2.4.2. Geboortegolf

In 1880 vraagt Carl von Meijenfeldt op 65-jarige leeftijd pensioen aan. Hij ontvangt een bedrag van 100 gulden ineens aan ingehouden pensioengelden en 85 gulden extra per jaar.

Schoonzoon Jan van der Tas opent dat jaar een grossierderij en huurt een pakhuis aan de Korte Leidschedwarsstraat. Hij is patroon van 5 bedienden en zijn zaak groeit uit tot 15 bedienden in 1908. Hij heeft vooral succes met cacao, waarvoor hij op tentoonstellingen wordt bekroond.

In 1882 wordt Evert – de oudste zoon van Carl – magazijnmeester en kantoorbediende in Dordrecht. Hij gaat bij zijn oom Hendrik en tante Naatje inwonen. Een paar maanden later trouwt hij in Rotterdam met Jo van Leusden. Hun kleindochters herinneren zich het verhaal dat Jo Evert zelf ten huwelijk vraagt, “omdat zij geen zin had op het schrikkeljaar te wachten”. Na het huwelijk betrekken zij een eigen woning aan het Beverwijkseplein te Dordrecht. Daar worden hun zeven kinderen geboren.

Evert wordt directeur van de bierbrouwerij “Van Vollenhoven & Co”. De Dordtse brouwerij “Oranjeboom” is in 1882 aangekocht van E.F. van Vloten door Amsterdam’s grootste bierbrouwerij en azijnmakerij “De Gekroonde Valk”, van de gelijknamige familie en hun neef Willem Hovy, één van de eerste sociaal voelende ondernemers, ARP-politicus en leider van de “paneelzagerij” in de Nieuwe Kerk, die de Doleantie onder Abraham Kuijper inluidt. In 1904 wordt de Dordtse brouwerij gesloten. Van Vollenhoven wordt in 1841 overgenomen door Heineken/Amstel, dat op haar beurt het bedrijf in 1960 zal beëindigen.

Vollenhoven

Eind 1882 wordt het eerste kind van de vierde generatie geboren. Het is Aaltje, dochter van Carl Frederik en Margré de Haas in Amsterdam. Begin 1883 volgt Carl, het eerste kind van Evert en Jo van Leusden in Dordrecht. Begin 1884 wordt er weer een Carl geboren, het tweede kind van Carl Frederik en Margré in Amsterdam. Hun eerste kind Aaltje overlijdt een maand later. Eind van dat jaar krijgen Evert en Jo een zoon Jan in Dordrecht.

Frits is de volgende zoon van Carl die gaat trouwen. In 1884 huwt hij de 10 jaar jongere Engeltje de Koe in Amsterdam. Haar ouders zijn lidmaat van de Nederduits Hervormde Gemeente van Amsterdam. Het echtpaar gaat aan de Commelinstraat in Amsterdam wonen.

Wilhelmina Augusta van Paddenburg-Van Meijerfeldt overlijdt in 1885 op 83-jarige leeftijd in Amsterdam. Zij is 8 jaar weduwe geweest van Arendt van Paddenburg. Hendrik en Naatje Kennedij vieren dat jaar hun 40-jarige huwelijk op feestelijke wijze met advertenties in de dagbladen. Bijna alle Von Meijenfeldts zijn present in Dordrecht. Dat jaar brengt ook de eerste geboorte in het gezin van Frits en Engeltje de Koe; het is een dochter Nellie.

In 1886 zijn er nog twee geboorten in de vierde generatie. Carl Frederik en Margré krijgen een zoon Willem en Frits en Engeltje een zoon Carl.

In 1887 overlijdt een Nel en wordt een Nel geboren. Eerstbedoelde is de jongste dochter van de stamvader. Zij is 65 jaar geworden. Volgens haar broer Hendrik is zij “van haar verstand beroofd” (1) en na het overlijden van haar broer Jan in een gesticht opgenomen. De nieuwe vader van het gesticht vergeet de familieleden in te lichten over haar dood. Hij stelt Hendrik pas een jaar later op de hoogte. Deze verzorgt de begrafenis en nalatenschap. De geboren Nel is een dochter van Evert en Jo in Dordrecht.

Carl en Nel Diederich verhuizen 1888 naar de Noorderstraat 90. Frits en Engeltje verhuizen daar ook naar toe en krijgen een zoon Frits. Carl Frederik en Margré verhuizen dat jaar naar Nieuwer-Amstel.

Het jaar 1889 brengt nog meer geboorten in de vierde generatie: Frits, zoon van Carl Frederik en Margré in Nieuwer-Amstel en Enny, dochter van Frits en Engeltje in Amsterdam. Van de tweede generatie overlijdt Hendrik overlijdt op 78-jarige leeftijd in Dordrecht. Hij laat zijn weduwe Naatje Kennedij achter, maar geen kinderen om zijn tak van het geslacht voort te zetten.

 

1. Brief van Hendrik aan Carl van 19 november 1888 in familiearchief [DF/N.3/52].