1.4.6. Bijzondere opdrachten

Koning Stanislaus Leszinski

Johan August Meijerfeldt volgt vanaf zijn verhoging tot baron in juli 1705 veel van zijn collega’s in het (laten) noteren van zijn belevenissen, niet als dagboek maar als memoires. Hij doet dat in het Duits in de derde persoon enkelvoud: “Dieses ist zu observiren, dass wenn solches geschrieben als von einem tertium geschrieben und nicht von mich selbst.” Ondanks zijn hoge positie en favorietenrol dicht bij de koning zijn de aantekeningen nooit gepubliceerd. Carlson, Hallendorff, Sörensson en Villius citeren er wel uit, maar zij wijzen er op dat ze relatief weinig tekst en onthullingen bevatten en over de Russische veldtocht onbetrouwbaar zijn. (1) De stukken tot 1714 worden bewaard in de Koninklijke Bibliotheek te Stockholm en de stukken over zijn periode als gouverneur-generaal in Pommeren zijn volgens een sticker aan de binnenzijde van het kaft in 1883 overgebracht naar het Nationaal Archief. (2)

Karel XII acht de agressie van Augustus II voldoende beteugeld. Hij richt zijn aandacht tot veler opluchting wederom op de Moskovieten. Bijna alle Baltische gebieden zijn langzamerhand door de Russische tsaar veroverd en de bevolking daar voelt zich door de Zweden in de steek gelaten. Eenderde deel van het Zweedse leger onder bevel van generaal Rehnskiöld blijft in Polen achter. Karel XII heeft geen invasie in Rusland in gedachte, maar wil een eenmalige verpletterende nederlaag aan Peter de Grote toebrengen, om hem tot het sluiten van een ongunstige vrede te dwingen. Vandaar dat het marsdoel de stad Grodno (Garien in Duits) is, waar de Moskovische hoofdmacht zijn winterkwartier opslaat. Karel XII besluit tot een belegering van de sterke vestingstad, maar in plaats van een bombardement tot een uithongering.

Johan August reist op een vooraanstaande plaats mee met de Zweedse koning. Hij wordt met 2000 of 3000 man op plunderende Moskovieten afgestuurd. Vanuit Suchonitz nadert hij in alle stilte de zuidelijk gelegen stad Indura, waar een regiment van de plunderaars ligt. Omdat de stad op een grote vlakte ligt, wordt hij spoedig door de wachtposten ontdekt. Deze haasten zich zo snel de stad in, dat zij grote paniek veroorzaken en het regiment de stad doen ontvluchten. De Zweden zetten de achtervolging in, doden 60 soldaten en een luitenant en maken 54 gevangenen. Inmiddels is de avond gevallen, zodat zij de nacht van 10 februari 1706 in Indura moeten doorbrengen. De Moskovieten trekken die nacht nog wel samen, maar zodra de Zweden zich roeren trekken zij zich, met achterlating van het geplunderde goed, terug naar Grodno. Johan August keert terug naar de koning met zoveel mogelijk proviand en wapentuig, ook wat de plaatselijke geallieerden nog komen brengen, en verbrandt de rest. (3)

De winter is extreem koud en de Russen lijden honger. Uitvallen voor strooptochten worden door Johan August steeds met de dood of gevangenschap beantwoord. Aangezien een groot Saksisch ontzettingsleger al bij Fraustadt door de achtergebleven groep van Rehnskiöld wordt verslagen en de Russen – ondanks een dubbel aantal soldaten – geen open veldslag met Karel XII aandurven, besluit Peter de Grote zijn troepen uit de stad terug te trekken. Het lukt de Moskovieten om uit de stad over de rivier en door de moerassen aan de achtervolgende Zweden te ontsnappen. Een achtergebleven groep wordt wel op de hielen gezeten door de Zweedse voorhoede. Op een smalle dijk in het moeras komt de confrontatie. Met de koning, prins Max en een handvol soldaten waadt Johan August tot zijn nek door het ijskoude water, komt plotseling van de kant opzetten en verjaagt de Moskovieten. (4)

Koning Stanislaus maakt zich intussen op voor een vereniging van zijn leger met dat van de koning van Zweden. Onderweg eist hij de overgave van Zabirs, maar de commandant van de vijandelijke vesting weigert en schiet zelfs op zijn landgenoten. Johan August wordt er op 29 april op af gestuurd en weer weigert de commandant. Het geschut van de generaal-majoor doet de Pool al na drie dagen van gedachten veranderen. (5)

