1.5.3. De overgave van Stettin

image
De oorlog in Noord-Duitsland had een grimmig karakter aangenomen. Over en weer worden hele steden platgebrand en mensen als slaven verkocht. Met een beroep op de Zweedse gruweldaden wordt een nieuwe Noordse alliantie gevormd van alle tegenstanders. De Koninklijke Zweeds-Pommerse regering wijst in een ‘patent’ op het even misdadige optreden van haar belagers. Een van de ondertekenaars is Johan August. (1)

De Duitse veldtocht van de Russische legers leidt voorjaar 1712 tot de belegering van de Zweedse vesting Stettin. Door onderlinge meningsverschillen binnen de Alliantie ontbreekt er echter artillerie om tot een bombardement te komen. Van juni tot september bevindt tsaar Peter de Grote zich in het belegeringskamp, waarna hij zich woedend naar andere plaatsen begeeft. De laatste Zweedse hoofdmacht op het continent onder Stenbock in de vesting Tonning wordt mei 1713 tot capitulatie gedwongen.

De Zweedse diplomaten, waaronder Görtz en Vellingk, gaan de onhoudbare positie van de Zweedse stellingen inzien. Zij lanceren een verdelingsplan, waarin enkele Zweedse gebieden toevallen aan de neutrale staten Holstein-Gottorp en Pruisen. De stad Stettin zou onder andere aan Pruisen toevallen, maar de commandant, Meijerfeldt, weigert aan het plan mee te werken. In het begin van juni 1713 wordt een Zweedse onderhandelaar op hem afgestuurd, die de generaal met zware koorts in bed aantreft. Dit weerhoudt hem er niet van te verklaren bereid te zijn tot het uiterste te gaan in de verdediging van de stad en zulks nog tenminste een half jaar te kunnen volhouden.

Niettemin wordt op 22 juni een verdrag gesloten tussen Zweden, Holstein-Gottorp en Pruisen. Frederik Willem I, de nieuwe koning van Pruisen zou Johan August nog hebben trachten om te kopen, door hem de civiele leiding over de stad en een geldsom aan te bieden. Zijn on­derhandelaar Slippenbach krijgt op 20 juni instructie om 2.000 Taler te bieden en een week later wordt hem toestemming gegeven in een noodgeval tot 20.000 Taler te gaan. Het is niet zeker of het mislukken van de omkoping wordt veroorzaakt doordat de commandant het aanbod met minachting afslaat of doordat van een poging wordt afgezien vanwege diens onaanvechtbare persoonlijkheid. (2)

De Holsteinse minister Görtz is woedend over Johan Augusts koppige houding. Hij schampert over “héroisme hors de saison“. Later wordt hij er officieel van beschuldigd Johan August te hebben willen omkopen voor 50.000 Rijksdaalder ineens en een jaarpensioen van 6.000 Rijksdaalder en – mocht hij bij Karel XII in ongenade vallen – een beschermd leven in Holstein. De beschuldigingen tegen Görtz gaan nog verder, namelijk dat hij eerst vergeefs Pruisen en daarna met succes Saksen tegen betaling van 200.000 Rijksdaalder tot een inname van Stettin overhaalt. (3)

De houding van Johan August wordt niet uitsluitend door militaire dapperheid ingegeven. Koning Karel XII heeft hem uitdrukkelijk bevolen geen vesting zonder verzet prijs te geven. In juli komt bericht van de koning, dat hij generaal Meijerfeldt enkele maanden eerder had benoemd tot Koningsraad en tot gouverneur-generaal van Pommeren, Rügen en Wismar. Deze reageert snel door de commandant van laatstgenoemde stad op het nippertje te verbieden aan het verdelingsplan mee te werken. Uit zijn brief blijkt hoe vast hij in een terugkeer van de koning en een gunstige wending van de strijd gelooft. (4)

Johan August heeft inmiddels zijn secretaris Löwenheim naar de koning gezonden, met een uitvoerige toelichting op zijn houding ten opzichte van het verdelingsplan. De koning ontvangt Löwenheim in Adrianopel, waar hij gedetineerd is, en zendt op 10 augustus 1713 een instemmend bericht terug. (5)

Hoewel zijn regiment landmilitie is gegroeid tot 1200 man, neemt de autoriteit van de gouverneur-generaal bij de burgerij van Stettin met de dag af. Verteerd door Russenangst wendt een delegatie zich tot de Pruisische onderhandelaar Slippenbach. Er zou zelfs een aanslag op het leven van Johan August zijn beraamd; gesproken wordt van 8 burgers die op een keer hun geweer op hem hadden gericht. (6)

De Moskovieten doorzien, dat de commandant alleen met militaire argumenten op andere gedachten kan worden gebracht. Op de terugweg van Tonning slaat Mensjikov opnieuw een beleg om Stettin. Ondanks de overweldigende overmacht van de vijand, de slechte verdedigingstoestand van de vesting en de geringe omvang van de voorraden, blijft Johan August weigeren. Aan Vellingk schrijft hij alleen kogels en kruit te willen uitdelen. Het zou beter zijn een vesting na dappere strijd over te geven dan zonder zwaardslag.

