1.5.3. De verdediging van Stettin


Vestingstad Stettin

In 1712 houdt Meijerfeldt zich als oppercommandant van het Zweedse garnizoen bezig met de verdediging van de stad Stettin. Op 24 mei laat de Russische bevelhebber Mensjikov zich voor de stadstoren zien, valt een Zweedse voorpost aan en steekt twee windmolens in brand. Hij doorziet dat hij niet veel meer kan uitrichten dan een belegering, omdat hem de artillerie voor een bombardement ontbreekt. De Zweden kunnen steeds voedsel, wapens en manschappen over de Oostzee aanvoeren om het lang uit te houden.  Vanaf juni bevindt tsaar Peter de Grote zich in het belegeringskamp en vertrekt in september  woedend naar het westen. Op 25 oktober breekt de hele Russische macht op naar  Mecklenburg om daar de Denen te hulp te schieten, die bij Gadebusch opnieuw door Stenbock zijn verslagen en achtervolgd worden. 

De legers nemen de spelregels voor veldslagen en belegeringen steeds minder in acht. Zo gaan Vellingk en Stenbock de geschiedenisboeken in als degenen die op basis van leugens de stad Altona in de as hebben gelegd. De Koninklijke Zweeds-Pommerse regering schrijft een patent, waarin zij er op wijzen dat ook de Noordelijke Alliantie gruweldaden pleegt zelfs mensen als slaven verkoopt. Één van de ondertekenaars is Meijerfeldt. (1) Stenbock trekt zich met de Zweedse hoofdmacht terug naar de Holsteinse vesting Tønning,  maar kan vanwege het smeltende ijs op de rivier de sterke vesting door niet tijdig bereiken en moet voorjaar 1713 capituleren voor de overmacht van de Noordelijke Alliantie. 

Om een vernietiging van de nog overgebleven Zweedse steden Stettin, Stralsund en Wismar te voorkomen, bedenken de Holsteinse minister in Zweedse dienst Görtz en de gouverneur-generaal van Bremen-Verden Maurits Vellingk een ingenieus plan. Zij willen het gebruik om landgoederen van families uit vijandige landen te sekwestreren van toepassing verklaren op geheel Zweeds-Pommeren en het aan de neutrale buurlanden Holstein-Gottorp en Pruisen in bewaring geven  tot aan het tekenen van de vrede. De Russen worden overgehaald mee te werken met een grote som geld, die Pruisen voorschiet op de uiteindelijke betaling door Zweden. Görtz en Vellingk hebben niet onderzocht of koning Karel XII en de regering in Stockholm het plan steunen. Meijerfeldt is de eerste bij wie ze merken dat ze overijld te werk zijn gegaan.

Stettin neemt als strategisch gelegen haven aan de monding van de Oder een cruciale rol bij het sekwestratieplan in. Vellingk bericht Meijerfeldt mee te werken aan het verdelingsplan, echter “les officiers de Charles XII n’étaient pas accoutumes à obéir à de pareils ordres. Mayerfeld répondit qu’on n’entrerait dans Stetin que sur son corps et sur des ruines”. (2) Begin juni 1713 wordt een Zweedse onderhandelaar op de generaal afgestuurd, die hem met zware koorts in bed aantreft. Dit weerhoudt hem er niet van te verklaren bereid te zijn tot het uiterste te gaan in de verdediging van de stad en zulks nog tenminste een half jaar te kunnen volhouden.

Frederik Willem I, de nieuwe koning van Pruisen wil zijn neutraliteit behouden en zou Johan August hebben trachten om te kopen, door hem de civiele leiding over de stad en een geldsom aan te bieden. Zijn on­derhandelaar Slippenbach krijgt op 20 juni instructie om 2.000 Taler te bieden en een week later wordt hem toestemming gegeven in een noodgeval tot 20.000 Taler te gaan. Het is niet zeker of het mislukken van de omkoping wordt veroorzaakt doordat de commandant het aanbod met minachting afslaat of doordat van een poging wordt afgezien vanwege diens onaanvechtbare persoonlijkheid. (3)

