1.8.3. De laatste tien jaren

De Russisch-Zweedse Oorlog heeft voor Johan August ook aan het thuisfront veel roem met zich gebracht. De koning besluit hem een week na het sluiten van de vrede te verhogen tot veldmaarschalk van de Zweedse legers. Deze bevordering brengt hem echter niet de onaantastbare positie die hij zich wellicht gedacht had. Er ontstaat een probleem over de sinds het Anjala-verbond af te leggen eed en te ondertekenen veiligheidsakte. De koningsgezinde generaal acht deze formaliteiten overbodig en tracht ze uit de weg te gaan. De koning wil ook voor zijn trouwe officieren geen uitzondering maken en doet hem zelfs de dringende aanzegging, dat aan een weigering de zwaarste gevolgen zullen worden verbonden. Dit lijkt zijn eerzucht nog eerder aan te wakkeren, zodat het conflict in maart van het volgende jaar tot een hoogtepunt komt.

Wellicht had zijn vrouw Louise Sparre nog een matigende invloed op de koning kunnen hebben, maar zij was twee jaar eerder – op 26 februari 1789 – teruggetreden als staatsdame aan het Hof. Dit was zeer tegen de wens van de koning geweest en zij had zelfs een aanbod voor een wedde afgeslagen. Het ruim overschrijden van de 40-jarige leeftijd was haar belangrijkste motief. De andere twee gratieën wilden ook al afscheid nemen vanwege het overschrijden of naderen van hun veertigste levenjaar. (1)

Carl Fredrik Meijerfeldt jr overlijdt op 29 maart 1791 op zijn slot Ugerup. Hij sterft ongehuwd. Als bijzonderheid wordt van hem opgegeven, dat zijn ene gezichtshelft totaal verschilt van de andere en dat is ook wel te zien op de enig van hem bekende schilderij. Op zijn sterfbed smeekt hij met succes zijn broer het eedformulier aan de koning te tekenen. Het is bovendien twee weken nadat hun zustersdochter Brita Ekeblad-Horn zich heeft verdronken. De trots van de dan al 66-jarige Johan August is door de gang van zaken dermate geknakt, dat hij bij het eedformulier een bedankbrief aan de koning richt. Deze verleent hem eervol ontslag met pensioen en schadeloosstelling, zoals door hem gevraagd. Het bevel over zijn regiment van Närke en Värmland draagt hij over aan baron Armfeldt. Een jaar later wordt hij verhoogd tot het ambt van Rijksheer. (2)

Op 23 mei is er al weer een sterfgeval in de familie Meijerfeldt. Johan August III overlijdt in Stockholm aan zijn bijna twee jaar eerder in Finland opgelopen verwondingen. Hij is onge­huwd en kinderloos. Een dag later wordt zijn lichaam samen met dat van zijn oom Carl Fredrik jr bijgezet in de kerk van Köpinge. De volgende dag is de begrafenis van Johan August III in de Sankt Jakobs Kyrka in Stockholm. Weer een dag later later vindt de begrafenis van Carl Fredrik jr in de kerk van Vittskövle plaats. (3)

Het jaar daarop vindt tijdens een gemaskerd bal in het Operahuis van Stockholm de beroemde dodelijke aanslag op koning Gustaaf III plaats. De 13-jarige zoon Gustaaf IV Adolf moet nog vijf jaar wachten op het koningschap en zijn oom prins Karel krijgt het regentschap. Gustaaf IV Adolf krijgt begin 1793 zijn oude speelmakker Axel Fredrik Meijerfeldt terug, nu als adjudantkolonel, die bovendien in zijn regiment promotie maakt tot majoor.

Maar dan keert het geluk voor Axel. In de avond van 18 november 1794 gaat hij vanuit zijn officierswoning Tostebol in het plaatsje Ny samen met de officieren Örnsköld en Eneschiöld naar de Clubzaal in zijn garnizoensstad Örebro om te vieren dat hij die week 25 jaar oud was geworden. Örnsköld begint problemen te maken over de aanwezigheid van ene Roos, die daar volgens hem niet hoort. Hij sommeert hem het pand te verlaten. Roos protesteert en spant op 21 november voor de stadsrechter een kort geding aan tegen de drie officieren. Partijen en getuigen brengen verklaringen in. Uiteindelijk concentreert Roos zijn klacht op Örnsköld, die in het ongelijk wordt gesteld en vanwege zijn gedrag een boete van 5 daalder in zilvermunten moet betalen. (4) Axel ontsnapt zodoende aan een rechterlijke veroordeling.

