1.4.7. Op Turkse bodem

Vlak voor zijn vertrek uit het Russische krijgsgevangenkamp zoekt Meijerfeldt Lewenhaupt op en vraagt hem ten behoeve Karel XII zijn lezing over de Zweedse capitulatie te geven. Meijerfeldt, die om deze reden eigenzinnig wordt genoemd (1), had eerst bij anderen geïnformeerd naar de toedracht. Een belangrijke gebeurtenis vormt de overgang van Von Siltmann van het Zweedse naar het Moskovische kamp voor de capitulatie. Deze Duitse diplomaat heeft een schriftelijke verklaring uitgegeven, waarin hij stelt dat hij, toen hij met Meijerfeldts regiment in Perevolotjna was aangekomen, door Lewenhaupt naar de vijand was gestuurd om over vrede te praten. Trautvetter, de plaatsvervanger van Meijerfeldt, kon deze lezing bevestigen, omdat Lewenhaupt hem opdracht had gegeven een tamboer aan Von Siltmann mee te geven.

Generaal Lewenhaupt ontsteekt in grote woede over deze voorstelling van zaken. Hij ontkent heftig ooit over vrede met de tsaar te hebben willen praten. Juist daarom had hij een verbod aan Von Silt­mann uitgevaardigd om over te steken, maar deze was eigenmachtig opgetreden. Meijerfeldt geeft hierop te kennen, dat hij zijn plaatsvervanger volledig vertrouwt. Aldus komt hij in direct conflict met Lewen­haupt. Aan deze twist ontleent Lewenhaupt zijn val in ongenade bij Karel XII – naar algemeen wordt aangenomen niet geheel ten onrechte. Verbitterd zou Lewenhaupt 10 jaar later in Moskou sterven.

Op 20 juli 1709 vertrekt Johan August Meijerfeldt uit het Russische kamp. In zijn gezelschap bevindt zich kapitein Bennet, die gelijktijdig met hem naar het Russische kamp was gestuurd, maar met een minder gevoelige opdracht. Zij volgen de vluchtroute van koning Karel XII. Na Perevolotjna passeren zij bij Otjakov de Turkse grens. Door de linkeroever van de Dnjestr te nemen verspelen zij nog twee dagen. Op 3 augustus komen zij aan in Bender, het toevluchtsoord voor de Zweedse koning. Deze stad (door de Russen Bendery en door de bevolking Tigene genoemd) ligt 100 kilometer landinwaarts vanaf Odessa, waar  de Dnjestr in de Zwarte Zee uitkomt. Dit gebied wordt beheerst door de Groot-Vizier van het Ottomaanse Rijk.

Johan August is de eerste, die de koning officieel kan berichten over de capitulatie van het Zweedse leger. Tot dan leeft deze nog in de veronderstelling dat Lewenhaupt zich in Bender zal hergroeperen. Meijerfeldt’s lezing van de capitulatie leidt tot heftige kritiek van de koning op het gedrag van Lewenhaupt. (2)

 

1. Hallendorff, pag. 132-134.
2. E. Tengberg, “Från Poltava till Bender, en studie i Karl XII:s Turkiska Politik 1709-1713”, Lund 1953, pag. 4 noot 3. Villius (1951), pag. 142 en 221 e.v., alsook pag. 184 waarin hij Bring (KFÅ 1949, pag. 168 e.v.) citeert dat publicatie in 1799 verhinderd zou zijn om Johan August Meijerfeldt jr de beledigingen aan zijn vader te besparen.