Stralsund

***   Meyerfeldtsches Palais   ***   Rotermunder Klein-Palais   ***


In Stralsund, de toenmalige hoofdstad van Zweeds-Pommeren, bevinden zich twee gebouwen die sterk met het Zweedse geslacht Meijerfeldt verbonden zijn: het Meyerfeldtsches Palais en het Rotermunder Klein-Palais. De gebouwen liggen schuin tegenover elkaar in de Badenstraβe op nummer 17 respectievelijk 39. Ze werden gebouwd in de leegte die was ontstaan door de verwoesting van de
gevelhuizen in deze smalle straat (10 meter) tijdens een bombardement gedurende de belegering van Stralsund in 1678 door de Keurvorst van Brandenburg. Het was opnieuw een bombardement dat flinke schade aan beide gebouwen toebracht; de Geallieerden vernietigden op 6 oktober 1944 de aan het eind van de Badenstraβe gelegen marinehaven. De gebouwen zijn pas veel later gerenoveerd – gefaseerd tussen 2010 en 2020 – en zijn sindsdien actief in gebruik.

Meyerfeldtsches Palais

Op 1 augustus 1726 legt Johan August Meijerfeldt sr als gouverneur-generaal over Zweeds-Pommeren de eerste steen voor zijn residentie. Het gebouw wordt daarom het Meyerfeldtsches Palais (Meijerfeldtska Palatset) het  genoemd, maar het staat ook bekend als het Schwedisches Regierungspalais. Omdat Oost-Pommeren na de Grote Noordse Oorlog aan Pruisen toevalt,  verschuift de zetel van de gouverneur-generaal van Zweeds-Pommeren van Stettin naar Stralsund. Er moest dus een nieuw overheidsgebouw komen, maar eigenlijk was daar geen geld voor. Daarom besluit Meijerfeldt uit eigen zak een buitengewoon paleis neer te zetten, dat in Zweeds-Pommeren eigenlijk het enige representatieve overheidsgebouw wordt en al die tijd zal blijven.

IMG_0356Het paleis op een kopergravure of lithografie uit 1850 Het plein is een tussenfase naar de herbouw van andere gebouwen aan de Badenstraβe. De grote dubbele trappen vóór de ingang worden in 1835 op last van de gemeente verwijderd vanwege het ruimtegebrek op straat.

Het gebouw wordt volgens het ontwerp van Cornelius Loos gebouwd, een Zweedse genieofficier, die dan met de vernieuwing van de vestingswerken van Stralsund bezig is. Meijerfeldt kent hem nog uit Bender, van waaruit hij een rondreis langs de architectonische hoogstandjes van het Turkse rijk had mogen maken. Het paleis is geheel in barokke stijl met Mansardwalmdak opgetrokken. Het u-vormige complex met de vleugels naar achteren is in lijn met de laatste Zweedse overheidsgebouwen. De inrichting is voor die tijd exceptioneel luxueus, omdat – naast de privéverblijven van de familie – ruimte is gemaakt voor een brouwerij met bierkelders, een bakkerij en konditorei en een stoombadhuis. In totaal 49 ruimtes zijn op de begane grond, het souterrain en de verdieping ingedeeld.

Vestingbouwer Loos ontwerpt  niet alleen een zeer zwaar fundament, maar ook een dubbel bemuurde bunker tegen bombardementen en de pest. Een half afgebouwde onderaardse gang onder de Badenstraβe dient als (nooit gebruikte) vluchtroute en/of als waterafvoer naar de plaatselijke Giergraben.

Als stadsarcheoloog Brüggeman dit tijdens de restauratie allemaal ontdekt slaat de fantasie van de journalist van het lokale nieuwsblad Ostsee-Zeitung flink op hol: Als „Jonny Controlletti“ hätte Alt-Rocker Udo Lindenberg sicherlich den schwedischen Generalgouverneur Graf Johann August Meyerfeldt tituliert, wären ihm die Marotten des blaublütigen Schweden zu Ohren gekommen. (…) Nicht nur, dass Meyerfeldt alle Ausgaben peinlich genau notierte und jeden noch so versteckten Winkel seines riesigen Palais in Plänen akribisch beschrieb: Der hochrangige Militärmann muss auch eine enorme Angst vor den Kanonenangriffen seiner Feinde gehabt haben, und gleichzeitig war er ein Hypochonder wie er im Buche steht. Über die spannende bauhistorische Geschichte des Palais und die filmreife Biografie des einstigen Besitzers erfuhren die interessierten Gäste am Tag der Städtebauförderung am Sonnabend sehr viele aufschlussreiche Details. (…) Ironie des Schicksals: Der Generalgouverneur wurde nicht alt und verstarb im besten Mannesalter [de graaf werd wel oud: 84 jaar! HvM] (…) Der für seine speziellen Phobien bekannte Generalgouverneur ließ sich im Keller des Palais eine Art Panic Room errichten, um sich vor angreifenden Feinden und dem Beschuss durch Kanonenkugeln zu schützen(1)

Stadsarcheoloog  Stefanie Brüggemann houdt afbeeldingen van
Johan August Meijerfeldt sr (links) en Cornelius Loos (rechts) omhoog.

