het voorbeeld van de matroos is prachtig. Misschien is nog niet alles gescand, dus ga ik binnenkort weer eens bij het Stadsarchief Amsterdam langs. De door u gegeven link ga ik binnenkort ook proberen, wie weet.
Nogmaals veel dank,
Vriendelijke groeten,
Hugo von Meijenfeldt