Johan August doet zelfs met wisselend succes verscheidene uitvallen naar de belegeraars. Op 30 augustus bemachtigt hij een kleine batterij en brengt de Moskovieten een verlies van meer dan 100 man toe. De dag daarop arriveren echter de eerste Saksische artilleriekonvooien. (7) Russische en Saksische troepen bestormen op 14 september de belangrijkste verdedigingswerken buiten de stad en bovendien de sterreschans van de vesting. Met ware doodsverachting doet Johan August een uitbraak en weet op gelukkige wijze het voorstadje Damm te heroveren. (8)

Op 26 september waagt de Gottorpse onderhandelaar Bassewitz een laatste poging om de commandant van Stettin te bepraten, maar deze antwoordt: Waß soll ich thun, denn meine ordres seind nicht anders als mich bis auf den letzten Mann zu wehren? (9)

Nadat de Moskovieten van de mislukking van de onderhandelingen horen, gaan zij de 28ste over tot een bombardement van de stad. Nog blijft Johan August de overgave weigeren. Vervolgens moet Stettin een 8 uur durend Russisch bombardement verwerken, waardoor grote delen van de stad in vlammen staan en de burgers de Zweedse commandant smeken toe te geven. Hij belegt een krijgsraad en komt tot de conclusie, dat de Zweedse officieren er net zo over denken als de burgerij.
Net als bij een veldslag hanteren de adellijke officieren aan beide zijden bij de belegering van een vesting vastgestelde gedragscodes. Eén daarvan is goed vergelijkbaar met het schaakspel: als de ene partij gewonnen staat, geeft de ander onmiddellijk op en speelt niet net zo lang door tot de koning valt. Eerstbedoelde houding wordt beloond met een vrijgeleide voor het garnizoen en het ongemoeid laten van de bevolking. Weigert de commandant de overgave, dan is de belegeraar gemachtigd de vesting te bestormen, het garnizoen uit te moorden en de stad te plunderen en in as te leggen. Omdat Johan August maar al te vaak zelf laatstbedoelde sanctie heeft moeten opleggen, blijft hem niets anders meer over dan de overgave van Stettin. Teneinde een Russische bezetting te vermijden tekent hij op 29 september 1713 alsnog het verdelingsplan, waardoor hem een vrije aftocht naar Stralsund wordt gegarandeerd en de Pruisen de stad overnemen tegen betaling van 400.000 Rijksdaalder belegeringskosten aan de Russen en Saksers.

Door zijn houding heeft generaal Meijerfeldt meer bewonderaars in het vijandelijke kamp dan onder zijn vrienden geoogst. Hij is er per saldo in geslaagd de Zweedse aanwezigheid in Noord-Duitsland met een jaar te verlengen, want aan een beleg van Stralsund kan niet meer voor de winter worden gedacht. Bassewitz biedt de gewezen commandant een Gottorps pensioen aan. Bovendien arriveert de Pruisische koning Frederik Willem op 7 oktober voor een inspectie van zijn troepen en samen met hem dineert hij vervolgens in het Russische kamp met de Moskovische veldmaarschalk Mensjikov. Twee dagen later is Johan August de gast van koning Frederik Willem, eerst op een pleziervaart naar de vestingwerken van het stadje Damm en daarna op een feestelijk aangerichte maaltijd. De Pruisische koning heeft vooral bewondering voor de militair Meijerfeldt die zijn eigen koning trouw is tegen de diplomatieke druk in en Pommeren alleen door strijd wilde verliezen. (10)

Waar Johan August zo vurig op hoopt gebeurt tenslotte dan toch. Koning Karel XII ontsnapt die winter uit Turkse gevangenschap en rijdt incognito in 15 dagen te paard met een grote boog door West-Europa naar Stralsund. Onmiddellijk kondigt hij een grote promotie af, om degenen die hem trouw zijn gebleven des te meer aan zich te binden. Johan August Meijerfeldt wordt begin maart gekroond tot graaf en krijgt de Pommerse landgoederen Nehringen en Medrow toegewezen. Hij is in die tijd bezig met de verdediging van Wismar; als ook deze stad valt steekt hij over naar Zweden. Van zijn regiment landmilitie wordt 300 man voor de verdediging van Stralsund uitgezocht.

