1.1. Baltische Meijers

Dat de kroniek van het Zweedse geslacht Meijerfeldt in de Baltische gebieden begint wil zeggen Lijfland, het huidige zuiden van Estland en noorden van Letland. Het geslacht Meijer “gehört unter die ältesten des Landes“. (1) Een Zweeds wapenboek spreekt van oeradel.  (2) 

De achternaam Meijer duidt niet op een afstamming van de inheemse bevolking, maar op de Duits-Baltische bovenlaag die het gebied vanaf 1200 binnendringt. Het ligt voor de hand hun afstamming te zoeken waar meijer een beroep was: de noordwestelijke gebieden van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie (Westfalen, Nedersaksen, Nederlanden).

De eerste Meijers hebben hoge functies in  de Duitse Orde. Het is aannemelijk dat zij in de veertiende of vijftiende eeuw gehoor geven aan de gunstige voorwaarden die deze Orde biedt aan vazallen tot vestiging in Lijfland. Daarom is hier eerst aandacht nodig voor de Duitse Orde. Daarna  volgt  behandeling van de oudste van het geslacht: Johan Meijer. Hij behoort tot de Baltische landadel. Daardoor is hij en na hem zijn nageslacht een goede huwelijkspartij voor de daar levende vazallengeslachten Fa­rens­bach, Tiesen­hausen, Wran­gel, Bremen, Taube, Wulff en Hastfer. (3)

 

1. M. Ranft, “Leben und Thaten des jüngst verstorben Schwedischen Grafens von Meyerfeld”, in “Neue Genealogisch-Historischen Nachrichten von den vornehmsten Begebenheiten welche sich an den Europäischen Höfen zugetragen, worinn zogleich vieler Stands-Personen Lebens-Beschreibungen”, deel 2, hoofdstuk 1, Leipzig 1750, pag. 91.
2. C.A. Klingspor, “Sveriges Rid­derskaps och Adels Vapen­bok”, Stockholm 1886, pag. 14:4.
3. L. Fenske en K. Militzer, “Ritterbrüder im Livländischen Zweig des Deutschen Ordens” (Baltische Historischen Kommission, “Quellen und Studien zur Baltischen Geschichte”, Band 12), Köln/Weimar/Wien 1993. A. Fahne von Roland, “Geschichte der Westphälischen Geschlechter unter besonderer Berücksichtigung ihrer Übersiedlung nach Preußen, Kurland und Liefland”, Köln 1858. A. von Transehe-Roseneck, “Die ritterlichen Livland­fährer des 13. Jahrhunderts”, Würzbach 1960.