1.2.4. Het vaderland ontzet

Ten gevolge van de Saksische inval in Lijfland een maand na de eeuwwisseling zijn de broers Meijerfeldt druk met de verdediging van hun vaderland. Kapitein Carl Fredrik dient nog in het Österbotten regiment. Majoor Johan August komt snel over van Stockholm om in dienst te treden van Frölich, sinds 1700 de nieuwe gouverneur van Riga. Luitenant Wolmar Johan ligt met de Livländska Adelsfanan in de buurt van Dorpat.

In maart 1700 opent Denemarken een tweede front met een inval in Holstein-Gottorp, bondgenoot van Zweden. De Saksen vatten hierdoor moed een schans van Riga aan te vallen. Na een aanvankelijk succes wordt de aanval afgeslagen en vindt generaal-majoor Von Carlowitz de dood.

Johan August wordt op 2 juni 1700 gepromoveerd van majoor tot luitenant-kolonel (overste). Hij wordt aan het hoofd geplaatst van 100 geworven dragonders. Dat is de omvang van een compagnie, maar omdat hij zelfstandig opereert en niet bij een regiment is ingedeeld wordt geproken van een squadron. (1) Daardoor is hij verzekerd van een overzichtelijke snelle eenheid, die hem een unieke plaats in het leger verschaft. Hij heeft nog wel een commandant: niet meer gouverneur Frölich, maar de inmiddels met 3000 man gearriveerde gouverneur van Narva, generaal-majoor Otto Welling (Vellingk).

Dit is waarschijnlijk een van de redenen, waarom Johan August kort daarna veelvuldig met opdrachten wordt belast. Aan de Saksische zijde ligt het tot 20.000 man aangegroeide leger onder veldmaarschalk Steinau. In opdracht van Welling rijdt Johan August  in de nacht van 20 op 21 juli met zijn squadron en 50 ruiters onder ritmeester Gustaf Wilhelm de la Barre uit het hoofdkwartier in Yxkul weg. Hij stuit in de morgen op 100 kozakken, die op hun authentieke manier om hen heen gaan cirkelen. De kozakken trekken zich terug zodra enkelen de dood vinden. Na een uur komen ze weer opzetten, versterkt met enkele honderden dragonders. Enkele schermutselingen leiden tot niet veel slachtoffers. (2) 

Eind juli arriveert de Saksische koning Augustus II de Sterke bij zijn troepen. Hij is heel wat assertiever dan zijn generaals en steekt met de hoofdmacht de Duna over. Steinau en Welling proberen een slag te vermijden, maar bij Probstingshof komt het toch tot een treffen dat gunstig voor Saksen uitpakt. Riga wordt voor de tweede keer belegerd, maar door slinkende troepen (desertie, ziekte, vijandelijk vuur) en protesten van zijn Hollandse en Engelse geldschieters tegen het platbombarderen van hun Hanzekantoren druipt Augustus tot Zweedse verbazing af.

Er is nog een andere reden voor de Saksische terugtrekking. Na een bliksemactie van een gecombineerde Zweeds-Engels-Hollandse vloot tegen Kopenhagen wordt al in augustus de Vrede van Travendal getekend. Als Augustus van de Deense nederlaag en van de aantocht van een Zweedse vloot verneemt, besluit hij zich na de verovering van het vestingstadje Kokenhusen (Koknese) wijselijk terug te trekken in de winterkwartieren in Koerland en Litouwen. 

Vlak voor de Vrede van Travendal verklaart tenslotte ook Moskovië – dankzij vrede met de Turken – de oorlog aan Zweden, met als eis overgave van Karelië en Ingermanland aan de Finse Golf. Een week nadat de Zweedse koning met zijn eerste troepen op 6 oktober in de Lijflandse havenstad Pernau is geland,  hoort hij van Welling dat Riga is ontzet maar Narva omsingeld. Zijn commando luidt de hoofdmacht niet bij Riga maar bij Reval (Tallinn) in Wesenberg (Rakvere) te verzamelen en vandaar op  te trekken naar de Moskovieten. Johan August is daar bij aanwezig. (3)

