2.2.3. In de haven van Nijkerk

Omdat hij dienst blijft doen op de “Brutus” keert Johan August niet terug naar Amsterdam, maar komt in september 1802 in Nijkerk terecht. Deze Gelderse stad heeft een goede verbinding met en een levendige scheepvaart naar de Zuiderzee, dus nogal wat marinevolk woont daar. Hij woont er zo’n vijf jaar tot medio 1807.

NijkerkNijkerk, tussen de Zuiderzee en het buurtschap Appel

Een tweede gevolg van zijn dienstdoen op de Brutus is dat Johan August Pieter Hartsinck als kapitein verliest, omdat Albert Kikkert het bevel overneemt als nieuwe schout-bij-nacht. Op 27 februari 1804 vaart het schip uit om voor de Hollandse kust drie achtereenvolgende jaren manoeuvres uit te voeren als onderdeel van het Continentaal Stelsel, de door Napoleon gedicteerde economische blokkade van Engeland, die per saldo voor Nederland desastreus uitpakt. De naam van het schip wordt opnieuw omgedoopt tot ’s Konings Schip “Braband” als Lodewijk Napoleon koning van Nederland wordt.

Vlak na het uitvaren overlijdt Maria de Ruijt in Amsterdam; op 24 april 1804 vindt de begrafenis op het Westerkerkhof plaats. Omdat haar bijna 3-jarige dochtertje Wilhelmina Augusta nu zonder ouders zit en de ouders van Maria inmiddels rond de 70 jaar oud zijn, wordt het kind een maand later (17 mei 1804) bij het Aalmoezeniersweeshuis van Amsterdam ingeschreven, waar zij samen met 3.000 andere kinderen een opvoeding krijgt. Hoewel Johan August nog steeds als vader in de stukken staat vermeld, wijst niets er op dat hij de moeite heeft genomen contact met zijn dochter of de familie De Ruijt op te nemen. Wilhelmina Augusta blijft later vermelden wie haar vader is, maar zij komt in zijn mondelinge en schriftelijke nalatenschap niet voor. (1)

Op 11 april 1806 leent Johan August een bedrag uit aan smid Roelof Bosman en zijn vrouw Johanna Brouwer uit het buurtschap Appel bij Nijkerk. Het gaat om het niet geringe bedrag van 799 Karolusgulden. De Karolusgulden was in de tijd van Karel V een gouden of zilveren munt, maar inmiddels slechts een rekeneenheid ter waarde van 20 Hollandse stuivers. Over de helft van het bedrag wordt een jaarrente van 5% afgesproken. De aflossing en rentebetaling zullen plaatsvinden na het overlijden van de schoonmoeder van Roelof Bosman: de rentevrije helft uiterlijk één jaar en de rentedragende helft (inclusief rente) uiterlijk twee jaar daarna. Als zekerheid worden gesteld de erfportie van de overleden schoonvader en de toekomstige erfportie van de schoonmoeder.(2)

De bijna 800 gulden is ruim twee maal jaarsalaris van Johan August. Daar staat tegenover dat hij van zijn eerste grote zeereis 713,19 gulden soldij heeft overgehouden en van zijn tweede grote zeereis vermoedelijk ook meer dan 200 gulden. Wellicht is dit voor Johan August een manier om zijn opgebouwde spaarcenten rentegevend en veilig te bewaren terwijl hij op zee zit.

In dit verband is relevant dat Roelof Bosman smid is. Als voorloper op spaarbanken nemen (edel)smeden in die tijd geld in bewaring, omdat zij de onderliggende waarde in edelmetaal kunnen garanderen. Zij vergoeden rente, lenen het geld intussen elders uit, vragen daarvoor uiteraard een hogere rente en beleggen ook in onroerend goed. Roelof (1773-1843) doet vooral zaken met zijn oom Wijndelt Bosman uit Elburg (1741-1825), aan wie hij een jaar eerder 1000 gulden in onderpand had gegeven, ook met diens erfportie als onderpand.

Appel

Buurtschap Appel

Johan August dient zijn laatste jaar 1807 op de Braband. In de betaalsrollen van de marine staat sindsdien niet langer Stralsund maar Nijkerk als plaats van herkomst vermeld. (3)

 

 

  1. Gemeentearchief Amsterdam, PA 343 Aalmoezeniersweeshuis, 200 Inneemboek, nr. 2217, datum 01-05-1804, tekst: W: Aug v. Meijerfeld, onegt, out 2 10/12 jaar, v. Pieter Meijerfeld, de moeder overleeden. Gemeentearchief Amsterdam, 3 Trouwregisters, 92 datum 15 augustus 1827, tekst: Wilhelmina Augusta van Meijerfeldt, (…) Meerderjarige Dochter van Johan August van Meijerfeldt, absent, en wijlen Maria de Ruijt.
  2. Gelders Archief, Inventaris van de oud rechterlijke archieven van het Kwartier van Veluwe, II. Het Platteland (0202), Protocol van bezwaren, vestenissen, peindingen e.d. van het ambt Nijkerk, deel III 1788-1811, onderdeel II (inventarisnummer 859), buurtschap Appel [DN/AA/1]. Een afschrift van dit document werd rond 1950 door de plaatselijke historicus F. Kragt Hzn (1879—1974) via zijn zoon in Noordwijk overhandigd aan diens dominee Frits von Meijenfeldt (Nk.24) [CH/209].
  3. Nationaal Archief, Monster-rollen Departement van Marine 1795-1813 (2.01.30), Confereer-Rolle Esquadrille Ligte Vaartuigen Texel 1808 (inventarisnummer 957), folio D en Confereer-Rolle ‘s-Konings Armade voor Amsterdam 1809 (inventarisnummer 975), folio 733.