Axel overkomt echter iets veel ergers: nekkramp. Deze besmettelijke ziekte komt veel voor onder jongeren onder de 30 jaar en leidt tot de dood, als er niet onmiddellijk wordt ingegrepen. Graaf Axel Fredrik Meijerfeldt overlijdt in Örebro op 13 januari 1795 om 16:45 uur, slechts 6 weken na de rechtszaak. (5) Ook hij laat – net als zijn broer – vrouw noch kinderen achter.

Als graaf Johan August Meijerfeldt jr en Lovisa Augusta Sparre zich in het voorjaar weer naar Pommeren begeven, vervoegen twee leden van de Stadssenaat van Stralsund zich op 10 juni van dat jaar bij hen in huis om hun testament te laten opmaken. Vanwege hun hoge leeftijd en omdat hun kinderen niet meer leven vinden zij het verstandig elkaar over en weer tot enig erfgenaam te benoemen. Dit testament bevat verschillende interessante passages, enerzijds over de onbetaalde wedde van zijn oom Wolmar, anderzijds over een schenking aan Augusta Juliana Meyer(n) die op Medrow gewoond had.

IMG_0313Testament
Laatste bladzijde van het testament van
Johan August jr en Lovisa Augusta Meijerfeldt-Sparre

De oude veldmaarschalk en zijn vrouw brengen elke zomer op Nehringen en Medrow door. Zij hebben beide ouderdomskwalen, de gravin heeft in elk geval reuma. Daarom bezoeken zij Duitse bronnen, bijvoorbeeld in Pyrmont. In de wintermaanden komen zij steeds naar Stockholm, waar de gravin nog wel een grote hofhouding voert. Dat leidt soms tot roddels, die in de volgende conversatie goed tot uiting komen: (6)

– “Kijk naar gravin Meijerfeldt, hoe zij zich opsmukt, alsof zij zich, om de boerenstand gewillig te zijn, kleedt voor een boerenbruiloft. De juwelen in haar kam zou ze gehaald hebben uit de geschonken tabaksdoos van haar man. Foei! Ik dacht juist dat die rookte,”
– “Zij heeft Abraham gezien en wil nog aanbidders voor zich zien. Het wordt tijd dat ze van front verandert. Zij keert altijd haar best bewaard gebleven zijde tot de bewonderaars – in het geval er een paar zijn die in staat zijn haar te behagen, en niet haar te helpen. Zij gaf eergisteren een uitgelezen souper, waarschijnlijk om al haar huidige aanhangers bij elkaar te krijgen, maar het schijnen er niet veel geweest te zijn, die er aan denken om haar verbleekte kleuren te strijden. Ah! Kijk baron Adelschöld maar enkele woorden tot haar richten – nou, nou! De man van de gravin is veldmaarschalk en Adelschöld is luitenant. Men beweert zelfs dat de gravin de adjudanten van haar man kiest.”
– “Daarom is het ook altijd de veldmaarschalk geweest die roemt over de knappe adjudant, die zijn dienstjaren verhult, om zijn oudere kameraden te kunnen passeren.”

De zoon van Anna Catharina Meijerfeldt, Johan Gustav Horn, slaagt er in het op zeer jonge leeftijd tot generaal-majoor in het Zweedse leger te brengen en te worden onderscheiden als Commandeur in de Zwaard Orde met Grootkruis. Zijn zuster Brita Margaretha huwt met de edelman Klas Ekeblad en overlijdt op 46-jarige leeftijd, door zich – evenals haar moeder krankzinnig geworden – te verdrinken bij Mariaholms Residentie bij Mariastad. Johan Gustav Horn overlijdt op 20 juni 1798 en sluit eveneens ongehuwd en kinderloos zijn tak van de familie Horn af.

