1.6.3. Naar Konstantinopel

Johan August Meijerfeldt wendt zijn steven terug naar de Zweedse koning Karel XII in Bender. Zijn vervoermiddel en zijn route zijn comfortabeler dan zijn eerdere reis: hij reist per wagen over Wenen. Hij heeft een groot bedrag en veel brieven bij zich. Het bedrag ligt niet in de vorm van contante munten in de wagen, want dan had hij een legertje bewakers moeten meenemen. Het gaat om wisselbrieven, die tegen contant geld kunnen worden ingewisseld. (1) Johan August arriveert op 20 december 1710 in Bender.

Oprechte Haarlemsche Courant 20-02-1711
s-Gravenhaegsche Courant, 20 februari 1711, voorpagina

Hoewel het thuisfront onder leiding van zijn zwager graaf Horn liever een vredesverdrag met Rusland ziet, heeft Karel XII om dit bedrag gevraagd om soldij van huursoldaten te betalen, niet alleen het achterstallige maar ook het toekomstige. Deze soldaten zouden naar de wens van Karel XII samen met de Turken tegen de Moskovieten moeten vechten.

Om de grootvizier tot een dergelijk avontuur over te halen, zendt hij Johan August al op 18 januari 1711 als diplomaat door naar Konstantinopel, waar hij een week later aankomt. Daar wacht hem een vriendelijke ontvangst. Hij kan de grootvizier onthullen, dat een Zweeds leger van 30.000 man op het punt staat Polen binnen te vallen. Het gesprek resulteert in Turkse steun aan de vernietiging van het Russische imperium. Bovendien onderhandelt Meijerfeldt met diplomaten van andere Europese grootmachten. Hij heeft ondermeer een urenlang gesprek met de Engelse ambassadeur Sir Robert Sutton, die op grond daarvan aan Londen rapporteert dat een machtig gecombineerd leger naar Polen gaat optrekken, maar na een aanvankelijk akkoord om Krassow te isoleren wint de overtuiging terrein dat de machtsbalans niet in gevaar is. (2)

Pierre Puchot, de speciale gezant van Lodewijk XIV spreekt hij zeker ook om de Franse steun warm te houden. De Fransen zijn anti-Habsburgs en daardoor pro-Ottomaans. De opvolgende gezant Jean Louis d’Usson markies van Bonnac arriveert pas in 1713, maar door zijn voorafgaande aanstellingen in Stockholm en Warschau vertrouwt hij zijn mening over hem aan zijn memoires toe. Hij noemt  Meijerfeldt aanmatigend en gesloten, geliefd bij zijn meester, maar bij de troepen niet hoog geschat. Schoondochter Louise Sparre kende deze weinig flatteuze memoires vermoedelijk niet, maar ze wimpelde later het huwelijksaanzoek van diens zoon Pierre wel af.  (3)

Op 4 februari vertrek Meijerfeldt al weer uit Konstantinopel. Hij bazuint rond dat hij terugkeert naar zijn koning in Bender. Heimelijk reist hij via Italië naar Zweden, onder andere met een brief van de koning voor zijn zuster Ulrike Eleonore, en een brief aan de Raad om hem na zes jaar eindelijk zijn loon uit te betalen. Gesuggereerd wordt dat hij dit deed omdat de keurvorst van Hannover had verordeneerd hem dood of levend gevangen te nemen. (4)  Bij zijn aankomst in Zweden begin juli 1711 blijkt ook dat het pakketje papieren van de koning zijn benoeming per 4 juli tot vice-gouverneur van Pommeren inhoudt, naast de oude gouverneur-generaal Mellin. Op 12 oktober van dat jaar wordt hij generaal van de infanterie, hoewel zijn militie nog maar op halve sterkte is. Na generaal-majoor en luitenant-generaal is dit nog een stap hoger (vier sterren generaal, vergelijkbaar met admiraal).

Inmiddels was de Derde Turks-Russische Oorlog ontbrand, die 8 juli 1711 eindigt in een zware nederlaag voor tsaar Peter de Grote bij Proet. Hij is bereid Lijfland aan Zweden terug te geven en Karel XII naar Zweden te laten terugkeren. Zeer tot diens ongenoegen dwingt het grootvizier de tsaar niet tot overgave en  eist alleen eerder prijsgegeven Turks territorium terug.  De Zweedse koning is hierover zo boos dat hij zich de Turkse gram op het lijf haalt, het bondgenootschap wordt beëindigd en hij zelf op gewelddadige wijze gevangen wordt gezet in Demotika.

 

1. S. Agrell, Andre legationspredikanten vid Svenska beskickning i Konstantinopel Sven Agrells Dagbok 1707-1713”, KKD deel 5, Lund 1909, pag. 120.
2. H. Villius, “Ogenvitten Karl XII”, Stockholm 1960, pag. 148-149. E. Carlson, “Die eigenhändige briefe König Karls XII.”, Berlin 1894, pag. 108-112. J.A. Nordberg, “Konung Carl den XII: tes historia”, Stockholm 1740, deel 2, pag. 471. E. Tengberg, “Från Poltava till Bender, en studie i Karl XII:s Turkiska Politik 1709-1713″, Lund 1953, pag. 106, noot 35. C. Coroban, “British reactions to Charles XII’s stay in the Ottoman Empire”, 2011, pag. 45-46.
3. Ch. Chefer, “Memoires de ce qui s’est passé de plus considérable dans le nord depuis l’annee 1700 jusques en 1710, et le caractère des princes qui y ont eu part”, Jean Louis d’Usson, Marquis de Bonac, in: Revue d’Histoire Diplomatique, Parijs 1888, pag. 625.
4. S. Agrell, pag. 206. De uitgever van dit dagboek tekent hierbij aan dat deze suggestie onjuist is, omdat Hannover niet in een openlijk conflict met Zweden stond.