1.3.6. Overrompeling van Saksen

Koning Augustus II de Sterke van Saksen

Karel XII denkt door de vrijwel afwezige tegenstand van de Russen dat Peter de Grote zijn aandacht niet waard. Daarom wendt hij zijn steven terug naar Polen en neemt het radicale besluit Augustus II de Sterke in Saksen aan te vallen. Medio 1706 bevindt de Zweedse hoofdmacht zich al weer in Polen.

In Polen voert Johan August enkele manoeuvres uit tegen de opnieuw actief geworden hoofdmacht van de Saksische koning. Deze wil de Weichsel overtrekken, om één van Meijerfeldt’s regimenten onder Trautvetter aan te vallen. Ondanks zijn overweldigende meerderheid durft de Saksische koning geen gevecht aan. Op volle kracht marcheren de Saksen weg, achtervolgd door de Zweedse generaal. Deze gaat echter aanmerkelijk minder snel vooruit, omdat hij geen cavalerie heeft, enkele honderden gevangenen met zich mee voert en onervaren manschappen onder zijn gelederen telt.

Op de terugtocht van Brest naar de Zweedse hoofdmacht in Radom verliest Johan August maar liefst 60 man. Zijn kapitein van de cavalerie wordt tijdens het foerageren door een Poolse overmacht overrompeld. Slechts weinigen weten aan de dood te ontkomen. (1)

Vanuit zijn hoofdkwartier in Radom begeeft Karel zich met slechts zeven man, waaronder Johan August en prins Max, naar Rehnskiöld 11 mijl verderop in Pionteck. Op 25 juli 23:00 uur verlaat het groepje in stilte de stad. Nog maar net buiten Radom komen zij in een groep van 300 vijandelijke Polen terecht. De groep Polen krijgt te laat door dat het om een Zweeds gezelschap gaat en durft na een tijdje de achtervolging niet door te zetten. De koning valt in het donker van zijn paard en raakt zijn groepje kwijt. Alleen Johan August en prins Max slagen er in de weg naar Radom terug te vinden. Daar wordt groot alarm geslagen. Weldra rukt een grote troepenmacht uit op zoek naar de koning. Doodgemoederd arriveert Karel XII alleen in Radom, met de mededeling dat hij de weg is kwijtgeraakt. Hij gaat onmiddellijk achter de 200 man aan die hem zijn gaan zoeken en rijdt met hen alsnog naar Rehnskiöld, waar hij de troepen inspecteert.

Op 2 september 1706 passeert het Zweedse leger de Oder, inclusief generaal Meijerfeldt met 650 dragonders. De 17de krijgt hij opdracht van de koning om zich van de hoofdmacht los te maken en met enige regimenten landinwaarts naar de hoofdstad Dresden te gaan. Hij is al voorbij de stad de rivier de Elbe overgestoken naar Pirna en het slot Sonnenstein, als hij bevel krijgt Dresden in te sluiten. Intussen heeft de rest van het Zweedse leger andere delen van Saksen bezet. De Saksische regering verhindert de inval niet en sluit een vredesakkoord, waarin ondermeer wordt overeengekomen dat Augustus definitief afstand doet van zijn Poolse kroon en met tsaar Peter breekt. Meijerfeldt wordt ingekwartierd in Leipzig, bij Frau Conradin, die daar aan de Thomas Gäßlein woont. Zoals eerder stelt hij een lijst van door Leipzig op te brengen dagelijkse levensmiddelen voor zijn regimenten op. (2)

Koning Augustus bevindt zich op dat moment met een Russisch leger onder generaal Mensjikov in Polen. Daar krijgt hij te horen van het vredesakkoord. Hij durft de Moskovieten niet op de hoogte te stellen, maar komt in een benarde positie als die op een slag met het Zweedse bezettingsleger in Polen aansturen. Augustus probeert in het geheim de Zweedse aanvoerder Mardefeldt tot een vlucht aan te sporen, maar deze denkt dat het een list is. Nota bene tegen de wens van het Saksische onderdeel in slaagt de Noordse alliantie er voor het eerst in een grote nederlaag aan Zweden toe te brengen. Uitgerekend bij deze verloren slag van Kalish wordt 25 jaar later de naam Meijerfeldt als Zweeds bevelhebber in heel Europa bekend, omdat Voltaire hem met Mardefeldt verwisselt. Ook al corrigeert Voltaire dit in de editie van 1733, het blijft fout staan in alle volgende edities en veel daarop gebaseerde handboeken tot op de dag van vandaag. (3)

Augustus haast zich nu het vredesakkoord met Karel XII uit te voeren. Een van de Zweedse voorwaarden is alle geallieerde gevangenen vrij te laten. Ter uitvoering daarvan gaat Johan August Dresden binnen, om de ontvoerde Poolse troonpretendenten Sobieski in ontvangst te nemen. Voor die tijd is het ook heel belangrijk dat hij 13 vlaggen en 2 pauken terugkrijgt. Een andere vredesvoorwaarde is de uitlevering van Zweedse overlopers, uiteraard in het bijzonder Patkul. Augustus was zo onverstandig geweest hem in 1705 naar aanleiding van een onrechtvaardige aanklacht gevangen te zetten en had – ondanks sterke internationale protesten – steeds gedraald hem vrij te laten. Nu draalt Augustus opnieuw, deze keer om hem uit te leveren, maar uiteindelijk vindt de uitlevering plaats te Tepelswalde of Königstein op 7 april 1707. Johan August neemt hem van zijn Saksische bewakers over en voert hem naar zijn regiment in Dippoldiswalde. Daar wordt de verrader liggend op een kanon aan handen en voeten geketend.

 

1. J. Cederhielm, “Bref”, KKD VIII, Lund 1913, pag. 219.

2. Vom Herrn General  Meyerfeld am Erb-Gebürgischen Kreis, Leipzig November 1706.
3. Voltaire, “Histoire de Charles XII, Roi de Suède”, Paris 1731, deel 3, pag. 120, Recent nog fout: T. Harbottle, “Dictionary of Battles”, London 1971. pag. 140. Maar er waren ook tijdgenoten die de fout doorzagen, zoals in “Maandelykse Berichten uit de andere Waerelt; Of de spreekende dooden”, Amsterdam 1741, pag. 173-175.