Graaf Meijerfeldt verblijft enige tijd in Gothenburg en vestigt zich vervolgens met zijn vrouw in Karlskrona.(11) Gezien de oorlogsomstandigheden kan hij deze functie niet uitoefenen over het hem wel toegedachte gebied Pommeren. Daarom heeft hij tijd zich om zijn andere functie te bekommeren, namelijk die van Koningsraad. Vanaf dan gaat hij zich in de Senaat actief met de politiek bezighouden, voornamelijk in de rol van verdediger van de handelingen van de koning. Bassewitz is inmiddels een goede vriend van Johan August geworden. Begin augustus 1714 brengt hij een bezoek van een halve dag aan Karlskrona, waar hij adviezen inwint over de houding van de Zweedse Senaat. Bassewitz schrijft later over hem als “ein veritabler Freund van mir“, die bij het afscheid op de bewuste dag had gewenst: der liebe Gott bringe das unterdrückte Recht ans Licht! (12)

Karel XII blijft pogen Pommeren te behouden. Nadat hij hem 6 april 1714 admiraal maakt, geeft hij Johan August opdracht zich bezig te houden met het uitrusten van een vloot. Karel XII had na het overlijden van de beroemde maar trage admiraal Wachtmeister behoefte aan een goed organisator, niet aan een goed zeeman. Stenbock had bij de Slag bij Helsingborg al bewezen het te kunnen en nu werd het vertrouwen weer aan een infanterist gegeven, namelijk Meijerfeldt. Omdat iedereen weet hoe dicht hij bij de koning staat, wordt er enthousiast voor hem gewerkt. Als voorbeeld voor de adel draagt hij uit zijn eigen vermogen 16.000 rijksdaalder bij. Hij volbrengt de taak dan ook zo snel en energiek, dat hij dankbaarheid en bewondering van de koning oogst. Met vereende krachten had de Zweedse bevolking 800.000 rijksdaalder opgebracht, welk bedrag hij zelf met een postjacht vervoert naar een minzame Karel XII. (13)

Het jaar 1715 brengt de algehele verdrijving van Zweedse troepen van het continent. Johan August’s benoeming op 26 januari tot Kanselier van de Universiteit van Greifswald zou derhalve niet van lange duur zijn. Met twee bataljons maakt hij de vruchteloze pogingen van Karel XII tegen de Deense vloot bij de Pommerse Wal mee. Bij het beleg en de overgave van Stralsund wordt zijn naam niet genoemd. Halverwege oktober 1715 steekt hij naar Zweden over. Niet alleen zijn militaire avontuur is ten einde gekomen, maar ook zijn huwelijk: zijn vrouw Anna Maria Törnflycht overlijdt nog datzelfde jaar. (14)

1. S. Bonnesen, “Översikter och granskningar: Helge Almquist (…)”, HT 1921, pag. 82. Haintz II, pag. 284 noot 1.
2. H. Almquist, “Holstein-Gottorp, Sverige och den nordiska ligan i den politiska krisen 1713-1714”, Skrifter utgifna af K. Humanistiska Vetenskaps-Samfundet, Uppsala 1918, deel 21:1, pag. 34 noot 3.
3. B. Erdmannsdörffer, “Deutsche Geschichte vom Westfälischen Frieden bis zur Regierungsantritt Friedrich’s des Großen, 1648-1740”, Berlin 1893, pag. 327 noot 2.
4. Nordberg III, pag. 24 e.v.
5. Almquist, pag. 86 noot 1.
6. S. Bonnesen, “Studier over August II:s Utrikespolitik 1712-1715 Lund 1918, deel II:I, pag. 92.
7. J.F. von Bohlen, “Die Erwerbung Pommerns durch die Hohenzollern”, Berlin 1865, biz. 38-39.
8. Almquist, pag. 91 noot 1.
9. Almquist, pag. 94 noot 1. Haintz II, pag. 233-236, 242 en III, pag. 5. Ranft, pag. 71. Frederic II, Roi de Prusse, “Mémoires pour servir a l’Histoire de la Maison Brandebourg”, Berlin 1789.
10. Hutton, pag. 401-402. Ten onrechte wordt hem in deze tijd het gouverneur-generaalschap van de Zuid-Zweedse provincie Skåne toegedacht.
11. Almquist, pag. 202.
12. Le Long V, pag. 696.
13. Carlson (1894), pag. 148.