Karel XII houdt er van met weinig begeleiders van het ene legeronderdeel naar het andere te snellen. In het voorjaar van 1706 rijdt hij bijvoorbeeld te paard in 22 uur een afstand van 270 kilometer van Slucsk naar Pinsk in Zuid-Litouwen. Deze fabelachtige snelheid bereikt hij door achter elkaar door te rijden met een reservepaard aan de teugel. Alleen Johan August, prins Max en twee anderen kunnen de koning op deze rit bijhouden. Hun grootste oponthoud ontstaat bij een meer, waar zij pas na uren zoeken een boot vinden. De koning neemt als meest ervaren schipper het roer, Meijerfeldt en de anderen roeien en prins Max laat de paarden aan de teugel achter de boot aan zwemmen. Alles gaat goed, totdat de paarden geen land meer zien. Ondanks hun heftige weerstand weet prins Max de teugels vast te houden, terwijl de boot wild heen en weer wordt geslingerd. Als eindelijk land in zicht komt zwemmen zij weer rustig mee, zodat de roeiers snel de oever weten te bereiken. (6)

Eenmaal bij Pinsk wordt Johan August opdracht gegeven naar de vesting op te rukken en haar commandant 24 uur voor de overgave te laten. Het dreigement van de generaal luidt deze keer, dat geen mens binnen de vesting in leven zal worden gelaten. Hiermee bereikt hij het beoogde effect. Op 11 juni staat Meijerfeldt met zijn regiment na de oversteek van de Weichsel bij Lublin. (7)

Juni 1706 krijgt Meijerfeldt opdracht met vier regimenten van totaal 4000 man op te rukken naar Brest, een belangrijke pas tussen Polen en Litouwen. Er waren berichten binnengekomen dat koning Augustus op weg was met een tropenmacht van – naar later blijkt – ruim 20.000 man. Toch treft hij niemand bij de pas aan en hoort dat de vijand met een boog is verder getrokken. Vanwege de wens van Augustus II om vredesonderhandelingen met Karel XII te voeren ontsnapt Johan August aan een vrij zekere nederlaag.

Niet wetende van het Saksische overtal zet Meijerfeldt de achtervolging in. Hij gaat traag vooruit omdat hij geen cavalerie heeft, enkele honderden gevangenen met zich mee voert en onervaren manschappen onder zijn gelederen telt. Daarom besluit hij liever naar de stad te gaan en de plaatselijke edelen op de hand van Stanislaus. te dwingen. Onwilligen worden gestraft met ruïnering en verbranding van goederen. Nadat de troepen van Sapieha zich bij de zijne hebben gevoegd, kan de omgeving verder worden afgestroopt. (8)

 

1. C. Hallendorf, Karl XII och Lewenhaupt år 1708”, Uppsala Universitets Årsskrift 1902:3, pag. 41-42. P. Sörensson, “Ur General Meijerfelts dagboksanteckningar. Ett Karl XII:s äventyr i Polen 1706″, Stockholm 1919. H. Villius, “Karl XII:s ryska fälttåg”, Källstudier, Lund 1951, pag. 126-128.
2. Kungliga Biblioteket, Handskrifter, Engeströmska Samlungen B.VII.1.1, onder de misleidende titel “Kongl. rådet grefve J.A. Meijerfelts brefväxling”. In de Rijksarchief is het tweede gedeelte (nog) niet gevonden.
3. I. Le Long, “Het leven van den heldhaften Carel den XIIden, Koning der Sweden”, Amsterdam 1721, deel 4, pag. 605. J.A. Nordberg, “Konung Carl den XII: tes historia”, Stockholm 1740, deel 1, pag. 678.  Chr. Kelch, “Liefländische Historia 2, Continuation 1690-1707”, 1875, pag. 526 noot **.
4. F.G. Bengtsson, “Karl XII:s levnad, Stockholm 1931, pag. 206. L. Smids, “Oorlogend Europa of een korte chronyk van het voorgevallene in Staat en Oorlog”, Amsteldam 1715, pag. 142, schrijft dat het op 13 februari veldheer Meijerfeldt is die koning Augustus bij Fraustadt verslaat.
5. I. Le Long, deel 3, pag. 662.

6. M. Ranft, “Die Merkwürdigen Lebensgeschichte derer vier berümten Schwedischen Feldmarschalle, Grafen Rehnschild, Steenbock, Meyerfeld und Dücker”, deel 3, Leben und Thaten des Feld-Marschalls Graf Meyerfeld” , Leipzig 1753, pag. 310.
7. Post=Tidener, 03-07-1706.
8. I. Le Long, deel 3, pag. 666-668. J.A. Nordberg, deel 1, pag. 696.