2.3.2. De wereld in

In Rotterdam trekken de oudste kinderen van Johan August al op zeer jonge leeftijd de wereld in. Jan gaat in militaire dienst. Hendrik is nog maar net 14 jaar oud als hij in dienst van de Koninklijke Marine treedt als stuurmansleerling. Carl combineert al op 12-jarige leeftijd de beroepen van zijn twee oudere broers: hij is scheeptimmermansleerling in dienst van het Departement van Marine op ’s Rijks Werf te Rotterdam. Ook Frederik zal later aanmonsteren bij de marine.

Rond 7 oktober 1827 onderneemt Hendrik als stuurmansleerling zijn eerste grote zeereis op het korvet “Leije” naar Oost-Indië. Ter gelegenheid hiervan stopt zijn vader hem een afscheidsbrief toe. (1) De brief vangt aldus aan:

“Gij staat dan nu gereed, mijn dierbare Zoon, eene verre reize te ondernemen, en eerlang zal de oceaan ons van elkander scheiden. Hoor dan nog mijn vaderlijk woord. Misschien zien wij elkander op aarde nooit weder. Bij uwe terugkomst in het vaderland kan ik reeds lang in het stof rusten, en ook gij weet niet waar of wanneer gij sterven zult. Merk dus den raad welken ik u nu geven zal, alsof gij dien van mijne stervende lippen hoordet. Gij hebt den zeedienst gekozen…”.

In de brief wordt vervolgens voornamelijk de godsdienst benadrukt met veel verwijzingen naar bijbelteksten. Aan het eind schrijft hij:

“Ziedaar, mijn lieve zoon! eenige herinneringen. Weiger mij het verzoek niet dat gij dit of mijn opstel, als met tranen uwe liefhebbenden vaders besproeid, wilt bewaren. Bij rijperen leeftijd zult gij eerst ten volle kunnen inzien, dat ik uw geluk voor tijds en eeuwigheid gezocht heb. Volg mijnen afscheidsraad op, en het zal u nooit berouwen. Vaarwel, dierbaar kind!”

Na het vertrek van Hendrik wordt het Rotterdamse gezin nog kleiner, omdat ook de tweede Anthonetta op bijna 7-jarige leeftijd overlijdt. De oudste zoon Jan wordt op 18-jarige leeftijd voor de Nationale Militie opgeroepen.

Financieel gezien gaat het met de familie verder bergafwaarts. Uiteraard brengt de nu 68-jarige Johan August geen inkomsten meer binnen. Op 11 december 1829 sluit hij een nieuwe hypotheek op zijn huis af, ditmaal van 500 gulden met een jaarlijkse aflossing van 50 gulden tegen 5% rente. De hypotheek wordt verleend door de korenmolenaar W. Koops. (2)

Als Hendrik in 1831 uit krijgsdienst treedt ziet hij zijn vader terug. Hij heeft zijn tijd nuttig gebruikt door Engels en Maleis te leren. Nu zijn diensttijd is vervuld, tracht Hendrik bij de koopvaardij aan te monsteren. Daarmee heeft hij weinig succes. Tenslotte meldt hij zich na ruim een jaar als vrijwilliger bij zijn vorige werkgever aan. Als stuurman maakt hij op de Schelde de Belgische Opstand mee.

Op 2 juni 1835 overlijdt Johan August op 74-jarige leeftijd in zijn huis in Rotterdam. Carl doet daarvan twee dagen later bij de gemeente aangifte. De afwikkeling van de erfenis wordt bemoeilijkt doordat Hendrik in augustus – na een verlof sinds 29 juni – voor zijn tweede grote zeereis naar Oost-Indië vertrekt. Omdat het na een jaar niet meer zeker is of hij nog terugkeert, wijst de rechtbank de notaris als zijn vertegenwoordiger aan. De nalatenschap bestaat uit 1200 gulden voor het huis, 118,50 gulden voor de inboedel en 28 gulden aan contanten. In de zomer van 1838 laat de weduwe het huis met een vraagprijs van 2000 gulden veilen, hetgeen op dat moment niet lukt. (3)

 

  1. Het origineel berust in het Familiearchief [DF/N/51].
  2. Gemeentearchief Rotterdam, Nieuw Notarieel Archief 445/-1329-1331.
  3. Gemeentearchief Rotterdam, Nieuw Notarieel Archief 300/-140-143; 310/244-245, 309, 317, 621-635, 648; 315/133-134.