De oude graaf Johan August Meijerfeldt jr krijgt op 1 november 1797 de Serafijnen Orde toegekend. Zijn toen 10 jaar oudere vader had deze onderscheiding nog in 1748 afgewezen op grond van zijn hoge leeftijd. Pas op 29 april 1799 wordt hij ook daadwerkelijk in de Stockholmse Slotkerk tot ridder geslagen. Hij lijdt dan reeds langdurig aan longtering. Op bijna 75-jarige leeftijd overlijdt hij aan deze ziekte in zijn Stockholmse winterverblijf om één uur in de nacht van 21 april 1800. Met Serafijneneer – de Rijksherauten kruisen hun wapens – wordt hij op 2 mei opgebaard in de Riddarholmskyrkan, waar de grafplaat nog altijd te bezichtigen is bij het altaar, links aan de wand. Er wordt een lange rede gehouden over zijn verdiensten voor Zweden. (7) Vervolgens wordt het lichaam naar Stralsund verscheept, waar het op 15 juli in het Meijerfeldtse graftombe in Nehringen wordt begraven. (8)

Lovisa Augusta Sparre leeft na de dood van haar man voornamelijk in Stockholm. Zij betrekt het voormalige huis van Sprentporten in de wijk Klara, aan de Drottninggatan, in het blok Gripen 1. Dit gebouw is niet meer te bezichtigen; aan het eind van de negentiende eeuw en opnieuw in de jaren zestig van de twintigste eeuw – na de aanleg van de metro – zijn hier grote winkelblokken gekomen. Zij voert ook daar nog een flinke hofhouding en maakt onderdeel uit van een carrousels van soupers onder de oudere adel.

Op een avond in 1817 vindt een bediende op de voortrap van dat huis een zacht huilende baby gewikkeld in fraaie doeken waarop de naam Oscara geborduurd staat. Het huis is in rep en roer en gravin Louise verzekert zich er eerst van dat het niet van een geliefde van een huisbediende is. De baby is niet voor niets op de stoep van een oude Hofdame gelegd, want later wordt bekend dat Oscara de onechte dochter van kroonprins Oscar is. De baby mag van Louise in het huis blijven om een schandaal te voorkomen en enkele maanden later neemt de 38-jarige Charlotte Aurore de Geer de opvoeding over, omdat zij weet dat haar 20-jarige dochter Jacquette Gyldenstolpe de moeder is. (9)

Op 18 september van datzelfde jaar 1817 overlijdt gravin Meijerfeldt in Stockholm (Klara). Zij wordt begraven in de Öja kerk bij Stora Sundby, in het grafkoor van het geslacht Sparre av Rossvik. Aan de kerk van Täby laat zij een paar buitengewoon statige zilveren gegroefde driearmige kolonnekandelaren na, die 58 centimeter hoog zijn en 3245 gram per stuk wegen (vervaardigd door D. Hallman).

Met het overlijden van Johan August jr in 1800 en Lovisa Augusta in 1817, en het eerdere overlijden van zijn ongehuwde broer Carl Fredrik jr en hun zoons Johan August III en Axel Fredrik in 1791 respectievelijk 1795, vallen de enorme bezittingen van het geslacht daarom toe aan de aangetrouwde erfgenamen in de Zweedse adel. Het Zweedse adellijke geslacht Meijerfeldt is uitgestorven.

 

1. Forsstrand, pag 128-129.
2. Adlerbeth I, pag. 233-234.
3. Stadsarchiv Stockholm, Kyrkoböcker, Jakobs- och Johannes församlingar, Död- och begravingsbok 1736-1884 L-N pag. 287, FIa:3 40.
4. Kungliga Biblioteket, Svenska Samling, Örebro Stads Kämnärs-Råtts Protocoller [DZ/KS/2].
5. Örebro Stadsarkiv, Örebro Död- och begravningsböcker F:1 [DZ/Ö/1].
6. K. K—g, “Gustaf den tredje och hans hof”, Jönköping 1838, deel II, pag. SI-32.
7. G.J. Adlerbeth, “Tal öfver Hans Excellence den Högvälborne Grefven, Herr Johan August Mejerfelt”, Stockholm 1800, 28 pag.
8. Evangelisches Pfarrambt Glewitz, “Todten=Buch oder Register der Gestorbenen fiir die Kirche zu Nehringen angefangen mit dem Jahre 1792”, folio 38, no. 11.
9. B. Persson, “Jacquette Gyldenstolpe och hennes dotter Oscaras öden”, Finspong 1900.