De Holsteinse minister Görtz is woedend over Johan August’s koppige houding. Hij schampert over “héroisme hors de saison“. Later wordt hij er officieel van beschuldigd Johan August te hebben willen omkopen voor 50.000 Rijksdaalder ineens en een jaarpensioen van 6.000 Rijksdaalder en – mocht hij bij Karel XII in ongenade vallen – een beschermd leven in Holstein. De beschuldigingen tegen Görtz gaan nog verder, namelijk dat hij eerst vergeefs Pruisen en daarna met succes Saksen tegen betaling van 200.000 Rijksdaalder tot een inname van Stettin overhaalt. (4)

De houding van Johan August wordt niet uitsluitend door militaire dapperheid ingegeven. Koning Karel XII heeft hem uitdrukkelijk bevolen geen vesting zonder verzet prijs te geven. In juli komt bericht van de koning, dat hij generaal Meijerfeldt enkele maanden eerder had benoemd tot Koningsraad en tot gouverneur-generaal van Pommeren, Rügen en Wismar. Deze reageert snel door Vellingk als commandant van laatstgenoemde stad op het nippertje te verbieden aan het door hem zelf bedachte  sekwestratieplan mee te werken. Uit zijn brief blijkt hoe vast hij in een terugkeer van de koning en een gunstige wending van de strijd gelooft. (5)

Johan August heeft inmiddels zijn secretaris Löwenheim naar de koning gezonden, met een uitvoerige toelichting op zijn houding ten opzichte van het verdelingsplan. De koning ontvangt Löwenheim in Adrianopel, waar hij gedetineerd is, en zendt op 10 augustus 1713 een instemmend bericht terug. (6)

Hoewel zijn regiment landmilitie is gegroeid tot 1200 man, neemt de autoriteit van de gouverneur-generaal bij de burgerij van Stettin met de dag af. Verteerd door Russenangst wendt een delegatie zich tot de Pruisische onderhandelaar Slippenbach. Er zou zelfs een aanslag op het leven van Johan August zijn beraamd; gesproken wordt van 8 burgers die op een keer hun geweer op hem hadden gericht. (7)

De Moskovieten doorzien, dat de commandant alleen met militaire argumenten op andere gedachten kan worden gebracht. De van Tønning teruggekomen Mensjikov slaat opnieuw een beleg om Stettin, ditmaal met 24.000 man en met artillerie  van de Denen en Saksers. Ondanks de overweldigende overmacht van de vijand, de slechte verdedigingstoestand van de vesting en de geslonken voorraden, blijft Johan August weigeren. Aan Vellingk schrijft hij alleen kogels en kruit te willen uitdelen. Het zou beter zijn een vesting na dappere strijd over te geven dan zonder zwaardslag.

Op 5 augustus 1713 nemen de Russen drie voorschansen van Stettin in. Het daar gelegen Franse corps trekt zich terug, graaft zich in, zet hevige beschietingen in en brengt de vijand zware verliezen toe. Op 13 augustus trekken de Russen zich daar terug, maar veroveren een sterrenschans, nemen de Zweden daar gevangen en stichten veel verwarring. Op 30 augustus weet Meijerfeldt een kleine batterij te bemachtigen en brengt de Moskovieten een verlies van meer dan 100 man toe. De dag daarop arriveren echter de eerste Saksische artilleriekonvooien. (8)

Russische en Saksische troepen bestormen op 14 september de belangrijkste verdedigingswerken buiten de stad. Met ware doodsverachting doet Meijerfeldt  een uitbraak en weet op gelukkige wijze maar met veel verliezen het voorstadje Damm te heroveren. (9)

Op 26 september waagt de Gottorpse onderhandelaar Bassewitz een laatste poging om de commandant van Stettin te bepraten, maar deze antwoordt: “Waß soll ich thun, denn meine ordres seind nicht anders als mich bis auf den letzten Mann zu wehren?” (10)

Nadat de Moskovieten van de mislukking van de onderhandelingen horen, gaan zij de 28ste over tot een bombardement van de stad. Nog blijft Meijerfeldt de overgave weigeren. Vervolgens moet Stettin een acht uur durend Russisch bombardement verwerken, waardoor grote delen van de stad in vlammen staan, 70 huizen verloren gaan en de burgers de Zweedse commandant smeken toe te geven. Hij belegt een krijgsraad en komt tot de conclusie, dat de Zweedse officieren er net zo over denken als de burgerij.

