Zl. St. Andreas Kirche

Op het landgoed Nehringen ligt de St. Andreas Kirche. Dit kerkje dateert uit 1350. Aanvankelijk is het de particuliere kapel van de familie Buggenhagen. In 1498 krijgt Degener Bug­genhagen jr (na een reis met de Pommerse hertog Bogislav X naar het Heilige Land, Rome en Venetië) van de Schwerinse bisschop Konrad toestemming om er een echte ‘Pfarrkirche” van te maken met de huidige naam. De in omvang toegenomen bevolking rond de slottoren had hierom verzocht in verband met de gevaarlijke tocht door bet dichte bos naar de kerk van Dorow. Van deze kerk werden de heilige stukken en het zijaltaar gebruikt en waarschijnlijk vond er ook wel een verbouwing van de kapel zelf plaats. In 1534 wordt het land evangelisch en raakte de kerk in verval.

IMG_0354Buitenaanzicht van de St. Andreas Kirche,
rechts de hoofdingang, links de zij-ingang
foto: Volkmar Herre (Stralsund)

Nadat graaf Johan August Meijerfeldt sr het landgoed Nehringen van de Zweedse koning Karel XII toegewezen heeft gekregen, laat hij de periode 1722-1726 de Andreas-kerk geheel renoveren. De kerkboeken vermelden dat hij vroomheid en fortuin in zich verenigt. Aan de voorzijde wordt een altaarruimte aangebouwd, waardoor de graaf via een nieuwe ingang direct naar de patronatsloge kan lopen. In het albast van het vernieuwde Renaissancealtaar en op het rijke houtsnijwerk van de loge wordt het familiewapen aangebracht.

IMG_0355

Interieur van de St. Andreas Kapel v.l.n.r.: de kansel, de sacristie, het altaar (met daarachter de hoofdingang) en de patronatsloge, foto: Volkmar Herre (Stralsund)

Voor het altaar wordt een nieuwe graftombe voor de familie Meijerfeldt aangelegd. Op de afdeksteen staat:

Mensch bedenck deine Stirblichkeit / Halt dich bereit Bereue deine Sünde / Zu rechte Zeit da mit du nicht / Verschertzt die Sehligkeit

Voor de vloer worden stenen uit Götland aangevoerd.(1) Ook de kerken en pastorieën van de andere dorpen krijgen een opknapbeurt, onder andere met de stenen uit Götland. In 1745 laat de dan oude graaf de hele kerktoren opnieuw vierkant opbouwen met veldsteen en afronden met een knop en haan.(2) In 1787 voegt Carl Fredrik jr er nog een trappentoren met halve spiraalgevel aan toe. (3)

In de graftombe van de Meijerfeldts (Meijerfeldtgruft) zijn de volgende personen op de volgende data begraven:
– 21 juni 1725: Anna Catharina Meijerfeldt-Wolff
– 30 juni 1728: Ulrika Margaretha Meijerfeldt
– 20 oktober 1750: Johan August Meijerfeldt sr
– 9 december 1771: Brita Meijerfeldt-Barnekow
– 15 juli 1800: Johan August Meijerfeldt

In 1868 wordt het vervallen barokke orgel vervangen door een F.A. Mehmel Dorfkirchorgel. In 1994 is dat orgel gerestaureerd door Sauer uit Frankfurt/Oder.
Na de Tweede Wereldoorlog is de kerk in zodanig slechte staat, dat de deuren gesloten worden. Verontwaardiging om het besluit om de kerk in 1984 te slopen leidt tot een jarenlange restauratie door koster en metselaar Klaus-Jürgen Bergemann en veel vrijwilligers. Ondanks het communisme in Oost-Duitsland lukt het hem stiekeme Amerikaanse (Chambersburg) steun te krijgen. In 1992 opent bondsminister Angela Merkel de prachtig gerestaureerde St. Andreas Kirche. De koster krijgt het Bundesverdienstkreuze. Daarna zijn de restauraties doorgegaan tot de voltooiing van de Patronatsloge van de Meijerfeldts.

 

1. Kirchebuch Glewitz 1726: “Dem Drey einiger Gott zu Ehren, welcher dieses Sein Haus ferner beschützen wollen, hat nach letzteren Krieg der Hern Reichsrath und General-Gouverneur Graf JOHANN AUGUST MEIJERFELDT diese Kirche Anno 1722 zu repariren amfangen und Anno 1726 mit Aufsetzung des Thurm=Knopfs solches reparation endigen lassen”.
2. Kirchebuch Glewitz 1745: Tekst van een koperplaat op de kerktoren: “Hier­nebst haben zur Ehre der Allerhöchsten und Zierde dieser Kirchen Des Hochgebornen Herrn Reichraths Generals und General=Gouverneurs Graf JOHANN AUGUST MEIJ­ERFELDT Hochgräfl. Excellenz diesen Thurm Anno 1745 neu aufrichten und denselben mit einem neuen Knopf und Hahn zieren lassen.”
3. Innenraum: Verputzte Bretterdecke, 1722, mit Gemälden, Anbetung und Himmelfahrt Christi. Ausstattung: Renaissancealtar, 1598, mit Marmorreliefs, u. a. Aufrichtung der Ehernen Schlange, Sündenfall, Auferstehung. Ausstattung von 1722 mit üppiger Schnitzerei: Kanzel, verglaster Beichtstuhl, Patronatsloge, Taufengel, Lesepult, Orgelempore, Orgelprospekt. – Orgel, 1869, von Friedrich A. Mehmel, Stralsund. Kirchhof Wehrmauer mit Schlüsselschießscharten, 18. Jh. Sehenswertes in der Umgebung: Der Ort eines der letzten erhaltenen Ensemble schwedischen Barocks in Vorpommern, die Gutsanlage ab 1714 erbaut. Ruine eines Burgturms aus Backstein, um 1330. Hölzerne Zugbrücke, 1911.