3.6. Adellijke naamgenoten

Hannover

In Hannover wonen rond 1500 zus en broer Adelheid en Hans von Meyenfeldt.  Van Adelheid is bekend dat zij in die stad circa 1484 huwt met Diet­rich vom Sode sr, Raads­heer en Gezworene van de stad. Zij overlijdt daar in 1505. Haar broer Hans is dan al overleden en zijn weduwe Gesche Gock­holt overlijdt dat jaar ook in Hannover. Misschien is Hans van de gilde van de schoenmakers, die in 1445 een protocol opmaakt van de discussie tussen de Raad en de oppositie over de politieke macht in de stad Hannover. (1)

Zweedse gebieden

Het Zweedse geslacht Meijerfeldt is in Pommeren aanwezig tussen 1710 en 1800. In die periode wonen daar adellijke naamgenoten, met wie geen verband te leggen is.

Als eerste kan worden genoemd het adellijke geslacht Von Meyersfeld in Stuhr.

Anthon von Meijernfeldt is in 1736 tabakshande­laar en moet opboksen tegen het Pommerse monopolie van de Kramer Kompagnie. Hij is 1750 burgemeester van Damgarten, een kuststadje 40 km ten westen van Stral­sund. (2)

Johann von Meyenfeld is in 1784 boekhouder bij het Tabaksbestuur in Dam­garten, in 1796, 1801 en 1806 tweede luitenant in de Koninklijke Pruisische Armee, eerst in Erlangen in een compagnie jagers onder majoor Von Tümpling in de Ansbach-Bayreuthische Inspection onder luitenant-generaal Erfprins van Hohenlohe, daarna in Westfalen. (3) In 1809 wordt hij op verzoek afgedankt, nadat zijn regiment jagers te voet is opgeheven in verband met de Franse bezetting. Hij wordt in verband ge­bracht met bovenstaande burgermeester en met het Hessi­sche ge­slacht, en met het Amerikaanse geslacht uit Rösebeck zou ook nog kunnen.

In de stad Wismar treedt een notaris Von Meyenfeld op inzake mandaten van 9 en 28 juli 1745 van het Tibunal tegenover bewindvoerder Stübner. (4)

Ulm

In 1491 verleent keizer Maximili­aan I en in 1581 keizer Karel V een wapenbrief aan de familie Mayer in Ulm, Donaukreis, Württemberg. De afstamming loopt via een Claussi­sche en een Ens­slische stam. Johann Jacob Friedrich Mayer, koopman in Frankfurt, wordt 8 april 1742 in Frankfurt door keizer Karel VII  tot Rijksridder geslagen met de nieuwe naam Von Mayenfeld. Hij verwerft dat jaar het dicht bij Ulm gelegen leengoed Ringingen, maar verkoopt het al weer in 1748. Von Mayenfeld verwerft ook Boben­hausen in Hessen. Vandaar dat zijn naam vaak luidt Von Mayenfeld zu Ringingen und Bobenhausen. Hij is 1743-1765 keizerlijk oorlogscommissaris.

Overig

Johann Bertrand Mayer wordt in 1715 in de rijksadelstand verheven met de naamsuitbreiding Mayer von Mayersfelsen, overlijdt in 1720 in Wenen, is doctor in de rechtsgeleerdheid en rector van de Universiteit van Wenen 1719-1720. Ten onrechte maar wel begrijpelijk worden hij en zijn nageslacht soms binnen het Tiroler geslacht Mayer von Mayersfeld geplaatst.

Johann Baptist Meiern von Meyernfeldt werkt onder graaf T.A.R. von Harrach voor de Duitse keizerin Maria Theresia. Zijn zoon Johann Ehrenfried Joachim “GehOberFinanzRat”, vrij vertaald koninklijk vertrouwd senior financieel adviseur. Hij ziet in Berlijn hoe de Franse kolonie zijn armen van brandhout voorziet; hij vraagt en krijgt in november 1779 toestemming om hetzelfde te doen voor de Duitse armen en richt statutair de “Gesellschaft deutscher Nation zur Versorgung wahrer Hausermen in Berlin mit Brennholz” op. Gedurende maar liefst 51 jaar is hij de leidende kracht van deze succesvolle en uitdijende beweging. Hij maakt in 1802 zijn testament, ten gevolge waarvan bij zijn overlijden in 1830 een bedrag van 700 rijksdaalder staatsleningen vrijkomt voor schrijfbehoeften. (3)

Franz von Mayersfeld ridder Von Löwenkron is sinds 1801 Hofsecretaris in Wenen, later Tabakshandelaar in Leipnitz, verkoopt 1804 zijn bibliotheek van 500 boeken over geschiedenis, schilder- en beelhoudkunst voor 4100 florint aan de Prämonstratenser kloosterbibliotheek in Nova Rise, Moravië, Tsjechië.

 

  1. W. Ollrog, “Niedersächsisches Geschlechterbuch”, deel 12, Limburg a/d Lahn 1971, pag. 344 en 351. Stadtarchiv Hannover B8273, Jürgens Chronik, pag. 86-92, Meyenfeld’sche Bericht (verloren gegaan boek).
  2. EvangelischesPfarrambtStralsund, St. Marien 1778/203. Stadtarchiv Wismar, Procesakten des Tribunals 1653-1803, nr. 2291 (7).
  3. O.T. von Hefner, “Stammbuch des blühenden und abge­stornbenen Adels in Deuts­chland”, Regensburg 1865, deel II, pag. 45, met verwijzing naar Von Hellbachs Adelslexicon.
  4. J.F. Gauhe, “Des Heil. Röm. Reichs Genea­logisch-Histo­rischen Adels-Lexici”, Leipzig 1747, deel II, pag. 727-728.
  5. Kirchenbücher der Ev.luth. KirchengemeindeStuhr 1716-1875, NiedersächsischesStaatsarchiv Oldenburg Seelenregister 1662, 1675, 1581, Ortsfamilienbuch Stuhr und umliegende Gemeinden.
  6. Staatsarchiv Bremen, AnträgeaufErteilung eindes Bürgerrechts 1608-1811, nr. 557, boek J. De naam is Ann Lucy Meyerveld, het jaartal 1766, dus het moet om een andere persoon gaan. H.F. von Ehrenkrook, “Genealogisches Handbuch der adelige Häuser”, deel B1, Glücksburg/­Ostsee 1954 (Genea­logisches Handbuch des Adels, deel 9), blz. 454. Website van Gernot Becker.