De gedragscodes die de adellijke officieren aan beide zijden bij de belegering van een vesting hanteren worden ondanks de verharding van de strijd nog nageleefd. Eén van de regels is goed vergelijkbaar met het schaakspel: als de ene partij gewonnen staat, geeft de ander onmiddellijk op en speelt niet net zo lang door tot de koning valt. Eerstbedoelde houding wordt beloond met een vrijgeleide voor het garnizoen en het ongemoeid laten van de bevolking. Weigert de commandant de overgave, dan is de belegeraar gemachtigd de vesting te bestormen, het garnizoen uit te moorden en de stad te plunderen en in as te leggen. Omdat Meijerfeldt maar al te vaak zelf laatstbedoelde sanctie heeft moeten opleggen, blijft hem niets anders meer over dan de overgave van Stettin.

Maar zal hij ook meewerken aan het sekwestratieplan? Door de capitulatievoorwaarden heeft hij weinig keus en voorkomt daarmee een Russische of Saksische bezetting en een kans op teruggave na de vrede. Meijerfeldt tekent het plan op 29 september 1713, waardoor hem een vrije aftocht naar Stralsund wordt gegarandeerd en de Pruisen de stad overnemen tegen betaling van 400.000 Rijksdaalder belegeringskosten aan de Russen en Saksers. Op 6 oktober wordt het Verdrag van Schwedt door alle betrokken partijen ondertekend.

Door zijn houding heeft commandant Meijerfeldt meer bewonderaars in het vijandelijke kamp en zijn koning dan onder de Zweedse officieren, regenten en diplomaten geoogst. Hoe dan ook, hem wordt toegeschreven dat hij er in geslaagd is de Zweedse aanwezigheid in Noord-Duitsland met een jaar te verlengen, want aan een beleg van Stralsund kan niet meer voor de winter worden gedacht.

Bassewitz biedt de gewezen commandant een Gottorps pensioen aan. Bovendien arriveert de Pruisische koning Frederik Willem op 7 oktober voor een inspectie van zijn troepen en samen met hem dineert hij vervolgens in het Russische kamp met de Moskovische veldmaarschalk Mensjikov. Twee dagen later is Johan August de gast van koning Frederik Willem, eerst op een pleziervaart naar de vestingwerken van het stadje Damm en daarna op een feestelijk aangerichte maaltijd. De Pruisische koning heeft vooral bewondering voor de militair Meijerfeldt die zijn eigen koning trouw is tegen de diplomatieke druk in en Pommeren alleen door strijd wilde verliezen. (11)

 

1. S. Bonnesen, “Översikter och granskningar: Helge Almquist (…)”, HT 1921, pag. 82. Haintz II, pag. 284 noot 1.
2. Voltaire, Histoire de l’Empire de Russie, sous Pierre-de-Grand, Parijs 1763, deel 2, pag. 73-75. Veel letterlijke aanhalingen van deze passage, waaronder “Historie van Rusland, onder het bestier van keizer Peter den Grooten. Krygsverrichtingen van Peter den Grooten. terugkomst van Karel den XIIden en zyne Staaten.” in “Algemeene Oefenschoole van Konsten en Wetenschappen”, deel 7, Amsterdam 1770, pag. 301-303.
3. H. Almquist, “Holstein-Gottorp, Sverige och den nordiska ligan i den politiska krisen 1713-1714”, Skrifter utgifna af K. Humanistiska Vetenskaps-Samfundet, Uppsala 1918, deel 21:1, pag. 34 noot 3.

4. B. Erdmannsdörffer, “Deutsche Geschichte vom Westfälischen Frieden bis zur Regierungsantritt Friedrich’s des Großen, 1648-1740”, Berlin 1893, pag. 327 noot 2.
5. Nordberg III, pag. 24 e.v.
6. Almquist, pag. 86 noot 1.
7. S. Bonnesen, “Studier over August II:s Utrikespolitik 1712-1715 Lund 1918, deel II:I, pag. 92.
8. J.F. von Bohlen, “Die Erwerbung Pommerns durch die Hohenzollern”, Berlin 1865, biz. 38-39.
9. Almquist, pag. 91 noot 1.
10. Almquist, pag. 94 noot 1. Haintz II, pag. 233-236, 242 en III, pag. 5. Ranft, pag. 71. Frederic II, Roi de Prusse, “Mémoires pour servir a l’Histoire de la Maison Brandebourg”, Berlin 1789.
11. Hutton, pag. 401-402. Ten onrechte wordt hem in deze tijd het gouverneur-generaalschap van de Zuid-Zweedse provincie Skåne toegedacht.