3.4.2. Duitse steden

Hannover

In Hannover wonen rond 1500 zus en broer Adelheid en Hans von Meyenfeldt.  Van Adelheid is bekend dat zij in die stad circa 1484 huwt met Diet­rich vom Sode sr, Raads­heer en Gezworene van de stad. Zij overlijdt daar in 1505. Haar broer Hans is dan al overleden en zijn weduwe Gesche Gock­holt overlijdt dat jaar ook in Hannover. Misschien is Hans van de gilde van de schoenmakers, die in 1445 een protocol opmaakt van de discussie tussen de Raad en de oppositie over de politieke macht in de stad Hannover. (1)

In Zweedse handen

De Vrede van Westfalen in 1648 brengt niet alleen de onafhankelijkheid van Nederland en Zwitserland, maar ook een einde aan de Dertigjarige Oorlog. In Osnabrück moet het Heilige Roomse Rijk akkoord gaan met de toedeling van Pommeren en Bremen-Verden aan het Koninkrijk Zweden. De laatste twee steden zijn in één hertogdom verbonden door een personele unie met het Zweedse vorstenhuis. Tegen de zin van Zweden blijft de Hanzestad Bremen een vrije Rijksstad en dat leidt in 1654 en 1666 tot twee korte oorlogen, met slechts een kleine gebiedsuitruil tot gevolg.
Het Zweedse geslacht Meijerfeldt is in deze steden aanwezig tussen 1710 en 1800. In die periode wonen daar adellijke naamgenoten, met wie geen verband te leggen is.

Anthon von Meijernfeldt is in 1736 tabakshande­laar en moet opboksen tegen het Pommerse monopolie van de Kramer Kompagnie. Hij is 1750 burgemeester van Damgarten, een kuststadje 40 km ten westen van Stral­sund. (2)

Johann von Meyenfeld is in 1784 boekhouder bij het Tabaksbestuur in Dam­garten, in 1796, 1801 en 1806 tweede luitenant in de Koninklijke Pruisische Armee, eerst in Erlangen in een compagnie jagers onder majoor Von Tümpling in de Ansbach-Bayreuthische Inspection onder luitenant-generaal Erfprins van Hohenlohe, daarna in Westfalen. (3) In 1809 wordt hij op verzoek afgedankt, nadat zijn regiment jagers te voet is opgeheven in verband met de Franse bezetting. Hij wordt in verband ge­bracht met bovenstaande burgermeester en met het Hessi­sche ge­slacht, en met het Amerikaanse geslacht uit Rösebeck zou ook nog kunnen.

In de stad Wismar treedt een notaris Von Meyenfeld op inzake mandaten van 9 en 28 juli 1745 van het Tibunal tegenover bewindvoerder Stübner. (4)

Aan de westkant van Hanzestad Bremen grenst het dorp Stuhr in het graafschap Delmenhorst, dat vanouds onderdeel uitmaakt van het graafschap Oldenburg. Het gebied wordt achtereenvolgens bestuurd vanuit Kopenhagen in 1667, Frankrijk in 1679, Zweden in 1700 en Hannover in 1711. Aan het noorden van Stuhr grenst de ontginning Grolland, die in 1653 wordt verkocht aan kooplieden uit Bremen.
In dit gebied woont majoor Wilhelm Meyer, geboren in 1660, lid van de Evangelische kerk, die in 1704 – dus in de Zwedentijd – wordt verhoogd in de Rijksadelstand met de naam Von Meyerfeld. Soms staat er een “s” tussen. Hij woont in Stuhr en heeft meierrechten in Grolland. (5). In 1694 huwt hij daar Hanna Sophia Elisabeth (1667-1728). Hij treedt in Deense en daarna Hannoverse dienst vanwege hun overheersing. Van zijn vier kinderen trouwt Anna Lucia (1697-1724) in 1722 met Jobst Friedrich Voigt (1681-1755), bezitter van het slot Ricklingen. (6)

Anna Lucie von Meyerfeld
Anna Lucia von Meyerfeld


Ulm

In 1491 verleent keizer Maximili­aan I en in 1581 keizer Karel V een wapenbrief aan de familie Mayer in Ulm, Donaukreis, Württemberg. De afstamming loopt via een Claussi­sche en een Ens­slische stam. Johann Jacob Friedrich Mayer is 1743-1765 keizerlijk oorlogscommissaris. Op 8 april 1742 in Frankfurt slaat keizer Karel VII hem tot Rijksridder met de toevoeging Von Mayenfeld. De adel­stand levert hem leengoederen in Ringingen en Bobenhausen op Bohlen­hausen in het keur­vors­tendom Beie­ren op.

Volgens Rietstap ziet het wapen er als volgt uit: (7)

Écartelé: au 1, d’or, à une aigle de sable, becquée, membrée et couronnée d’or, soutenue d’une champagne échiquetée en bande d’azur et d’argent; au 2, de gueules, à un rencontre de buffle de sable, bouclé et accorné d’argent; au 3, de gueules, à trois annelets mal-ordonnés et entrelacés d’argent; au 4, d’or, à un taureau de gueules, accorné d’argent, passant sur un tertre de trois coupeaux de sable. Sur le tout un écusson coupé de gueules, sur un parti d’or et d’azur, à deux croissants, affrontés d’argent, brochant sur le tout, les cornes croissées et terminées chacune en fleur-de-lis d’argent. Deux casques couronnés.

 

 

  1. W. Ollrog, “Niedersächsisches Geschlechterbuch”, deel 12, Limburg a/d Lahn 1971, pag. 344 en 351. Stadtarchiv Hannover B8273, Jürgens Chronik, pag. 86-92, Meyenfeld’sche Bericht (verloren gegaan boek).
  2. EvangelischesPfarrambtStralsund, St. Marien 1778/203. Stadtarchiv Wismar, Procesakten des Tribunals 1653-1803, nr. 2291 (7).
  3. O.T. von Hefner, “Stammbuch des blühenden und abge­stornbenen Adels in Deuts­chland”, Regensburg 1865, deel II, pag. 45, met verwijzing naar Von Hellbachs Adelslexicon.
  4. J.F. Gauhe, “Des Heil. Röm. Reichs Genea­logisch-Histo­rischen Adels-Lexici”, Leipzig 1747, deel II, pag. 727-728.
  5. Kirchenbücher der Ev.luth. KirchengemeindeStuhr 1716-1875, NiedersächsischesStaatsarchiv Oldenburg Seelenregister 1662, 1675, 1581, Ortsfamilienbuch Stuhr und umliegende Gemeinden.
  6. Staatsarchiv Bremen, AnträgeaufErteilung eindes Bürgerrechts 1608-1811, nr. 557, boek J. De naam is Ann Lucy Meyerveld, het jaartal 1766, dus het moet om een andere persoon gaan. H.F. von Ehrenkrook, “Genealogisches Handbuch der adelige Häuser”, deel B1, Glücksburg/­Ostsee 1954 (Genea­logisches Handbuch des Adels, deel 9), blz. 454. Website van Gernot Becker.