1.1.1. Verheffing in de adelstand

Het oudste document over het Zweedse geslacht Meijerfeldt is de Sköldebref, hierna te noemen Adelsbrief. Deze brief is op 24 november 1674 in Stockholm door de Zweedse koning Karel XI verleend. Gegevens over en een afschrift van de Adelsbrief zijn te vinden in de Bijlagen.

De Adelsbrief maakt er geen melding van dat de adel gestoeld is op een leenboek (van vóór 1350), op dienstadel onder een landheer of op buitenlandse adel. We hebben hier dus te maken met briefadel.

Immatricularisatie en/of introductie bij het Ridderhuis te Stockholm heeftr plaatsgevonden. Een afbeelding van het adelswapen op een plaat in het Ridderhuis  geeft hier alleen al blijk van. Bovendien meldt het oudste Zweedse Matrikelboek van 1731 dat de introductie een jaar later in 1675 onder het volgnummer 864 heeft plaatsgevonden.  (1)

In de Adelsbrief worden geen onroerende of roerende zaken geschonken. Van betrokken is alleen bekend dat hij rechten heeft gekocht van  andere edellieden.

Ook bevat de Adelsbrief een beschrijving van het  verleende wapen. Het bestaat uit twee horizontaal verdeelde velden. Het bovenste veld bevat een sikkel,  het onderste een vesting met vier hoektorens. Dergelijke symbolen zeggen vaak iets over de voorouders: de sikkel verwijst naar de boerenstand en de vesting naar de ridderstand, zijn eigen ingenieursschap en/of de vier zijden van het Christelijke kruis.

Over het leven van de geadelde staat het nodige in de Adelsbrief vermeld. Hij is ingenieur, heeft in de laatste oorlog met Denemarken gevangen gezeten in Glückstadt, is uit het leger afgezwaaid in de rang van overste en is hoofdinspecteur op het moment van verlenen van de Adelstand.

De Adelsbrief brief meldt dat betrokkene Meijer heet en dat zijn  familienaam wordt uitgebreid tot MeijerfeltAls reden voor de uitbreiding met felt wordt gegeven: “till en åtskilnad aff andre familier i rijket”. Vertaald: “om onderscheid te maken met andere families in het rijk”. Bij de speurtocht naar de herkomst van het geslacht  Meijerfeldt is het verstandig deze andere families Meijer in Zweden op te sporen en uit te sluiten.

Een eerste gevonden geslacht is dat van Valentin Meijer (1601-1675), die op 7 augustus 1746 in de Zweedse adelstand wordt verheven met de naam Von Meijer. Hij is in Zweedse militaire dienst getreden en opgeklommen tot kolonel over een Duits regiment en brengt het tot commandant van Riga (in die tijd behorend bij het Zweedse koninkrijk) in 1658 en generaal-majoor in de Slag bij Mittau tegen Schülenburg in 1660. Zijn ouders zijn Eberhard (1572-1643), goudsmid in Riga en Anna Moller, dochter van goudsmid Valentin Moller. Zijn grootvader Barthold Meijer (-1590) is in 1558 burgemeester van Riga.

Een hieraan verwant geslacht Von Meijer uit het huis Duhrenhof (Dūres) is in 1788 in de adelstand van het Duitse Rijk verheven.

Vergelijking van de wapens van Meijerfeldt, Von Meijer en de Duhrendorfse Meijer levert één overeenkomst:  de sikkel. Bij Meijerfeldt gaat het om één sikkel met gewapende arm, bij Valentin om twee rechtopstaande sikkels en bij Duhrendorf om één rechtopstaande sikkel.

image023 meijer wapen 1646 Meyer wapen 1788
Meijerfeldt 1674 Von Meijer 1646 Von Meijer 1788

 

1. J.H. Werner, “Matrikel öfwer Swerikes Ridderskap och Adel”, Stockholm 1731, pag. 70: Ridders- och Adelsmän, Meyerfeldt, Hindr., Nov. 1674 intr. 1675.