3.1.1. Zwitserse oorsprong

De oorsprong van het Hessische geslacht Von Meyerfeld moet worden gezocht in een gebied, waar de noordoostelijke Zwitser­se kantons en de zuidelij­ke Duit­se staten worden gescheiden door de rivier de Rijn. De fami­liegeschiedenis kan worden opgepakt aan het Bo­den­meer ter hoogte van de Duitse stad Konstanz, gaat stroomaf­waarts voorbij Schaff­hau­sen naar Stein am Rhein en verder door naar Bazel. Rond 1700 verplaatst de familie zich opnieuw stroomafwaarts in noordelijke richting en komt in Hessen terecht.

Konstanz is lange tijd een Vrijstad in het Heilige Roomse Rijk. In 1520 verklaart het zich officieel protestant. Tijdens de Dertigjarige Oorlog wordt de stad in 1633 vergeefs door Zweedse troepen belegerd, die 1.500 kilometer van hun hoofdstad verwijderd zijn. In 1648 doet de Habsburgse keizer Karel V de stad vanwege het protestantisme in de ban en heft de status als Vrijstad op. Zijn broer Ferdinand I zwaait onder meer de scepter in het aangrenzende Tirol en bezet de stad met een verrassingsaanval. Diens zoon Ferdinand II wordt aartshertog van Oostenrijk-Tirol en bezoekt Konstanz in 1573.

Erzherzog_Ferdinand_von_Österreich_besucht_Konstanz_1573Aartshertog Ferdinand II van Oostenrijk-Tirol bezoekt Konstanz in 1573
 Landesarchiv GLAK J-D Nr. K 14

Waarschijnlijk heeft Ferdinand II toen Georg Meyer ontmoet en een gunstige indruk van hem gekregen, want vier jaar later op 30 decem­ber 1577 verleent hij hem vanuit zijn hoofdstad Innsbruck een adelsbrief met wapenschild en leenartikel.

Zoon Melchior Meyer is in 1586 wild­sla­ger en net als zijn vader burger van de stad Kon­stanz. Hij woont in het over­erfde leen Hörnli. In 1604 verhuist hij als burgerloos inwoner naar het heren­goed For­ten­bach bij Stein am Rhein. Melchior woont aanvankelijk met zijn eerste vrouw Ursula Schu­ma­cher op Fortenbach en vanaf 1621 met zijn tweede vrouw Elisa­beth Zolli­kofer.

Melchior’s zoon Hans Georg (Jörg) Meyer (1625-1674) is kunstschilder en trekt naar Bazel.

Hans Georg Meyer, "Stilleven met fruit, stenen kan, glazen en halve kaas. Inscriptie op achterzijde 'Haarlem fecit 1621'", olie op canvas, 88 x 128 cm, ingelijst, geschilderd in Bazel tussen 1656 en 1687, waarde 20.000 tot 30.000 euro.
Hans Georg Meyer, “Stilleven met fruit, stenen kan, glazen en halve kaas”, inscriptie op achterzijde ‘Haarlem fecit 1621’, olie op canvas, 88 x 128 cm, ingelijst, geschilderd in Bazel tussen 1656 en 1667, waarde 20.000 tot 30.000 euro.

Hans Georg Meyer, "Vis op een plank, koperen potten, citroenen,, sleutel, doos met specerijen en andere objecten op een tafel", 1667, 56.5 x 75.7 cm.
Hans Georg Meyer, “Vis op een plank, koperen potten, citroenen,, sleutel, doos met specerijen en andere objecten op een tafelblad”, 56.5 x 75.7 cm, geschilderd in 1667.

Hans Georg Meyer, "Kaas op zilveren drager, appels, worsten, slakken in een mand, koperen pot, een glas-zilveren karaf en aardenwerken kan op een tafelblad, 1656, 53.9 x 70.7 cm.
Hans Georg Meyer, “Kaas op zilveren drager, appels, worsten, slakken in een mand, koperen pot, een glas-zilveren karaf en aardenwerken kan op een tafelblad”53.9 x 70.7 cm, geschilderd in 1656.

Jörg’s zoon Hans Caspar Meyer (1648-1685) is portret­schil­der en lid van de Grote Raad van Bazel. Hij wordt niet erg bekend omdat zijn techniek nogal werktuiglijk is. Hij heeft wel enkele bekende leerlingen en blaast het oude kunstenaarsgilde “zum Himmel” in 1674 nieuw  leven in en voegt er in 1684 een zesde kamer voor kopergraveurs aan toe. Hij trouwt met Ursula Wer­den­mann (1651-1728), schrijfster van een bouwboek. Er zijn twee overlijdensjaren: 1685 en 1705. Het eerstgenoemde jaar wordt vaker genoemd en er zijn tijdgenoten die treuren om zijn vroeg dood. Op 37-jarige leeftijd laat hij vijf kinderen achter, variërend van elf tot slechts één jaar oud.

Rond 1700 vertrekt de oudste zoon van Hans Casper uit Bazel naar Breitenbach am Herzberg in Hessen en zijn broers, zussen en moeder volgen hem. Die oudste zoon heet Hans Georg (1674-1731). Hij studeert theologie en wordt hofmeester bij de jonge baron Johann Caspar II von Dörnberg. In 1704 werkt hij in Halle en in 1706 is hij terug in Bazel. Daarna gaat hij opnieuw naar Hessen om huisleraar te worden bij de graven Liepe-Schaumberg. Op 16 april 1712 trouwt hij in de hoofdstad Kassel met de daar geboren Helena Sophia Berisch (1694-1740). Dat jaar wordt hij tot zijn dood beambte bij baronesse von Dörnberg, de moeder van zijn eerdere pupil. Hij is lid van de Raad van Hes­sen-Kassel. In 1717 worden hij, zijn vrouw en kinderen burger van Bazel. Zijn moeder overlijdt in Breitenbach in 1728.

Een jongere broer Johann Caspar (1679-1723) studeert ook theologie en wordt “streng Zwitsers” genoemd. Hij is dominee bij de eerdergenoemde baronesse von Dörnberg, veldprediker bij de Hessische troepen in Noord-Italië en de Provence, in Sachsenhausen bij Treysa en Wasenberg, waar hij overlijdt.

Eén van de in Bazel gebleven nakomelingen Johann Rudolf Meyer trekt rond 1740 naar Amsterdam waar hij zijdekoopman wordt. Hij trouwt een Nederlandse vrouw, krijgt twee dochters en overlijdt in Baarn.