1.4. Militair avontuur

De drie broers Meijerfeldt raken begin 1702 verder verspreid. Carl Fredrik blijft in Sehlburg om Lijfland te verdedigen. Johan August volgt de Zweedse koning Karel XII met de hoofdmacht over  de grens van Litouwen naar Polen. Als Wolmar Johan nog in de Adelsfanan zit, blijft hij in Dorpat.

Karel XII heeft in Travendal en Narva bewezen twee grote opponenten de baas te zijn, maar zijn derde opponent Augustus II de Sterke verliest weliswaar steeds, maar nooit beslissend. Dat gebeurt na de oversteek van de Duna en daarna na de oversteek van de grens met Polen. Wat volgt is een kat-en-muis-spel met een verwoestende werking op de daarbij betrokken mensen en op het gebied. Vele tienduizenden soldaten worden in barre omstandigheden onafgebroken tegen elkaar in het veld gestuurd. De bevolking van het  vaderland moet de soldij opbrengen en de bevolking van het strijdtoneel de rantsoenen. Steden en velden worden leeggeroofd en in brand gestoken, hetzij door de vijandelijke troepen, hetzij door de zich terugtrekkende vaderlandse troepen of bezettingsmacht.

Bij zoveel ellende komt dan nog de deceptie dat de zaak waarvoor gevochten wordt voor slechts weinigen duidelijk is. Natuurlijk liggen de bekende machtsvraagstukken aan de oorlog ten grondslag: de religieuze macht (Lutheranen tegen Roomsen), de militaire macht en de economische macht (vooral over de Oostzeehavens). Maar bovenal wordt het strijdverloop bepaald door drie eigenzinnige vorsten. Steeds als alle andere argumenten voor vrede pleiten, besluiten zij hun onderlinge wraakacties voort te zetten. Karel XII is van de drie vorsten het minst tot compromissen bereid. Vredesvoorstellen beantwoordt hij telkens weer met de voorwaarde tot onvoorwaardelijke capitulatie. Peter de Grote wil wel steeds akkoorden sluiten, maar breekt afspraken voortdurend om zijn doelstelling te bereiken: het ontsluiten van de Oostzee. Augustus tenslotte droomt van een grote Duitse natie; opportunisme is zijn strategie.

De drie gebroeders Meijerfeldt voelen het niet zo. Zij ondergaan de veldtochten als officieren onder koning Karel XII als één groot militair avontuur.