1.2.6. Het vaderland ontzet

Direct na de eeuwwisseling komt het krijgstoneel vanzelf naar de drie broers Meijerfeldt toe. Zonder oorlogsverklaring steekt een groot Saksisch-Pools leger de Duna over. Het leger komt vanuit Koerland (Kurzeme), de meest noordelijke provincie van het onder Pools bewind verkerende Litouwen (Lietuva). Riga wordt ingesloten. Saksen-Polen had met Denemarken en Moskovië een monsterverbond gesloten om de in de afgelopen decennia verloren gegane grondgebieden rond de Oostzee te heroveren en de handelsblokkades op te heffen. Op de Zweedse troon zit een 18-jarige jongen, Karel XII, waar weinig van wordt verwacht. De Grootse Noordse Oorlog (1700-1721) is een feit.

Zowel Carl Fredrik als Johan August zijn betrokken bij de tegenaanval op de Saskers en wellicht Wolmar Johan ook. De vijand wordt teruggeslagen en de Saksische architect van de aanval generaal Von Carlowitz vindt de dood.

In maart 1700 opent Denemarken een tweede front met een inval in Holstein-Gottorp, bondgenoot van Zweden. Daardoor vatten de Saksen moed en rukken opnieuw op richting Riga. Johan August, medio 1700 tot overste van een squadron ruiters benoemd, ondersteunt de oude gouverneur-generaal Dahlberg bij de succesvolle verdediging van de stad. In deze nieuwe functie is hij verzekerd van het zelfstandig commanderen van een overzichtelijke snelle eenheid, die hem een unieke plaats in het leger verschaft. Dit is waarschijnlijk een van de redenen, waarom hij kort daarna veelvuldig met opdrachten zal worden belast. In de nacht van 20 op 21 juli 1700 rijdt Meijerfeldt bijvoorbeeld met 150 ruiters uit het hoofdkwartier weg. Hij stuit in de morgen op 100 kozakken, die op hun authentieke manier om hen heen gaan cirkelen. De kozakken trekken zich terug zodra enkelen de dood vinden. Na een uur komen ze weer opzetten, versterkt met dragonders. Enkele schermutselingen leiden niet tot veel slachtoffers. (1) 

Na een bliksemactie van een gecombineerde Zweeds-Engels-Hollandse vloot tegen de hoofdstad Kopenhagen wordt al in augustus de Vrede van Travendal getekend. Als het Saksische leger van de Deense nederlaag en bovendien van de aantocht van een Zweedse vloot verneemt, trekt het zich wijselijk terug in de winterkwartieren in Koerland. Als waardering voor de geleverde inspanningen bij Riga wordt Carl Fredrik tot majoor bij zijn regiment bevorderd.

Vlak voor de Vrede van Travendal verklaart tenslotte ook Moskovië – dankzij vrede met de Turken – de oorlog aan Zweden, met als eis teruggave van Karelië en Ingermanland. Een Russisch leger trekt in november op naar de vestingstad Narva aan de Finse Golf. Bij de landing van de Zweedse hoofdmacht in de Golf van Riga, wordt onmiddellijk besloten deze stad te hulp te schieten. In de Estlandse stad Wesenberg (Rakvere) voegt een deel van het garnizoen van Riga zich bij de hoofdmacht. Daarbij is Carl Fredrik waarschijnlijk niet, Johan August wel. Na een moeizame mars neemt hij in een woedende sneeuwstorm deel aan de Slag bij Narva, waar een vijfvoudige Russische meerderheid wordt overwonnen. De dan nog onbekende tsaar Peter de Grote is enkele dagen daarvoor met stille trom van zijn troepen weggereisd.

De andere onbekende vorst, de Zweedse koning Karel XII, heeft voor de tweede maal bewezen een goed veldheer te zijn. Hij gunt zich niet de tijd om de Moskovieten tot capitulatie te dwingen of naar Moskou op te trekken. Niet onbegrijpelijk ziet de Zweedse koning weinig gevaar in de passieve, ongetrainde Russen en legt hij meer prioriteit bij het verslaan van de geduchte Saksisch-Poolse legers. Dat sommige historici hier spreken van de eerste taxatiefout van Karel XII is wijsheid achteraf.

Met achterlating van een klein garnizoen in Narva trekt de Zweedse hoofdmacht zuidwaarts door Lijfland richting de Saksische winterkwartieren in Koerland. Eenmaal in de buurt van Riga wordt Johan August door de koning op verkenning gezonden naar Kokenhusen (Koknese, Kockenhaus), op weg waar naar toe hij op 9 juni 1701 in een hofplaats een Saksische voorpost van 22 of 25 man gevangen neemt. (2) De verkenning blijkt een succesvolle afleidingsmanoeuvre te zijn, want de Saksische bevelhebber Steinau trekt met de hoofdmacht overhaast naar Kokenhusen, terwijl Meijerfeldt zich de volgende dag al weer met zijn gevangenen bij de koning bij Riga meldt. (3)

 

 

1. Nordberg I, pag. 91, spreekt van “Öfwerste Lieutenanten Carl Friedric Mejerfeldt”. Dat ligt niet voor de hand, omdat Carl Fredrik op dat moment kapitein is en geen ruiterij heeft. Johan August is dan wel luitenant-kolonel (overste) en beschikt over cavalerie.
2.
C.G. Rehnskiold, “Anteckningar och dagböcker”, Karolinska Krigares Dagböcker (KKD), deel IX, Lund 1913, pag. 3 en 6. G. Adlerfelt, “Karl XII:s Krigsföretag 1700-1706”, Stockholm 1919, pag. 67.

3. Ranft, pag. 257 en 280.