4.2.2. Evangelisches Pfarrambt Glewitz

De kerkboeken van Nehringen en Medrow bevinden zich nog in de studeerkamer van de pastor van Glewitz. Bestudering vereist dus een afspraak met hem. Uit het kerkboek “Der Kirchen zu Glewitz und Medrow Tauf=, Trau= und Taube=Register vom Jahre 1729 bis zum Schlusse des Jahres 1791” blijkt het volgende:

Augusta Juliana Meijern trouwt 3 mei 1783 op Medrow met Augustus Chri­stof­fer Thilow. Dit lijkt meteen een schot in de roos. De namen van de vrouw komen geheel overeen met het testament. Volgens deze bron is Thilow de rentmeester van het “hoch­gräf­lichen Hoff” Medrow. Augusta wordt door haar huwelijk min of meer de gastvrouw op Medrow. Thilow huwde eerder op 26 juni 1772 met de inmiddels overleden huis­houd­ster Chris­tina Regina Berg. Alleen kloppen de voornamen van Thilow niet met de in het Deutsches Geschlechterbuch genoemde voornamen.

Op 23 november 1785 wordt op Medrow een dochter Char­lotta Fride­rica Carolina Augusta Thilo geboren en 5 dagen later gedoopt. Zij is het eerste kind van bovengenoemd echtpaar. De volgende peetouders zijn aanwezig: de vrouw van de Neh­ringse dominee Schröder, de vrouw van opzichter Kreihss, de plaa­ts­vervanger van de Loitzer hofmeester Hoffman en de vrouw van opper­houtves­ter Meyern uit Pruisen. Het ligt voor de hand de laatste doopgetuige aan te merken als de moeder van Augusta Juliana Meyern. Pruisen is natuurlijk een wel erg vage plaatsaan­duiding voor verder onderzoek.

Een zoon August Fride­rich Julius Thilo wordt 14 maart 1788 op Medrow gedoopt. Hij zal later trouwen met Friederike Dorethea Bröckmann, geboren Loitz 14 februari In 1819 is hij pachter van het landgoed Alten Sührkow in Mecklenburg.

Op het kerkhof van Medrow wordt op 29 december 1789 begraven rentmeester August Thilow. Hij is plotse­ling in zijn slaap overleden op 57-jarige leef­tijd. Dit is een hele verrassing, omdat hij volgens het testament van de graaf nog in 1795 pachter in Mecklenburg zal zijn. Ook het geboortejaar 1760 volgens het Deutsches Geschlechterbuch is moeilijk met de 57-jarige leeftijd te verenigen.

Augusta Juliana Meijern treedt 10 mei 1791 op Medrow voor de tweede keer in het huwelijk, nu met Theodosius Bernhard Christoffer Thilow. Hiermee worden de genoemde ongerijmdheden opgelost. Augusta trouwde dus twee maal achtereen met een Thilo. De eerste keer met August (*1732) en de tweede keer met Theodosius (*1760). Het Deutsches Geschlechterbuch biedt ook een nieuwe mogelijkheid voor de ouders van Augusta Juliana. Sophie Elisabeth Thilo, geboren in 1757 en een volle nicht van Theodo­sius, was 6 jaar voor deze geboorte gehuwd met een Meier, opper­houtvester te Rot­hemühl bij Pasewalk in Pruisen. De opperhout­vester in Pruisen is op grond van deze gegevens eerder een broer dan een vader van Augusta Juliana Meyern.

In 1793 krijgen Theodosius Thilo en Aug. Juliana Meierfeld een zoon Ludwig Christoph. In de kerkboeken staat de familienaam Meierfeld, niet Meijer(n) of Meienfeld. Het tweede huwelijk is in elk geval niet kinderloos geble­ven. De passage in het testament van de Zweedse graaf brengt met zich mee dat er vooral ook kinderen tussen 1791 en 1795 geboren zouden moeten zijn en dit is vooralsnog de enige bekende. Ludwig wordt 42 jaar oud en overlijdt in Basse (Lühnburg, Mecklenburg-Schwerin) op 28 maart 1835.

Op 18 no­vember 1801 krijgen de voormali­ge pachter Theodor Bernhard Chris­toph Thilo en Augus­ta Juliana Thilo, geboren Meijer een zoon August Friedrich Daniël Thilo in Bad Sülze. Getuigen zijn August Reppin (pachter in Nehringen), Frie­drich Hage­now (pachter te Langen­felde) en Carl Daniël Schaum­nell (inspecteur te Lie­pen). Bad Sülze is een landelijk dorp, niet ver ten zuiden van Mar­low. De getuigen zijn afkom­stig uit Liepen (het dorp waar de familie Thilo oor­spron­kelijk vandaan komt) en van de twee landgoederen van de Zweedse graaf. Frie­drich Chris­toph Carl von Hagenow wordt een jaar later in de rijksadel­stand verheven en koopt een deel van het Meijerfeldtse landgoed (Langenfeld met Glewitz en Med­row). (1)

In 1817 en in 1821 leven het echtpaar en hun zoon Friedrich nog steeds in Marlow. Bij de doop in Stralsund van een kleindochter van Carl August Thilo (pachter in Dier­kow bij Rostock) laat Augusta Juliana zich als getuige vervangen.

 

 

                1. Brief van Ulrike Cordt, Freising 23 januari 1996 [CH-279], waarin zij verklaart dat haar betbetovergrootvader Friedrich von Hagenow het landgoed kocht samen met diens zwager Jochim Christian von Rodbertus.