4.3.3. Deutsches Geschlechterbuch

Naast correspondentie met en bezoeken aan buitenlandse archieven, loont het vaak buitenlandse naslagwerken te raadplegen. In dit geval kunnen de relevante delen van het Deut­sches Geschlechterbuch een goede hulp bieden, niettegenstaande de smet die kleeft aan de his­torie van dit project (het natrekken van Germaanse voor­ouders in de Nazi-tijd).

Natuurlijke dochter

In één van de Pommerse delen is een buitengewoon interessante passage te vinden: (1)

image001Uit deze bron blijkt het volgende:

Augusta Juliana is een natuurlijke dochter van de Zweedse graaf…
Er staan puntjes bij de voornamen, maar omdat
 Theodosius Thilow volgens het kerkboek van Glewitz in 1791 met Augusta Juliana Meijern huwt, staat vast dat het om haar gaat. Het testament van de laatste Zweedse graaf bevestigt dit huwelijk met Tilov vier jaar later.
Dit is de eerste expliciete schriftelijke bron die meldt dat de graaf een natuurlijk kind had. In de hypothese dat de Nederlandse stamvader een zoon van de graaf was, zou Augusta Juliana zijn (half-)zus zijn.

…die net als hem de naam Meienfeld draagt…
Hier staat dus een n in plaats van een r in een Duitse bron. Omgekeerd stond er een r in plaats van een n in een Amsterdamse bron uit 1801. Hiermee wordt de verbondenheid tussen deze personen alleen maar vergroot. Bij de doop van het eerste kind uit het tweede huwelijk van Augusta Juliana  stond de naam Meierfeld in het doopboek Medrow uit 1793.

…en een kinderloos huwelijk heeft.
Hier zit een tegenstrijdigheid met het testament – daar staat dat het met veel kinderen gezegend is – en met de kerkboeken van Glewitz – die concreet een paar kinderen noemen.

Opperhoutvester uit Rothemühl

Het Deutsches Geschlechterbuch onthult ook informatie over de opperhoutvester Meyern uit Pruisen, wiens vrouw getuige was bij de doop van het eerste kind uit het eerste huwelijk van Augusta Juliana Meyern. Hij vervulde deze functie net over de grens met Greifswald, in het toen Pruisische Rothemühl, nog tot in 1800. (2) Zijn vrouw is Sophie Elisabeth Thilo, geboren in 1757 en nauw verbonden met de tweede man van Augusta, dus met Theodo­sius Thilo. Hun vaders waren broers, allebei pastors en allebei in Groβ Teetzleben  met de zussen Eggert getrouwd. Hun grootvader August Thilo (1688-1748) was pastor bij de Zweedse koning Karel XII in het Turkse Demotika, waar de Zweedse graaf Johan August Meijerfeldt sr ook was. Augusta Juliana Meyern en de opperhoutvester uit Rothemühl lijken zus en broer te zijn.

Het verder natrekken van deze bron levert niets op. Alle bij de tot­standko­ming van dit boekwerk betrokken auteurs zijn overleden en in het 21 ordners tellende werkarchief van de hoofdau­teur Winckelsesser is niets relevants aantroffen. (3)

 

1. K. Winckelsesser, “Pommersches Geschlechter­buch”, deel 7, (“Deutsches Geschlechterbuch”, deel 145), Limburg a/L 1967, pag. 330.
2
. “Handbuch über den Königlich Preussischen Hof und Staat für das Jahr 1800”, Berlijn 1800, pag. 100.
3
. Historische Kommissi­on für Pom­mern, J.G. Herderinstitut Marburg an der Lahn, Bestand 701, nr. 10-45, toegangsnummer 1972/3 H-I.