In 1730 trekt de gouverneur-generaal met zijn gezin in zijn residentie. Hij ontvangt er zeer hoge gasten: in de zomer van 1743 kroonprins Adolf Frederik en van 31 juli tot 6 augustus 1744 dezelfde met diens vrouw Lovisa Ulri­ka. De graaf is zo slecht ter been, dat zijn vrouw Brita Barnekow de koninklijke gasten steeds in haar suite ontvangt.

Rond de jaarwisseling 1748-1749 legt Johan August zijn ambt neer. Het gebouw blijft privébezit, want is immers helemaal door de oude graaf zelf betaald. Het ligt echter voor de hand dat de nieuwe gouverneur-generaal het ook als zijn residentie gaat kiezen, maar diens benoeming blijft nog even uit. Brita Barnekow verkoopt het paleis uiteindelijk in 1757 aan de Zweedse Kroon voor het voor die tijd erg lage bedrag van 33.000 rijksdaalder. (2) 

De Zweedse regering blijft dus in het Meyerfeldtsches Palais zetelen. In 1797 gaat de Prinses van Baden vanuit het paleis naar de St. Nikolaikerk waar zij met de handschoen trouwt met de Zweedse koning Gustaaf IV Adolf. In 1815 wordt het gebouw aan Pruisen overgedragen. Daarna vervult het veel functies. Na herstelwerkzaamheden die de binnenkant geheel veranderen wordt het een overheidsgebouw en dat is het – na verscheidene  opknapbeurten – gebleven. Sinds 2016 is de Dienst voor de Stadsbouw er teruggekeerd.


Meyerfeldtsches Palais, Badenstraße 17

Rotermunder Klein-Palais

Het stadsbestuur van Stralsund verkoopt in 1700 het grondgebied van drie vernietigde gevelhuizen aan kolonel en landraad Von Rotermund. Beide partijen kennen elkaar vooral uit de rechtszaal en besluiten daarom een zeer uitvoerig koopcontract op te stellen. Voor de koper geldt de volgende bouwplicht: “ein tüchtiges und zu bürgerlicher Brau- und Mültz-Nahrung und handlung … angelegtes Hauß mit einer Haußthür und Eingange, in guten Brandmauern auf die … wüste Stelle … nach hiesiger Stadtgewohnheit“. Het gebouw wordt een klein paleis in barokstijl op twee van de drie verworven percelen en een uitgang en toegangspoort op het derde perceel. Achter is een binnenplaatsgebouw, een stal voor twaalf paarden, een koetshuis voor drie rijtuigen, een brouwerij en een washuis.

Rotermunder Haus

Nadat Regeringsraadslid graaf Von Bohlen het gebouw verwerft koopt Brita Barnekow het van hem in 1759. De reden is dat zij sinds de verkoop van het Meyerfeldtsches Palais geen woning voor zichzelf en haar kinderen in Stralsund heeft en de landgoederen Nehringen en Medrow in de oorlogszône liggen. Na afloop van de oorlog in 1762 is Carl Friedrich jr de eigenaar van beide landgoederen, maar woont ook veel in het huis in Stralsund. Hij houdt zich daar bezig met het opbouwen van een bibliotheek voor de familie Meijerfeldt en alle aangetrouwde adellijke families. Ter financiering van dit project verzoekt hij de betrokken families om donaties.

De eigendom van het huis verschuift binnen de familie door het overlijden van Brita Barnekow in 1771, Carl Friedrich jr in 1791 en Johan August jr in 1800. Zijn weduwe Lovisa Augusta Sparre verkoopt het huis in 1802 voor 12.300 thaler aan Von Platen ten behoeve van de Zweedse koning, die naar een zetel voor de gemeenteraden van de Pommerse landgoederen op zoek is. De naam van het gebouw wordt dan Landständehaus en zo heet het nog steeds. Het wapen van de landgoederen staat nog boven de voordeur. Sinds de zomer van 2012 gebruikt de Stralsund Music School het gerenoveerde huis.

 

1. Ostsee-Zeitung 23.05.2016, „Panic-Room“ des schwedischen Grafen im Bauamtskeller entdeckt, en 12.09-2016, Meyerfeldtsches Palais für 4,7 Millionen Euro saniert.
2. Kammerarchiv, 3:e avräkningskontoret, volgens W. Buchholtz, “Öffentliche Finanzen und Finanzverwaltung im entwickelten frühmodernen Staat, Landesherr und Landstände in Schwedisch-Pommern 1720-1806”, Veröffentlichungen der Historischen Kommission för Pommern, V 25, Keulen 1992, pag. 323 en 436.