1.3.1. Het vaderland ontzet

Rond de eeuwwisseling zijn de drie broers Meijerfeldt in hun vaderland Lijfland. In elk geval zijn Carl Fredrik en Johan August betrokken bij de tegenaanval op de Saskers, Wolmar Johan waarschijnlijk ook. De vijand wordt teruggeslagen en de Saksische architect van de aanval generaal Von Carlowitz vindt de dood.

In maart 1700 opent Denemarken een tweede front met een inval in Holstein-Gottorp, bondgenoot van Zweden. Daardoor vatten de Saksen moed en rukken opnieuw richting Riga op. Johan August Meijerfeldt wordt op  2 juni benoemd tot overste van een squadron ruiters onder de oude gouverneur-generaal Dahlberg bij de succesvolle verdediging van de stad. In deze nieuwe functie is hij verzekerd van het zelfstandig commanderen van een overzichtelijke snelle eenheid, die hem een unieke plaats in het leger verschaft.

Dit is waarschijnlijk een van de redenen, waarom Johan August kort daarna veelvuldig met opdrachten wordt belast. In opdracht van generaal Otto Vellingk rijdt hij bijvoorbeeld in de nacht van 20 op 21 juli met 150 ruiters uit het hoofdkwartier weg. Hij stuit in de morgen op 100 kozakken, die op hun authentieke manier om hen heen gaan cirkelen. De kozakken trekken zich terug zodra enkelen de dood vinden. Na een uur komen ze weer opzetten, versterkt met dragonders. Enkele schermutselingen leiden niet tot veel slachtoffers. (1) 

Na een bliksemactie van een gecombineerde Zweeds-Engels-Hollandse vloot tegen de hoofdstad Kopenhagen wordt al in augustus de Vrede van Travendal getekend. Als het Saksische leger van de Deense nederlaag en bovendien van de aantocht van een Zweedse vloot verneemt, trekt het zich wijselijk terug in de winterkwartieren in Koerland. Als waardering voor de geleverde inspanningen bij Riga wordt Carl Fredrik Meijerfeldt op 20 oktober 1700 tot majoor bij zijn regiment bevorderd.

Vlak voor de Vrede van Travendal verklaart tenslotte ook Moskovië – dankzij vrede met de Turken – de oorlog aan Zweden, met als eis overgave van Karelië en Ingermanland aan de Finse Golf. Een Russisch leger overrompelt in november de grensstad Narva in Estland. Aangekomen in de Lijflandse havenstad Pernau besluit de Zweedse koning onmiddellijk Narva te hulp te schieten. Carl Fredrik Meijerfeldt blijft bij zijn gouverneursregiment in Riga, terwijl zijn broer Johan August zich onder Vellingk in de Estse stad Wesenberg (Rakvere) bij de hoofdmacht voegt.

Op 16 november start de mars door een verwoest landschap met te weinig proviand. Drie dagen later bereiken de 11.000 Zweedse troepen uitgeput Narva. In een woedende sneeuwstorm vindt de Slag bij Narva plaats. Johan August strijdt met zijn squadron ruiters op de linkervleugel onder Vellingk. De dan nog onbekende tsaar Peter de Grote is enkele dagen daarvoor met stille trom van zijn troepen weggereisd. Van de 30.000 Russen komt eenderde om en wordt de rest gevangen genomen. Narva wordt heroverd en van een versterkt Zweeds garnizoen voorzien.

Karel XII heeft voor de tweede maal bewezen een groot veldheer te zijn. Zijn generaals adviseren hem niet voor de moerastocht naar Moskou te kiezen. De koning is vechtlustig, maar kiest om een andere reden evenmin voor Moskou: het geringe gevaar dat van de passieve, ongetrainde Russen uitgaat. Hij  legt meer prioriteit bij het verslaan van de geduchte Saksisch-Poolse legers. Een gunstig vredesaanbod van de Russen wijst evenwel hij van de hand. Sommige historici spreken van de eerste taxatiefout van de Zweedse koning om noch af te rekenen noch vrede te sluiten met de Russen.

Karel XII trekt zuidwaarts Lijfland in en laat een winterkwartier opslaan bij Dorpat (Tartu), waar voorraden zijn voor de soldaten. Desondanks  zijn er nogal wat sterfgevallen door ziekten, waaronder zijn lijfarts Johann Martin Ziervogel, wiens achterneef later in deze geschiedenis in Nederland zal opduiken. Generaal Fleming biedt de koning zijn landgoed en  Ordekasteel Lais (Laiuse). Daar wordt een vrolijk Kerstfeest gevierd. Of Johan August daar ook bij mocht zijn vertelt het verhaal niet. Het tot 18.000 man aangesterkte Zweedse leger trekt midden juni richting Riga.

 

 

1. J.J. Nordberg, “Konung Carl den XII: tes historia”, Stockholm 1740, deel I, pag. 91, spreekt van “Öfwerste Lieutenanten Carl Friedric Mejerfeldt”. Dat ligt niet voor de hand, omdat Carl Fredrik op dat moment kapitein is en geen ruiterij heeft. Johan August is dan wel luitenant-kolonel (overste) en beschikt over cavalerie.