1.4.6. Overrompeling van Saksen

Koning Augustus II de Sterke van Saksen

Johan August Meijerfeldt is klaar met zijn missie in Brest en wendt de steven terug naar de hoofdmacht van het Zweedse leger in Polen. Koning Karel XII denkt net als eerder in Narva dat door de vrijwel afwezige tegenstand van de Russen Peter de Grote zijn aandacht niet waard is. Augustus II de Sterke  geldt dat daarentegen wel; hij is helemaal in Polen terug. De Zweedse koning neemt het heimelijke besluit zijn Saksische rivaal in zijn eigen land tot overgave te dwingen.

Meijerfeldt gaat onderweg van Brest naar Radom. Hij  verliest Johan August maar liefst 60 man. Een Poolse overmacht overrompelt zijn kapitein van de cavalerie  tijdens het foerageren. Slechts weinigen weten aan de dood te ontkomen. (1)

Eenmaal terug in het hoofdkwartier in Radom begeeft Johan August zich met de koning, prins Max en nog vijf man naar Rehnskiöld 11 mijl verderop in Pionteck. Op 25 juli 23:00 uur verlaat het groepje in stilte de stad. Nog maar net buiten Radom komen zij in een groep van 300 vijandelijke Polen terecht. De groep Polen krijgt te laat door dat het om een Zweeds gezelschap gaat en durft na een tijdje de achtervolging niet door te zetten. De koning valt in het donker van zijn paard en raakt zijn groepje kwijt. Alleen Johan August en prins Max slagen er in de weg naar Radom terug te vinden. Daar wordt groot alarm geslagen. Weldra rukt een grote troepenmacht uit op zoek naar de koning. Doodgemoederd arriveert Karel XII alleen in Radom, met de mededeling dat hij de weg is kwijtgeraakt. Hij gaat onmiddellijk achter de 200 man aan die hem zijn gaan zoeken en rijdt met hen alsnog naar Rehnskiöld, waar hij de troepen inspecteert.

Op 2 september 1706 passeert generaal Meijerfeldt met 650 dragonders in het Zweedse leger de rivier de Oder. De 17de krijgt hij opdracht van de koning om zich van de hoofdmacht los te maken en met enige regimenten landinwaarts naar de hoofdstad Dresden te gaan. Hij is al voorbij de stad de rivier de Elbe overgestoken naar Pirna en het slot Sonnenstein, als hij bevel krijgt Dresden in te sluiten. Intussen heeft de rest van het Zweedse leger andere delen van Saksen bezet. De Saksische regering verhindert de inval niet en sluit een vredesakkoord, waarin ondermeer wordt overeengekomen dat Augustus definitief afstand doet van zijn Poolse kroon en met tsaar Peter breekt. Meijerfeldt wordt ingekwartierd in Leipzig, bij Frau Conradin, die daar aan de Thomas Gäßlein woont. Zoals eerder stelt hij een lijst van door Leipzig op te brengen dagelijkse levensmiddelen voor zijn regimenten op. (2)

Koning Augustus II bevindt zich op dat moment met een Russisch leger onder generaal Mensjikov in Polen. Daar krijgt hij te horen van het vredesakkoord. Hij durft de Moskovieten niet op de hoogte te stellen, maar komt in een benarde positie als die op een slag met het Zweedse bezettingsleger in Polen aansturen. Augustus probeert in het geheim de Zweedse aanvoerder Mardefeldt (niet Meijerfeldt) tot een vlucht aan te sporen, maar deze denkt dat het een list is. Nota bene tegen de wens van het Saksische onderdeel in slaagt de Noordse alliantie er voor het eerst in een grote nederlaag aan Zweden toe te brengen. 

De Saksische koning haast zich nu het vredesakkoord met Karel XII uit te voeren. Een van de Zweedse voorwaarden is alle geallieerde gevangenen vrij te laten. Ter uitvoering daarvan gaat Johan August Dresden binnen, om de ontvoerde Poolse troonpretendenten Sobieski in ontvangst te nemen. Voor die tijd is het ook heel belangrijk dat hij 13 vlaggen en 2 pauken terugkrijgt. Een andere vredesvoorwaarde is de uitlevering van Zweedse overlopers, uiteraard in het bijzonder Patkul. Augustus was zo onverstandig geweest hem in 1705 naar aanleiding van een onrechtvaardige aanklacht gevangen te zetten en had – ondanks sterke internationale protesten – steeds gedraald hem vrij te laten. Nu draalt Augustus opnieuw, deze keer om hem uit te leveren, maar uiteindelijk vindt de uitlevering plaats te Tepelswalde of Königstein op 7 april 1707. Johan August neemt zijn Lijflandse landgenoot over van diens Saksische bewakers. Hij voert hem naar zijn regiment in Dippoldiswalde en ketent hem liggend op een kanon aan handen en voeten.

 

1. J. Cederhielm, “Bref”, KKD, deel 8, Lund 1913, pag. 219.
2. “Vom Herrn General  Meyerfeld, am Erb-Gebürgischen Kreis”, Leipzig November 1706, in “Manifeste, Patente, und andere Verordnungen, So Wegen des Königlichen Schwedischen Einfalls in das Churfürstenthum Sachsen (…)”, Erfurt 1706, pag. 54.