2.3.5. Oude nota’s

Tweede zoon Hendrik begint kort na zijn 14de verjaardag op 15 november 1824 bij de Koninklijke Marine aan een opleiding tot stuurman. Vanaf het begin wordt hij daar achtervolgd door een hardnekkige schrijffout in zijn achternaam: van Megenfeldts. Zijn opleiding vindt plaats aan boord van wachtschepen – in dit geval een soort drijvende scholen – bij Hellevoetsluis. In december is zijn eerste schip het fregat Kenau Hasselaar. In januari 1825 gaat zoon Hendrik in Hellevoetsluis met de hele bemanning over op de Amstel. Een jaar later wisselt hij naar de Java en zijn laatste wachtschip de Euridice. Drie tot vier keer per jaar krijgt hij acht dagen verlof om van boord naar huis in Rotterdam te gaan. (1)

Johan August heeft zijn 65ste verjaardag gevierd. Hem wacht geen pensioen van de Marine. Aan het Fonds Oude en Gebrekkige Zeelieden heeft hij heel wat stuivers afgedragen, maar die uitkering gaat alleen naar degenen in een opvangtehuis. Gelukkig biedt de Commissie voor de afwikkeling van de achterstanden uit de Franse tijd hem een beter vooruitzicht, want in september en oktober 1825 is de liquidatie voor de marine gereed. Na goedkeuring door de koning staan de resultaten medio 1826 in de Staatscourant. (2)

In zijn hoedanigheid van konstabel-majoor is Johan August bij twee schepen onder Kikkert te vinden. De eerste is de Brutus, waar J.E. van Meijenveld met volgnummer 26164 vermeld staat. Daarna volgt Puplo met een apart volgnummer 26165, waarmee natuurlijk op Hendrik Pieploo wordt gedoeld. Hoewel Johan August zijn rekest van 1810 tot de Bataafse tijd beperkte en schreef dat de uitbetaling voor ‘s Konings tijd had plaatsgevonden, staat de naam J.A. van Mijenfeld toch ook bij het schip Braband met volgnummer 30176. In de advertenties krijgen belanghebbenden de oproep om op een ochtend van een doordeweekse dag bij het Ministerie van Financiën in ‘s-Gravenhage documenten over te leggen, die na onderzoek kunnen leiden tot het uitreiken van ‘bewijzen van verevening’.

In de advertenties staat bij Johan August steeds een verwijzing naar folio 10 van de scheepsrollen. Die zijn inderdaad aan hem gewijd. Op folio 10 heeft de Commissie haar volgnummers met de hand bijgeschreven. Ook is daar een calculatie van de verschuldigde gelden te lezen. Alles opgeteld gaat het voor Johan August om een bedrag van 600 à 700 gulden. Het is maar te hopen dat hij van dit alles op de hoogte raakt en naar Den Haag afreist, al was het maar om aan zijn jaarlijkse hypotheekverplichtingen te kunnen voldoen. 

In Amsterdam overlijdt schoonvader Hendrik Pieploo in het Lutherse Diaconiehuis op 21 maart 1827. Hij is vijf jaar weduwnaar geweest en bijna 80 jaar oud geworden. (3)

In dezelfde stad in hetzelfde jaar treedt de inmiddels 26-jarige Wilhelmina Augusta in het huwelijk. Zij gaat op 2 augustus in ondertrouw onder overlegging van extracten van haar doop en het overlijden van haar moeder en grootouders De Ruijt. Van haar vader geeft zij alleen de naam Johan August van Meijerfeldt op, met de toevoeging absent en grootouders onbekend. De ambtenaar voelt zich niet geroepen in het register terug te bladeren, want dan had hij hem twintig jaar eerder gevonden. Op 15 augustus trouwt zij met de 29-jarige Arendt van Paddenburg. Als getuigen staan vermeld de 43-jarige tapper Frans Bosman, de 34-jarige turfdrager Abraham Morré, de 30-jarige apothekersbediende Pieter Roept en de 21-jarige schoenmaker Reinier Briegoos, allen wonend in Amsterdam. Gebruikelijk zijn de laatste twee getuigen van de bruid, maar Pieter Roept is met de jongere zus van de bruidegom getrouwd. (4)

Arendt van Paddenburg is bediende en winkelknecht, onder andere in een schoenwinkel, maar later ook boekbinder in de traditie van zijn familie. In 1818 was hij anderhalve maand in het Buitengasthuis aan een geslachtsziekte geholpen, maar dat vormt geen hinderpaal voor het krijgen van kinderen. Vader van Paddenburg was 20 jaar overleden als chirurgijn in ‘s-Graveland. Moeder Johanna Catharina Cornie is getuige en vermoedelijk ook koppelaarster, omdat haar moeder Antoinette Swarts de zus was van de opvoedende oma van Wilhelmina Augusta. Bovendien was haar zus Jannetje Cornie in 1813 de tweede vrouw geworden van Willem Schultze, de zwager van Wilhelmina Augusta. (5)

Terug   ***   Verder

1. Soldij-Rollen 309 Kenau Hasselaar fol 806, 208 Amstel fol 219, 309 Java fol 29, 259 Euridice fol 28, Nationaal Archief, 2.12.14 Stamboeken Marinepersoneel.
2. Nederlandsche Staatscourant, Bijvoegsel 27 mei, 31 mei, 30 juni en 5 juli 1826.
3. Diaconiehuis, Noord-Hollands Archief 358.7, Inv 179, blad 76.
4. Trouwregisters 1827, SA 5009, Inv. 1087, fol 92; Huwelijksbijlagen, Noord-Hollands Archief 358.157, Inv 458.3, fol 92.
5. Patiënten
Mannen Veneriek 1818, Stadsarchief Amsterdam, 5268 Buitengasthuis, Inv 2424, folio 137.