1.2.2. Het vaderland ontzet

Al in 1687 was Carl Fredrik tot het regiment Österbotten toegetreden in de rang van kapitein. Dit regiment is belast met de verdediging van de Zweedse bezittingen aan de Baltische kust tegen vijandige Moskovieten, Polen en Saksen. Zijn verdere leven blijft hij in dit regi­ment dienstdoen.

In het jaar 1700 verslechtert het krijgstoneel voor Zweden snel. De vijandige buurlanden Denemarken, Saksen-Polen en Moskovië sluiten een monsterverbond om het in de loop der jaren verloren gegane grondgebied rond de Oostzee te heroveren. Op de Zweedse troon zit een 18-jarige jongen, Karel XII, waar weinig van wordt verwacht.

De Grote Noordse Oorlog neemt een aanvang, als in februari een groot Saksisch leger vanuit Polen zonder oorlogsverklaring Lijfland binnenvalt en tot een belegering van de vesting Riga overgaat. Carl Fredrik, Johan August en wellicht ook Wolmar Johan nemen deel aan de Zweedse tegenaanval, waarbij de vijand wordt teruggeslagen en de Saksische bevelhebber de dood vindt.

In maart opent Denemarken een tweede front met een inval in Holstein-Gottorp. Daardoor vatten de Saksen moed en sluiten opnieuw Riga in. Johan August, medio 1700 tot overste van een squadron ruiters benoemd, ondersteunt de oude gouverneur-generaal Dahlberg bij de succesvolle verdediging van de stad. In deze nieuwe functie is hij verzekerd van het zelfstandig commanderen van een overzichtelijke snelle eenheid, die hem een unieke plaats in het leger verschaft. Dit is waarschijnlijk een van de redenen, waarom hij kort daarna veelvuldig met opdrachten zal worden belast.

Na een bliksemactie van een gecombineerde Zweeds-Engels-Hollandse vloot tegen de hoofdstad Kopenhagen wordt al in augustus de Vrede van Travendal getekend. Als het Saksische leger van de Deense nederlaag en bovendien van de aantocht van een Zweedse vloot verneemt, trekt het zich wijselijk terug in de winterkwartieren in Koerland (Kurzeme), de meest noordelijke provincie van het onder Pools bewind verkerende Litouwen (Lietuva). Als waardering voor de geleverde inspanningen bij Riga wordt Carl Fredrik tot majoor bij zijn regiment bevorderd.

Vlak voor de Vrede van Travendal verklaart tenslotte ook Moskovië de oorlog aan Zweden. Een Russisch leger trekt in november op naar de vestingstad Narva aan de Finse Golf. Bij de landing van de Zweedse hoofdmacht in de Golf van Riga, wordt onmiddellijk besloten deze stad te hulp te schieten. In de Estlandse stad Wesenberg (Rakvere) voegt een deel van het garnizoen van Riga zich bij de hoofdmacht. Daarbij is Carl Fredrik waarschijnlijk niet, Johan August wel. Na een moeizame mars neemt hij in een woedende sneeuwstorm deel aan de Slag bij Narva, waar een vijfvoudige Russische meerderheid wordt overwonnen. De dan nog onbekende tsaar Peter de Grote is enkele dagen daarvoor met stille trom van zijn troepen weggereisd.

De andere onbekende vorst, de Zweedse koning Karel XII, heeft voor de tweede maal bewezen een goed veldheer te zijn. Hij richt zijn aandacht op zijn sterkste vijand: zijn neef Augustus II de Sterke van Saksen, tevens koning van Polen. Dit wordt wel als zijn eerste fout gezien. In plaats van zich de tijd te gunnen om de Moskovieten tot capitulatie te dwingen of naar Moskou op te trekken, haast hij zich zuidwaarts door het Baltische gebied. Niet helemaal onbegrijpelijk ziet de Zweedse koning weinig gevaar in de passieve, ongetrainde Russen en legt hij meer prioriteit bij het verslaan van de geduchte Saksisch-Poolse legers.

Met achterlating van een klein garnizoen in Narva trekt de Zweedse hoofdmacht naar de Saksische winterkwartieren in Koerland. Eenmaal in de buurt van Riga wordt Johan August door de koning op verkenning gezonden naar Kokenhusen (Koknese, Kockenhaus), op weg waar naar toe hij op 9 juni 1701 in een hofplaats een Saksische voorpost van 22 of 25 man gevangen neemt. (1) De verkenning blijkt een succesvolle afleidingsmanoeuvre te zijn, want de Saksische bevelhebber Steinau trekt met de hoofdmacht overhaast naar Kokenhusen, terwijl Meijerfeldt zich de volgende dag al weer met zijn gevangenen bij de koning bij Riga meldt. (2)

1. C.G. Rehnskiold, “Anteckningar och dagböcker”, KKD (Karolinska Krigares Dagböcker), deel IX, Lund 1913, pag. 3 en 6. G. Adlerfelt, “Karl XII:s Krigsföretag 1700-1706”, Stockholm 1919, pag. 67.
2. Ranft, blz. 280.