Als waardering voor de geleverde inspanningen bij Riga volgt Carl Fredrik Meijerfeldt op 20 oktober 1700 Klas von Borgen op als majoor in het Österbottenregiment. Hij blijft gewoon commandant van zijn 100 man, maar van de zeven commandanten van de compagnieën in het regiment is hij na kolonel Campenhausen en overste Stålhammers nu de derde in lijn. Hij krijgt hierdoor kennelijk geen extra taken, omdat in de staf van zijn compagnie naast luitenant Voigt en vaandrig Fleming geen uitbreiding komt. Met zijn regiment blijft hij in Riga liggen en volgt zijn broer niet naar Narva. (4)

Op 16 november start de mars in een door de Moskovieten verwoest landschap met te weinig proviand. Drie dagen later bereiken de 11.000 Zweedse troepen uitgeput het front. In een woedende sneeuwstorm vindt de Slag bij Narva plaats. Johan August strijdt met zijn squadron ruiters op de rechtervleugel onder Welling. De dan nog onbekende tsaar Peter de Grote is een dag eerder met stille trom van zijn troepen weggereisd. Van de 30.000 Russen komt eenderde om en wordt de rest gevangen genomen. Narva wordt ontzet en van een versterkt Zweeds garnizoen voorzien.

Karel XII heeft voor de tweede maal bewezen een groot veldheer te zijn. Zijn generaals adviseren hem niet voor de moerastocht naar Moskou te kiezen. De koning is vechtlustig, maar kiest om een andere reden evenmin voor Moskou: het geringe gevaar dat van de passieve, ongetrainde Russen uitgaat. Hij  legt meer prioriteit bij het verslaan van de geduchte Saksisch-Poolse legers. Een gunstig vredesaanbod van Peter de Grote wijst hij van de hand. Sommige historici spreken van de eerste taxatiefout van de Zweedse koning om noch af te rekenen noch vrede te sluiten met de Russen. Deze taxatiefout zal uitgroeien tot een koppigheid met rampzalige gevolgen.

Karel XII trekt zuidwaarts Lijfland in waar voorraden zijn voor de soldaten. Desondanks  zijn er nogal wat sterfgevallen door ziekten, waaronder zijn lijfarts Johann Martin Ziervogel, wiens achterneef later in deze geschiedenis in Nederland zal opduiken. Generaal Fleming biedt de koning zijn landgoed en Ordekasteel Lais (Laiuse). Daar wordt een vrolijk Kerstfeest gevierd en het hoofdkwartier opgeslagen. Als Laisholm dan nog in het bezit van de Meijerfeldts is, zullen de broers daar ongetwijfeld ook naar toe zijn gegaan.

 

1. J. Mankell, “Uppgifter rörande svenska krigsmagtens, sedan slutet affemtonhundratalet, Styrka, sammansättning och fördelning”, Stockholm 1865, deel 2, pag. 378. spreekt van dragonders, ofwel infanterie die zich te paard verplaatst. H. Villius, lemma in “Svenskt Biografiskt Lexikon”, Stockholm 1986, deel 25, pag. 471 spreekt van ruiters, dus cavalerie.
2. J.J. Nordberg, “Konung Carl den XII: tes historia”, Stockholm 1740, deel 1, pag. 91, spreekt van “Öfwerste Lieutenanten Carl Friedric Mejerfeldt“. Hij haalt de broers door elkaar. Carl Fredrik is op dat moment twee rangen lager kapitein en heeft geen ruiterij maar infanterie. Johan August is dan wel luitenant-kolonel (overste) en beschikt over cavalerie.
3.   Frijherre Bref för General Major Johan August Mejerfeldt, Rawicz 12 juli 1705, Riksarkivet Stockholm, Riksregistraturet.
4. “Rúlla pro November Månad A:o 1700 af Kongl Majstz Österbottens 
Regiment Infanterie och Capitain Carl Friderich Meijerfeltz Compagnie”, Krigsarchivet Stockholm, 0022 Rullor 1620-1723, 1700/6 Östersjöprovinserna, pag. 85