1.4. Militair avontuur

Carl Friedrich Meijerfeldt blijft in Sehlburg om Lijfland te verdedigen. Zijn jongere broers volgen de Zweedse koning Karel XII met de hoofdmacht over  de grens van Litouwen naar Polen. Van Johan August kan bijna elke stap gevolgd worden omdat hij dicht bij de koning staat. Dat staat in schil contrast tot Wolmar Johan, wiens regiment, rang en bewegingen onbekend zijn, met uitzondering van de Slag bij Kliszow en een conflict met Magnus Stenbock.

Karel XII heeft in Travendal en Narva bewezen twee grote opponenten de baas te zijn, maar zijn derde opponent Augustus II verliest weliswaar steeds, maar nooit beslissend. Dat gebeurt na de oversteek van de Düna en daarna na de oversteek van de grens met Polen. Wat volgt is een kat-en-muis-spel.


Karel XII kris-kras door Midden-Europa

Vele tienduizenden soldaten worden in barre omstandigheden onafgebroken tegen elkaar in het veld gestuurd. De bevolking van het  vaderland moet de soldij opbrengen. De gevechten hebben een verwoestende werking op de steden en de velden en de bevolking moet rantsoenen opbrengen, de vrouwen verkracht en de huizen in brand gestoken, hetzij door de vijandelijke troepen, hetzij door de zich terugtrekkende vaderlandse troepen of bezettingsmacht.

Bij zoveel ellende komt dan nog de deceptie dat de zaak waarvoor gevochten wordt voor slechts weinigen duidelijk is. Natuurlijk liggen de bekende machtsvraagstukken aan de oorlog ten grondslag: de religieuze macht (Lutheranen tegen Roomsen), de militaire macht en de economische macht (vooral over de Oostzeehavens). Maar bovenal wordt het strijdverloop bepaald door drie eigenzinnige vorsten. Steeds als alle andere argumenten voor vrede pleiten, besluiten zij hun onderlinge wraakacties voort te zetten. Karel XII is van de drie vorsten het minst tot compromissen bereid. Vredesvoorstellen beantwoordt hij telkens weer met de voorwaarde tot onvoorwaardelijke capitulatie. Peter de Grote wil wel steeds akkoorden sluiten, maar breekt afspraken voortdurend om zijn doelstelling te bereiken: het ontsluiten van de Oostzee. Augustus tenslotte droomt van een grote Duitse natie; opportunisme is zijn strategie.

De drie gebroeders Meijerfeldt voelen het niet zo. Zij ondergaan de veldtochten als officieren onder koning Karel XII als één groot militair avontuur.