3.5.3. Oostenrijk

Johann Bertrand Mayer wordt in 1715 in de rijksadelstand verheven met de naamsuitbreiding Mayer von Mayersfelsen, overlijdt in 1720 in Wenen, is doctor in de rechtsgeleerdheid en rector van de Universiteit van Wenen 1719-1720. Begrijpelijk maar niet terecht worden hij en zijn nageslacht soms binnen het Tiroolse geslacht Mayer von Mayersfeld geplaatst.

Maria Catharina barones von Meyerfeld is een tweede persoon om aandacht aan te schenken. Van de Oostenrijkse reguliere kanunnikessen (CRA) van de kloosterorde van St. Augustinus is zij de Deken. Op 19 april 1722 krijgt zij voor het leven de positie van Proost van het Augustiner nonnenklooster St. Jakob auf der Hülben in Wenen. Zij neemt de plaats in van de overleden gravin Maria Augustina Buchhein. Er wordt haar nauwe ver­want­schap met de dan ook in Wenen levende graaf Wolmar Johan Meijerfeldt van het Zweedse geslacht toegedicht, maar wel uit dubieuze bron. (1)  

Johann Baptist Meiern von Meyernfeldt werkt onder graaf T.A.R. von Harrach voor de Duitse keizerin Maria Theresia. Zijn zoon Johann Ehrenfried Joachim “GehOberFinanzRat”, vrij vertaald koninklijk vertrouwd senior financieel adviseur. Hij ziet in Berlijn hoe de Franse kolonie zijn armen van brandhout voorziet; hij vraagt en krijgt in november 1779 toestemming om hetzelfde te doen voor de Duitse armen en richt statutair de “Gesellschaft deutscher Nation zur Versorgung wahrer Hausermen in Berlin mit Brennholz” op. Gedurende maar liefst 51 jaar is hij de leidende kracht van deze succesvolle en uitdijende beweging. Hij maakt in 1802 zijn testament, ten gevolge waarvan bij zijn overlijden in 1830 een bedrag van 700 rijksdaalder staatsleningen vrijkomt voor schrijfbehoeften.

Franz Ferdinand von Mayersfeld is overste en commandant van Kuffstein  als hij in 1780 geadeld wordt tot ridder Von Löwenkron. In 1799 is hij Sr. r. k.k. apost. majoor Gubernium, is secretaris voor het marktgraafschap Moravië en het hertogdom Silezië, wordt in 1801 Hofsekretaris in Wenen. In 1804 verkoopt zijn bibliotheek van 500 boeken over geschiedenis, schilder- en beelhoudkunst voor 4100 fl. aan de Prämonstratenser kloosterbibliotheek in Nova Rise in Moravië. Hij is 1818-1820 k.k. wirkliche Hofsekretäre van de Hofkaselarij in Praag. Later wordt hij tabakshandelaar in Leipnitz.

In de bijlage staan gedetailleerde gegevens.

 

1. Recueil des Nouvvelles, Gazette du 23 May 1722, pag. 255. Supplement du Mercure de May 1722, pag. 183-184. J.F. Gauhe, “Des Heil. Röm. Reichs Genea­logisch-Histo­rischen Adels-Lexici”, Leipzig 1747, deel II, pag. 727-728.